De zaak rond de vermissing van Rodney Leysner krijgt een nieuwe, zeer verontrustende wending. Niet alleen is nog altijd onduidelijk waar Leysner is, maar er rijzen nu ook ernstige vragen over de opsporing van hoofdverdachte Ryan Torilal.
Als berichten kloppen dat hij niet internationaal werd gesignaleerd, moeten politie en justitie uitleggen hoe dat heeft kunnen gebeuren.
De samenleving heeft inmiddels meer vragen dan antwoorden.
Leysner is nog altijd vermist. Zijn voertuig werd uitgebrand en verborgen teruggevonden. Ryan Torilal werd later door het Openbaar Ministerie als verdachte aangemerkt en wordt onder meer verdacht van moord, vrijheidsberoving en deelname aan een criminele organisatie. Hij wordt bovendien als vuurwapen- en vluchtgevaarlijk aangemerkt.
En toch blijkt uit recente berichtgeving dat er mogelijk iets fundamenteels is misgegaan in de eerste fase van het onderzoek.
Waarom mocht Torilal vertrekken?
Dat is de vraag die steeds moeilijker te ontwijken valt.
De politie heeft eerder verklaard dat Torilal aanvankelijk was gehoord, maar dat er op dat moment onvoldoende feiten of omstandigheden waren om hem in verzekering te stellen. Hij werd vervolgens heengezonden. Enkele dagen later werd hij wel als verdachte aangemerkt.
Het probleem is niet dat een persoon aanvankelijk niet wordt aangehouden. Een politieonderzoek moet immers worden gevoerd binnen de grenzen van de wet en het vermoeden van onschuld moet worden gerespecteerd.
Het probleem ontstaat wanneer iemand later wordt aangemerkt als verdachte van buitengewoon ernstige feiten en inmiddels spoorloos is.
Dan moet de samenleving kunnen begrijpen welke afwegingen in die cruciale eerste fase zijn gemaakt.
Was er voldoende aandacht voor vluchtgevaar?
De recente berichtgeving maakt deze vraag nog urgenter.
Volgens het oorspronkelijke opsporingsbericht wordt Torilal als vuurwapen- en vluchtgevaarlijk beschouwd. De procureur-generaal heeft zijn opsporing, aanhouding en voorgeleiding gelast.
Dan rijst een eenvoudige vraag: wanneer werd het risico op vlucht onderkend?
Als de autoriteiten pas na zijn vertrek tot de conclusie kwamen dat hij vluchtgevaarlijk was, moet duidelijk worden waarom dat risico tijdens de eerste fase van het onderzoek niet werd voorzien.
Als het risico wel bekend was, wordt de vraag nog ernstiger: waarom kon hij dan vertrekken?
Geen internationale signalering?
De nieuwste berichtgeving voegt daar een tweede opmerkelijk element aan toe.
Volgens De Telegraaf, zoals aangehaald door Moordplekken.nl, zou Torilal niet internationaal bij Interpol zijn gesignaleerd met een zogenoemde Red Notice.
Dezelfde berichtgeving stelt dat Suriname daarvoor zelf actie moet ondernemen. De autoriteiten hebben deze informatie vooralsnog niet publiekelijk bevestigd.
Als dit inderdaad klopt, is dat buitengewoon ernstig.
Want wanneer een verdachte als vluchtgevaarlijk wordt aangemerkt en mogelijk beschikt over internationale bewegingsmogelijkheden, is internationale signalering geen detail. Het kan het verschil betekenen tussen iemand snel lokaliseren en iemand volledig uit het zicht laten verdwijnen.
Is hij bewust vrijgelaten om te kunnen vluchten?
Dat is de meest explosieve vraag die momenteel rondgaat.
Maar juist hier moeten we voorzichtig zijn.
Er is op dit moment geen publiek bewijs dat politie of justitie Torilal bewust heeft vrijgelaten met de bedoeling hem te laten vluchten. Een dergelijke conclusie zou zonder bewijs onverantwoord zijn.
Maar het feit dat er geen bewijs is voor een bewuste strategie betekent niet dat de vraag niet mag worden gesteld.
Integendeel.
Wanneer iemand die later als hoofdverdachte wordt aangemerkt aanvankelijk wordt gehoord en vervolgens kan vertrekken, waarna hij voortvluchtig raakt, moet worden onderzocht of dit het gevolg was van een normale onderzoeksafweging, een ernstige inschattingsfout, gebrekkige communicatie tussen diensten of andere omstandigheden.
Dat is geen beschuldiging.
Dat is controle op het functioneren van de rechtsstaat.
Wat wist men op het moment dat hij werd gehoord?
Hier ligt waarschijnlijk de sleutel.
Wat wist de politie toen al over de relatie tussen Torilal en Leysner?
Welke informatie was beschikbaar over de laatste momenten waarop Leysner werd gezien?
Welke informatie was bekend over het voertuig?
Welke verklaringen had Torilal afgelegd?
Welke andere personen waren gehoord?
Welke aanwijzingen waren er op dat moment?
En vooral: waarom waren die aanwijzingen volgens de politie onvoldoende om hem vast te houden?
De samenleving hoeft niet alle onderzoeksinformatie te kennen. Dat kan het onderzoek immers schaden.
Maar achteraf zal wel moeten kunnen worden uitgelegd waarom bepaalde beslissingen zijn genomen.
