• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Ruim USD 850 miljoen aan nieuwe leningen: wie betaalt straks de rekening?

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
4 oktober 2026 00:00
in Opinie
Suriname kan niet blijven lenen zonder te weten wat het oplevert.

Suriname kan niet blijven lenen zonder te weten wat het oplevert.

Suriname staat aan de vooravond van een nieuwe financiële ronde. Volgens het Staatsschuldenplan 2027 heeft de regering ruim USD 850 miljoen aan nieuwe binnenlandse en buitenlandse financieringen in voorbereiding.

Het gaat om ongeveer USD 559 miljoen aan buitenlandse financieringen en USD 291,5 miljoen aan binnenlandse financieringen.

Op papier zijn het nog geen nieuwe schulden van USD 850 miljoen. De regering benadrukt terecht dat niet het volledige bedrag in 2027 daadwerkelijk zal worden opgenomen.

Sommige financieringen bevinden zich nog in de aanvraag-, voorbereidings- of conceptfase. Andere kunnen over meerdere jaren worden benut.

Maar laten wij ons ook niet blindstaren op dat technische onderscheid.

Want wanneer een regering voor honderden miljoenen dollars aan nieuwe financieringen voorbereidt, moet de samenleving niet alleen vragen hoeveel geld beschikbaar kan komen.

De veel belangrijkere vraag is: wat gaat Suriname met dat geld doen en wat krijgen wij ervoor terug?

Meer dan USD 850 miljoen klinkt indrukwekkend, maar tegen welke prijs?

De bedragen zijn groot.

Mis dit niet:

Geen geld of connecties? Dan tel je voor sommige Surinamers niet mee

Jaarrede van president Simons weer ton vol beloften!

USD 559 miljoen aan buitenlandse financieringen. USD 291,5 miljoen binnenlands. Samen ruim USD 850 miljoen aan financieringen die in de pijplijn zitten.

Daar komen nog bestaande buitenlandse leenovereenkomsten bij. Daarvan kan Suriname in 2027 maximaal ongeveer USD 195,7 miljoen opnemen.

Het gaat dus om een aanzienlijk financieel volume.

Daarmee ontstaat automatisch een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het tekenen van leenovereenkomsten.

Elke dollar die wordt geleend, moet uiteindelijk worden terugbetaald. Dat gebeurt met toekomstige overheidsinkomsten. En overheidsinkomsten zijn uiteindelijk afkomstig uit de economie en dus indirect uit de samenleving.

De vraag is daarom niet of Suriname geld nodig heeft.

Natuurlijk heeft Suriname geld nodig voor onderwijs, infrastructuur, afvalbeheer en andere noodzakelijke voorzieningen.

De vraag is of lenen de structurele oplossing is, of dat wij opnieuw proberen problemen op te lossen met geld dat wij nog moeten verdienen.

Schuldquote van 119,6 procent: toch opnieuw lenen?

Hier wordt het ongemakkelijk.

Volgens de wettelijke berekeningsmethode bedroeg de schuld-bbp-ratio in juni 2026 119,6 procent. Het wettelijke plafond ligt op 60 procent.

Dat betekent dat Suriname volgens deze berekeningsmethode bijna twee keer boven de wettelijke norm zit.

Er bestaan verschillende BBP-berekeningen. Op basis van een andere, recentere BBP-maatstaf ligt de schuldquote lager. Dat verschil moet eerlijk worden benoemd.

Maar welke berekeningsmethode men ook gebruikt, één vraag blijft overeind:

Kunnen wij ons veroorloven om opnieuw grote bedragen te lenen zonder vooraf heel duidelijk te maken welk economisch rendement daar tegenover staat?

Dat is geen politieke vraag.

Dat is een financiële vraag.

Lenen voor ontwikkeling is iets anders dan lenen om gaten te dichten

Niet iedere lening is slecht.

Een land kan verantwoord lenen wanneer het geld wordt geïnvesteerd in zaken die de economie structureel versterken.

Een goede infrastructuur kan economische activiteit stimuleren. Onderwijs kan de productiviteit van mensen verhogen. Afvalbeheer kan de leefomgeving verbeteren en tegelijkertijd economische kansen creëren. Strategische investeringen kunnen ondernemerschap en productie ondersteunen.

