Suriname verkeert in een moeilijke financiële situatie. Veel gewone landsdienaren proberen iedere maand opnieuw het hoofd boven water te houden.
De prijzen stijgen, boodschappen worden duurder en voor veel gezinnen is het steeds moeilijker om rond te komen.
En wat gebeurt er ondertussen?
De 15% loonsverhoging werkt ook fors door naar de politieke top. Een DNA-lid komt, inclusief salarisgebonden toelagen, uit op ongeveer SRD 151.000 per maand.
De president kan, inclusief bepaalde geldelijke toelagen, uitkomen op ongeveer SRD 330.000 per maand, exclusief voorzieningen zoals huisvesting en vervoer.
Dan vraag ik mij af: waar is het gevoel voor verantwoordelijkheid tegenover het volk?
Als je als DNA-lid werkelijk zegt dat je er voor het volk bent, dan had je in deze situatie ook de moed moeten hebben om te zeggen:
“Nee. Deze verhoging neem ik niet. Niet zolang zoveel mensen in Suriname moeite hebben om rond te komen.”
En kom dan niet steeds met de woorden: “Ik heb er niet om gevraagd.”
Dat is te gemakkelijk.
Het volk kijkt naar jullie
Je bent volksvertegenwoordiger geworden. Je hebt bewust gekozen voor een functie waarin je het algemeen belang hoort te dienen.
Dan gaat het niet alleen om wat wettelijk mag, maar ook om wat moreel verantwoord is.
Het volk kijkt naar jullie.
De gewone ambtenaar die misschien met een salaris van enkele duizenden tot tienduizenden SRD per maand probeert een gezin te onderhouden, ziet ondertussen dat de politieke top automatisch meedeelt in een verhoging die voor hen in absolute bedragen veel groter uitpakt.
Dat voelt niet als solidariteit.
Politieke top moet voorop lopen
Als de financiële situatie van het land werkelijk zo ernstig is dat iedereen offers moet brengen, dan hoort de politieke top voorop te lopen.
Niet achteraan.
Niet met excuses.
Niet met “ik heb er niet om gevraagd”.
Maar met het voorbeeld:
“Wij zijn bereid minder te ontvangen zolang onze samenleving door een moeilijke periode gaat.”
Waar zijn de vakbonden?
Ook de vakbonden mogen wat mij betreft kritisch in de spiegel kijken.
Waar is de krachtige stem voor de gewone werknemer?
Waar is de strijd voor de ambtenaar die iedere maand moet rekenen voordat de boodschappen worden gedaan?
Waar is de solidariteit wanneer politieke functionarissen tienduizenden SRD extra kunnen ontvangen, terwijl gewone werknemers nauwelijks financiële ruimte hebben?
Een vakbond hoort niet alleen op te komen wanneer het om de eigen onderhandelingstafel gaat. Een vakbond hoort ook oog te hebben voor de brede maatschappelijke rechtvaardigheid.
Het gaat niet alleen om geld
Deze discussie gaat uiteindelijk niet alleen over SRD 19.000 of SRD 20.000 extra voor een DNA-lid.
Het gaat om vertrouwen.
Het volk moet kunnen geloven dat degenen die het land besturen dezelfde moeilijke werkelijkheid begrijpen als de mensen die zij vertegenwoordigen.
Je kunt niet aan de ene kant vragen om offers, discipline en geduld van de bevolking en aan de andere kant zelf zonder aarzelen iedere financiële verbetering accepteren die jou persoonlijk ten goede komt.
Volksvertegenwoordiger zijn betekent verantwoordelijkheid dragen.
Daarom zeg ik tegen onze DNA-leden:
Als jullie werkelijk begaan zijn met het volk, laat het dan niet alleen blijken in speeches.
Laat het blijken door keuzes.
Weiger vrijwillig de verhoging.
Geef het volk het signaal dat jullie begrijpen dat Suriname moeilijke tijden doormaakt.
En tegen de vakbonden zeg ik:
Word wakker. Spreek je uit. Kom op voor de gewone werknemer en niet alleen voor de belangen van de eigen achterban.
Suriname heeft geen behoefte aan politici die alleen zeggen dat ze er voor het volk zijn.
Suriname heeft behoefte aan leiders die het ook daadwerkelijk laten zien.
Guillermo Feller
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