De uitgebrande auto maakt de zaak nog ernstiger
De teruggevonden auto van Leysner maakt de zaak bepaald niet eenvoudiger.
Het voertuig werd aangetroffen in Saramacca en was zwaar beschadigd, uitgebrand en verborgen. Dat gegeven vormt een belangrijk onderdeel van het onderzoek naar de vermissing.
Daarmee is de zaak al lang niet meer te beschouwen als een gewone vermissing.
Er is sprake van een onderzoek naar zeer ernstige strafbare feiten.
Juist daarom moet iedere beslissing in de eerste fase van het onderzoek kritisch tegen het licht worden gehouden.
Niet om achteraf rechercheurs de schuld te geven van wat zij op dat moment nog niet konden weten.
Wel om vast te stellen of er signalen waren die onvoldoende zijn opgevolgd.
Klassenjustitie mag zelfs niet de indruk krijgen
Een ander probleem is het vertrouwen van de samenleving.
Wanneer een verdachte beschikt over zakelijke, politieke of maatschappelijke connecties, ontstaat al snel de vraag of iedereen in Suriname wel op dezelfde manier door politie en justitie wordt behandeld.
Ook als die indruk volledig onterecht zou zijn, is het de verantwoordelijkheid van de autoriteiten om die twijfel weg te nemen.
Want rechtsgelijkheid gaat niet alleen over wat er juridisch gebeurt.
Het gaat ook over de overtuiging van burgers dat de wet voor iedereen dezelfde betekenis heeft.
De berichtgeving over Torilal verwijst inmiddels naar zorgen over mogelijke klassenjustitie en invloedrijke connecties. Dat zijn ernstige aantijgingen die niet als feiten mogen worden gepresenteerd zonder bewijs. Maar juist omdat deze vragen in de samenleving leven, is transparantie noodzakelijk.
En dan is er nog het onbekende lichaam
Alsof de zaak nog niet ernstig genoeg is, werd inmiddels elders in Suriname een lichaam in verregaande staat van ontbinding aangetroffen.
Volgens de recente berichtgeving is nog niet vastgesteld of dit lichaam dat van Rodney Leysner is. Forensisch onderzoek moet daar duidelijkheid over geven.
Daarom is het onverantwoord om nu al conclusies te trekken.
Maar het is eveneens onverantwoord om te doen alsof er niets aan de hand is.
Er zijn te veel openstaande vragen.
De politie moet niet alleen zoeken, maar ook uitleggen
De politie en het Openbaar Ministerie hebben uiteraard het recht om onderzoeksinformatie geheim te houden wanneer dat noodzakelijk is voor het onderzoek.
Maar wanneer het onderzoek tot ernstige maatschappelijke vragen leidt, kan volledige stilte het vertrouwen verder aantasten.
Er moet daarom op enig moment duidelijkheid komen over de beslissingen die zijn genomen.
Waarom werd Torilal aanvankelijk heengezonden?
Wanneer werd hij formeel verdachte?
Wanneer werd vastgesteld dat hij vluchtgevaarlijk was?
Wanneer is internationale signalering aangevraagd?
Was er een Red Notice?
Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat hij Suriname zou verlaten?
En wanneer werd duidelijk dat hij daadwerkelijk voortvluchtig was?
Dat zijn geen vragen die alleen journalisten zouden moeten stellen.
Het zijn vragen die iedere burger mag stellen.
Geen veroordeling zonder bewijs, maar ook geen doofpot
Het is belangrijk om één ding heel duidelijk te stellen: Ryan Torilal is op dit moment verdachte en geen veroordeelde.
Dat betekent dat hij recht heeft op het vermoeden van onschuld en een eerlijk proces.
Maar hetzelfde rechtsstatelijke principe betekent ook dat politie en justitie verantwoordelijk zijn voor een zorgvuldig onderzoek.
Het ene sluit het andere niet uit.
Juist een sterke rechtsstaat kan beide waarborgen: de rechten van een verdachte én het recht van slachtoffers, nabestaanden en de samenleving op een effectief onderzoek.
Waar is Rodney Leysner?
Uiteindelijk mag de discussie over Torilal niet de kern van de zaak overschaduwen.
Er is een man verdwenen.
Een familie wacht op antwoorden.
Een voertuig is teruggevonden onder omstandigheden die ernstige vragen oproepen.
Een verdachte is voortvluchtig.
En nu blijkt mogelijk dat de internationale opsporing niet zo ver was gevorderd als de samenleving mocht aannemen.
Daarom moet de vraag niet zijn wie wij willen geloven.
De vraag moet zijn: wat zijn de feiten?
Als Torilal door een normale juridische en operationele afweging kon vertrekken, moet dat worden uitgelegd.
Als er fouten zijn gemaakt, moeten die worden erkend.
Als procedures niet zijn gevolgd, moet worden vastgesteld waarom.
En als blijkt dat iemand bewust de gelegenheid heeft gekregen om te vluchten, dan gaat het niet langer alleen om de zaak-Leysner. Dan hebben we te maken met een ernstige aantasting van het vertrouwen in de rechtsstaat.
De samenleving vraagt geen voorbarige veroordeling. De samenleving vraagt transparantie.
Want als de staat iemand eerst laat vertrekken en hem daarna wereldwijd moet zoeken, mag iedere burger vragen:
Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