Maar er is een fundamenteel verschil tussen lenen voor een investering die toekomstige inkomsten en economische waarde creëert en lenen om steeds terugkerende tekorten te financieren.

Dat verschil moeten wij veel scherper bewaken.

Want wanneer geleend geld vooral wordt gebruikt om bestaande problemen tijdelijk te financieren, verschuiven wij het probleem naar de toekomst.

Dan betaalt de volgende generatie niet alleen voor haar eigen behoeften.

Zij betaalt ook voor de keuzes die wij vandaag maken.

USD 230,9 miljoen voor begrotingssteun

Juist daarom verdient de voorgenomen binnenlandse financiering extra aandacht.

Van de ongeveer USD 291,5 miljoen aan binnenlandse financieringen betreft ongeveer USD 230,9 miljoen voorgenomen begrotingssteun via lokale banken.

Daar moet de samenleving niet zomaar overheen stappen.

Begrotingssteun kan noodzakelijk zijn. Maar begrotingssteun is iets anders dan investeren in een productieve economische activiteit.

Wanneer een overheid geld leent om haar begroting te ondersteunen, moet de volgende vraag onmiddellijk worden gesteld:

Waarom heeft de overheid die extra middelen nodig en wanneer houdt die behoefte op?

Als begrotingssteun ieder jaar noodzakelijk blijft, hebben wij geen financieringsprobleem meer.

Dan hebben wij een structureel begrotingsprobleem.

En dat los je niet op door steeds opnieuw te lenen.

De verleiding van grote projecten

Ook grote infrastructurele projecten klinken aantrekkelijk.

Bruggen, wegen, gebouwen en andere projecten zijn zichtbaar. Ze kunnen politieke leiders in staat stellen om concrete resultaten te presenteren.

Maar een groot project is niet automatisch een goede investering.

De samenleving moet weten wat een project kost. Wat de onderhoudskosten zijn. Welke economische activiteit het oplevert. Wie ervan profiteert. Hoeveel lokale bedrijven worden betrokken. Hoeveel banen ontstaan. En wat het effect op de economie op langere termijn is.

Een brug bouwen is één ding.

Een brug bouwen die daadwerkelijk handel, transport, productie en economische activiteit stimuleert, is iets anders.

Daarom zou iedere grote lening eigenlijk gepaard moeten gaan met een eenvoudige vraag:

Wat levert deze investering Suriname op?

De olie komt eraan, maar dat is geen blanco cheque

En dan is er natuurlijk de olie.

De toekomstige olie-inkomsten worden door velen gezien als het moment waarop Suriname financieel meer ruimte krijgt.

Dat kan inderdaad nieuwe mogelijkheden bieden.

Maar juist daarom moeten wij nu voorzichtig zijn.

De verwachting van toekomstige inkomsten mag geen excuus worden om vandaag alvast meer schulden aan te gaan.

Het gevaar bestaat dat toekomstige olie-inkomsten in gedachten al worden uitgegeven voordat ze daadwerkelijk zijn ontvangen.

Dan ontstaat een gevaarlijke situatie.

Wij lenen vandaag omdat wij verwachten dat wij morgen rijker zijn.

Maar als de inkomsten lager uitvallen dan verwacht, de kosten hoger worden of projecten minder opleveren, blijft de schuld wel bestaan.

De olieprijs betaalt uiteindelijk niet automatisch onze leningen.

De staat moet dat doen.

De vraag die te weinig wordt gesteld: waar is het rendement?

Bij iedere nieuwe lening zou daarom niet alleen het bedrag moeten worden genoemd.

Er zou ook moeten worden aangegeven wat het verwachte rendement is.

Niet noodzakelijk alleen in geld.

Bij onderwijs kan het rendement bijvoorbeeld bestaan uit een beter opgeleide beroepsbevolking. Bij infrastructuur kan het gaan om lagere transportkosten. Bij afvalbeheer om een gezondere leefomgeving en een efficiëntere afvalketen.

Maar die resultaten moeten wel worden benoemd.

Anders wordt iedere lening simpelweg gepresenteerd als noodzakelijk.

En zodra alles noodzakelijk wordt genoemd, wordt het onmogelijk om prioriteiten te stellen.

Suriname kan niet alles tegelijk financieren

Dat is misschien wel het grootste probleem.

Suriname wil investeren in onderwijs. In infrastructuur. In afvalbeheer. In landbouw. In toerisme. In digitalisering. In gezondheidszorg. In productie. In de voorbereiding op olie en gas.

Allemaal belangrijke zaken.

Maar een land met beperkte financiële ruimte moet keuzes maken.

Wij kunnen niet doen alsof iedere gewenste investering tegelijkertijd kan worden uitgevoerd zonder consequenties.

De regering zal dus moeten bepalen wat eerst komt, wat later kan en wat helemaal niet moet worden geleend.

Dat vereist politieke moed.

Want iedere minister zal zijn eigen project belangrijk vinden.

Maar het geld is niet onbeperkt.

Wie betaalt uiteindelijk de rekening?

Dat is de vraag die boven het hele Staatsschuldenplan zou moeten hangen.

Niet om lenen bij voorbaat af te wijzen.

Wel om ervoor te zorgen dat lenen een middel blijft en geen bestuursmodel wordt.

Vandaag kunnen wij een lening tekenen.

Morgen kunnen wij een project openen.

Overmorgen kunnen wij een lintje doorknippen.

Maar jaren later komt de rekening.

Dan moeten rente en aflossing worden betaald.

Dat gebeurt met belastinginkomsten, exportinkomsten en economische groei.

En als die groei onvoldoende is, blijft uiteindelijk maar één optie over: opnieuw lenen.

Daarom moet Suriname voorkomen dat nieuwe leningen automatisch de basis vormen voor nieuwe leningen.

De regering moet meer laten zien dan alleen de financiering

De regering benadrukt dat de USD 850 miljoen nog geen daadwerkelijk opgenomen bedrag is.

Dat is belangrijk.

Maar het mag geen reden zijn om de maatschappelijke discussie uit te stellen.

Juist nu de financieringen nog in voorbereiding zijn, moet duidelijk worden wat de prioriteiten zijn.

Welke leningen worden daadwerkelijk aangegaan?

Welke projecten worden ermee gefinancierd?

Wat zijn de voorwaarden?

Wat is de looptijd?

Wat zijn de rente en aflossingsverplichtingen?

Welke inkomsten of economische voordelen worden verwacht?

En misschien wel de belangrijkste vraag:

Wat gebeurt er als de verwachte economische resultaten niet worden gerealiseerd?

Een volwassen financieel beleid moet ook die vraag durven beantwoorden.

Niet iedere lening is verkeerd, maar iedere lening verdient controle

Suriname hoeft niet bang te zijn om te investeren.

Suriname moet wel bang zijn om geld te lenen zonder duidelijk doel, zonder meetbaar resultaat en zonder voldoende controle.

De komende jaren worden belangrijk.

De olie- en gassector biedt mogelijkheden. Maar juist in die periode moet Suriname voorkomen dat toekomstige rijkdom wordt gebruikt om huidige financiële discipline los te laten.

Ruim USD 850 miljoen aan financieringen in de pijplijn is daarom niet alleen een financieel gegeven.

Het is een test voor het bestuur.

Kunnen wij eindelijk leren om geld te lenen met een duidelijke bestemming, een meetbaar resultaat en een verantwoord terugbetalingsplan?

Of blijven wij problemen van vandaag financieren met geld van morgen?

Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag hoeveel Suriname kan lenen.

Het gaat om de veel belangrijkere vraag:

Hoeveel schuld kan Suriname dragen zonder opnieuw zijn toekomstige economische ruimte op te offeren?

N. Mohari

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Paramaribo Stadscentrum, illustratiefoto
Column

Geen geld of connecties? Dan tel je voor sommige Surinamers niet mee

ashwin ramcharan
Opinie

Jaarrede van president Simons weer ton vol beloften!

Tanken benzine pompstation
Column

Betalen voor benzine bij de pomp kan wel, maar voor je bon moet je ineens naar binnen

euro geld valuta
Column

Perceeleigenaren in Nederland vertrouwen familie in Paramaribo maar worden soms misleid

Na vertrek reddingshonden valt stilte rond zaak-Leysner.
Opinie

Rodney Leysner nog steeds vermist: waarom blijft het zo stil?

Beschuldigingen over goudwinning vragen om onderzoek, niet om politiek theater.
Opinie

Kapitein en Brunswijk beschuldigen elkaar: maar wie controleert het binnenland?

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws