• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Jaarrede van president Simons weer ton vol beloften!

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
3 oktober 2026 06:00
in Opinie
ashwin ramcharan

Ashwin Ramcharan

De speechschrijvers van president Simons hebben weer een ton vol beloften afgeleverd. Het regende beloften tijdens de jaarrede.

Suriname leek wel een van de meest welvarende landen ter wereld. Een land waar alles kan en alles gaat gebeuren.

Terwijl het gewone volk zich op de dag van de jaarrede nog steeds verbaasde over de prijzen in de winkels en de waardeloosheid van hun salaris, sprak Simons over lage prijzen en hoge salarissen. Het volk ervaart juist het tegenovergestelde: hoge prijzen en lage salarissen.

Hoe kan een regering nog serieus worden genomen als deze basis zo scheef wordt beleefd? Hoe kan de regering-Simons-Rusland serieus worden genomen als de regering A zegt en het volk feitelijk B ervaart?

Hoe kan de regering dan zulke geweldige verhalen houden en van Suriname gisteren een ontwikkeld land willen maken, terwijl de basis niet klopt?

De jaarrede van president Jennifer Simons klinkt als een optimistisch verhaal over een land dat alles kan worden wat het wil zijn. Maar na 51 jaar onafhankelijkheid zou Suriname inmiddels toch moeten hebben geleerd dat een land niet wordt ontwikkeld met mooie ambities.

Een land wordt ontwikkeld met keuzes, uitvoering, discipline en vooral de bereidheid om achteraf te laten zien wat er daadwerkelijk van alle beloften terecht is gekomen.

Soso tori, alleen maar dromen

Als het aan president Simons ligt, moet het volk van Suriname met een toverstaf aan de slag. Het volk dat moeite heeft om de rekening van water en licht te betalen. Het volk dat de gestegen melkprijzen van de Melkcentrale nauwelijks kan betalen.

Mis dit niet:

Betalen voor benzine bij de pomp kan wel, maar voor je bon moet je ineens naar binnen

Perceeleigenaren in Nederland vertrouwen familie in Paramaribo maar worden soms misleid

Landbouw moet worden ontwikkeld. Bosbouw moet meer economische waarde opleveren. Toerisme moet groeien. Cultuur moet worden versterkt. De overheid moet digitaliseren. Infrastructuur moet worden verbeterd. Onderwijs en gezondheidszorg moeten vooruit.

Ondernemerschap moet worden gestimuleerd. De lokale productie moet omhoog. En ondertussen moeten wij ons voorbereiden op de miljarden die de olie- en gassector ons in de toekomst mogelijk zal brengen.

De oplettende luisteraar houdt na afloop van de jaarrede daarom eigenlijk maar één vraag over:

Waar halen wij de tijd, de mensen, het geld en vooral de bestuurlijke capaciteit vandaan om al deze prachtige voornemens ook werkelijk uit te voeren?

Eh, waktie even. Gaat Simons dit allemaal samen met Rusland doen? Suriname wordt Subai in een paar weken!

Laat mij daarom beginnen met iets wat misschien minder populair is in de Surinaamse politieke discussie. Het is volgens mij wel noodzakelijk als wij werkelijk serieus over de toekomst van het land willen praten.

De kritiek op de jaarrede moet niet worden gereduceerd tot de constatering dat er geen cijfers zijn genoemd. Dat zou te gemakkelijk zijn en bovendien niet helemaal juist.

De regering presenteert voor 2027 wel degelijk een begroting. Daarin staat ongeveer SRD 70,1 miljard aan inkomsten tegenover ongeveer SRD 80,9 miljard aan uitgaven. Daarmee wordt een tekort van ongeveer SRD 10,8 miljard voorzien. Tegelijkertijd worden aanzienlijke bedragen uitgetrokken voor programma’s en investeringen.

Het echte probleem zit veel dieper.

HOE gaat Suriname dit doen met 650.000 mensen, waarvan 70% de middelbare school niet heeft afgerond? En hoe doen wij dit met een staatsschuld die na een jaar op 120% staat? HOE? Peh wo fini a moni om al deze dingen te doen?

Met andere woorden: stel dat het allemaal moet lukken. Dan is de vraag wat Suriname voor al dat geld uiteindelijk terugkrijgt.

Ook moet de regering duidelijk maken hoe de grote economische ambities uit de jaarrede worden vertaald naar productiviteit, export, banen, investeringen en structurele inkomensgroei.

Een land vol potentie, maar waar blijft de productie?

Want laten wij elkaar niets wijsmaken.

Suriname heeft niet sinds gisteren ontdekt dat landbouw belangrijk is. Wij weten al lang dat het bos economische waarde heeft. Wij weten dat toerisme mogelijkheden biedt en dat onze cultuur uniek is.

Iedere regering die wij de afgelopen decennia hebben gehad, heeft op een bepaald moment dezelfde woorden gebruikt. Iedere generatie Surinamers heeft vervolgens opnieuw moeten luisteren naar de belofte dat wij eindelijk onze natuurlijke rijkdommen, onze ligging, onze cultuur en onze menselijke capaciteiten beter zouden benutten.

Wij hebben inmiddels zoveel beleidsdocumenten waarin staat dat Suriname enorme mogelijkheden heeft, dat wij met het papier waarop al die mogelijkheden zijn beschreven waarschijnlijk een indrukwekkende archiefkast kunnen vullen.

Wat wij veel minder hebben, zijn voorbeelden waarin een dergelijke visie daadwerkelijk is omgezet in een economische sector die op grote schaal productief, concurrerend en zelfstandig is geworden.

Daarom moest ik bij het luisteren naar de jaarrede vooral denken aan het verschil tussen een land met potentie en een land dat zijn potentie weet te organiseren.

Dat verschil wordt in Suriname veel te vaak onderschat.

Het is gemakkelijk om te zeggen dat wij landbouwgrond hebben. Dat wij water hebben. Dat wij een enorme biodiversiteit hebben. Dat wij een unieke cultuur hebben. En dat wij vanwege onze ligging kansen hebben voor toerisme en handel.

Maar potentie is nog geen economische waarde.

Natuurlijke rijkdom is nog geen welvaart zolang er geen systeem bestaat dat die rijkdom omzet in producten, diensten, exportinkomsten, ondernemerschap en goedbetaalde banen.

Een ondernemer die tegen zijn bank zegt dat zijn onderneming enorme potentie heeft, maar vervolgens niet kan uitleggen hoeveel hij gaat produceren, tegen welke prijs hij dat gaat verkopen, welke markt hij gaat bedienen en hoeveel kapitaal daarvoor nodig is, krijgt waarschijnlijk geen lening.

Toch verwachten wij in Suriname al decennialang dat de samenleving genoegen neemt met precies dat soort redeneringen wanneer het over nationaal economisch beleid gaat.

Toerisme gaat niet over toeristen, maar over de waarde die zij achterlaten

Neem bijvoorbeeld toerisme.

De regering zegt terecht dat het niet alleen moet gaan om het aantrekken van bezoekers. Het moet vooral gaan om het creëren van meer economische waarde die in Suriname blijft en terechtkomt bij lokale ondernemers, werknemers en gemeenschappen.

Dat is op zichzelf een interessantere benadering dan simpelweg roepen dat wij meer toeristen moeten hebben.

Een toerist die hier drie dagen verblijft, zijn hotel aan een buitenlandse keten betaalt, zijn excursie via een internationaal platform boekt en zijn vliegticket aan een buitenlandse maatschappij betaalt, heeft misschien wel Suriname bezocht. Maar daarmee is de Surinaamse economie nog niet automatisch structureel versterkt.

De werkelijke vraag is daarom niet alleen hoeveel toeristen wij willen aantrekken.

De vraag is hoe de hele waardeketen rondom die toerist eruitziet.

Hoeveel van zijn bestedingen komt bij Surinaamse ondernemers terecht? Hoeveel lokale landbouwproducten worden in hotels en restaurants gebruikt? Hoeveel culturele ondernemers profiteren ervan? Hoeveel nieuwe bedrijven ontstaan daardoor? En hoeveel inkomen blijft uiteindelijk daadwerkelijk in Suriname?

Precies daar zou ik van de regering meer intellectuele ambitie willen zien.

Anders lopen wij het risico dat wij opnieuw een sector proberen te ontwikkelen door vooral te praten over het aantal bezoekers. De echte economische vraag gaat echter over de waarde die iedere bezoeker creëert.

Misschien hebben wij niet eens in de eerste plaats honderdduizenden extra toeristen nodig. Misschien moeten wij ervoor zorgen dat de toerist die vandaag al naar Suriname komt meer uitgeeft, langer blijft, meer lokale producten consumeert en meer Surinaamse ondernemingen inschakelt.

Dát is hoe je een toeristische sector economisch sterker maakt. Niet door ieder jaar opnieuw te hopen dat er ergens meer vliegtuigen landen.

Landbouw zonder waardeketen blijft kleinschaligheid

Bij landbouw zien wij hetzelfde probleem.

Suriname spreekt graag over voedselzekerheid, hogere productie en agro-industrie. Maar het vergroten van het aantal boeren leidt niet vanzelf tot economische ontwikkeling.

Moderne landbouw draait om de hele keten achter de boer. Het gaat om financiering, technologie en irrigatie. Maar ook om opslag, transport, verwerking, verpakking, marketing en toegang tot internationale markten.

Als wij bijvoorbeeld meer rijst produceren, maar onvoldoende verwerking en marketingcapaciteit hebben, creëren wij niet automatisch een sterke agro-industrie.

Wanneer wij meer groenten en fruit produceren zonder goede koelketens, distributie en verwerking, kunnen wij zelfs meer produceren om vervolgens een groter deel van onze productie te verliezen.

Het is dus niet voldoende om te zeggen dat landbouw moet groeien.

Wij moeten weten welke landbouw wij willen ontwikkelen. Voor welke markt. Met welke technologie. Op welke schaal. En met welke ondernemers.

Anders blijven wij landbouw benaderen alsof de economische werkelijkheid nog steeds die van vijftig jaar geleden is.

Kunnen we concurreren? Waar is het bewijs dat het kan?

Anders heeft productie weinig tot geen zin zonder subsidies!

Het bos is geen geldautomaat

Hetzelfde geldt voor bosbouw.

Suriname bezit een enorme natuurlijke rijkdom. Tegelijkertijd moeten wij oppassen dat wij niet opnieuw dezelfde historische fout maken. Een fout waarbij wij grondstoffen exporteren en vervolgens ontdekken dat de grootste toegevoegde waarde ergens anders in de wereld wordt gecreëerd.

Wanneer wij werkelijk geloven dat bosbouw en carbon markets belangrijke economische sectoren kunnen worden, moeten wij niet alleen praten over duurzaamheid en klimaatfinanciering.

Wij moeten ook praten over lokale verwerking, kennis, eigendom, internationale standaarden en transparantie.

De belangrijkste vraag blijft: hoeveel economische waarde komt uiteindelijk daadwerkelijk in Suriname terecht?

Het zou immers een nogal tragische ontwikkeling zijn wanneer Suriname straks internationaal wordt geprezen om zijn bossen, terwijl buitenlandse partijen de financiële waarde van die bossen weten te commercialiseren.

En wij uiteindelijk vooral trots kunnen zijn op het feit dat wij het bos nog steeds hebben.

Cultuur moet meer zijn dan erfgoed

En dan hebben wij cultuur.

Surinamers praten daar vanzelfsprekend graag over. Cultuur is misschien wel een van de weinige gebieden waarin wij zonder veel moeite kunnen aantonen hoe divers, creatief en bijzonder ons land is.

Maar ook daar moeten wij oppassen.

Wij mogen cultuur niet uitsluitend als erfgoed behandelen en vervolgens vergeten dat er wereldwijd een enorme creatieve industrie bestaat.

Muziek, film, mode, design, media, kunst, entertainment en digitale content vertegenwoordigen wereldwijd miljarden aan economische waarde.

Wanneer Suriname cultuur werkelijk als economische sector wil ontwikkelen, moet de discussie daarom niet eindigen bij het beschermen van erfgoed.

Daar moet de discussie juist beginnen.

Hoe kunnen wij Surinaamse creativiteit omzetten in bedrijven, exportproducten, internationale samenwerkingen en inkomens voor de mensen die die cultuur daadwerkelijk produceren?

De grootste economische sector waarover wij te weinig praten: de overheid

Maar misschien is de belangrijkste vraag na deze jaarrede uiteindelijk helemaal niet wat Suriname met landbouw, toerisme, bosbouw of cultuur gaat doen.

De vraag is wat de regering met de overheid zelf gaat doen.

President Simons zegt terecht dat Suriname moet afstappen van een overheid die functioneert als een verzameling van losse eilandjes. De overheid moet werken met één samenhangende agenda.

Dat klinkt misschien als een administratieve kwestie. In werkelijkheid is het het hart van de economische ontwikkeling van Suriname.

Iedere ondernemer die ooit heeft geprobeerd iets in Suriname op te bouwen, weet dat de overheid zelf vaak onderdeel van het probleem wordt.

Vergunningen, grond, financiering, infrastructuur, elektriciteit, belastingen, regelgeving en verschillende ministeries functioneren niet altijd als één systeem.

Je kunt zoveel praten over economische diversificatie als je wilt. Maar wanneer een ondernemer die een fabriek wil bouwen eerst jarenlang door verschillende overheidsloketten moet bewegen, wordt ondernemen onnodig moeilijk.

Wanneer grondgebruik onduidelijk is, infrastructuur niet aansluit op economische plannen, vergunningen langzaam verlopen en regels voortdurend veranderen, hoef je je uiteindelijk niet af te vragen waarom investeerders terughoudend zijn.

Ook hoef je je dan niet af te vragen waarom ondernemers hun energie liever besteden aan het overleven van bureaucratie dan aan het uitbreiden van hun onderneming.

De olieboom mag geen nieuwe illusie worden

En dan komt de olie.

De grote belofte die boven alles hangt. Een soort financiële reddingsboei waar wij allemaal naar kijken.

Alsof het moment waarop de olie-inkomsten binnenkomen automatisch het moment zal zijn waarop Suriname eindelijk rijk wordt.

De eerste vraag van belang: waarom heeft deze regering de Royalties voor Iedereen (RvI) stopgezet?

Was dit rancune? Jaloezie? Of omdat het initiatief afkomstig was van de vorige VHP-regering?

Het volk heeft er recht op en deze regering pakt het af. Waar gaat het geld dan naartoe? Naar de zakken van een kleine groep politieke prinsen en prinsessen?

Door de RvI ter beschikking te stellen van het volk zou de economie sowieso kunnen groeien om verschillende micro-economische redenen. Maar deze regering lijkt dit simpelweg niet te begrijpen.

De regering zegt terecht dat toekomstige olie-inkomsten verstandig moeten worden beheerd. Ook het Spaar- en Stabilisatie Fonds wordt daarbij als belangrijk instrument genoemd.

Maar een fonds kan alleen beschermen wat een land zelf bereid is te beschermen.

Geen enkel fonds kan voorkomen dat politieke keuzes uiteindelijk leiden tot verspilling, overconsumptie of verkeerde investeringen.

De echte vraag is daarom niet hoeveel geld de olie gaat opleveren.

De vraag is of wij tegen de tijd dat het geld werkelijk binnenkomt eindelijk een staat hebben gebouwd die weet hoe zij rijkdom moet beheren.

Het is niet de olie die ons rijk maakt. Het gaat om wat wij institutioneel, economisch en maatschappelijk met de opbrengsten van die olie weten te doen.

Simons wil, maar haar team kan het niet

Daarom zou ik president Simons niet willen vragen om nog meer plannen te presenteren.

Ik zou haar juist willen vragen om minder plannen te maken en veel harder te bewijzen dat de plannen die er al liggen daadwerkelijk werken.

Laat iedere minister aangeven wat er vóór het einde van 2027 concreet anders moet zijn dan vandaag.

Laat vervolgens niet alleen zien hoeveel geld daarvoor is begroot. Laat vooral zien welk resultaat de samenleving daarvoor mag verwachten.

Niet omdat ieder maatschappelijk probleem in één cijfer kan worden gevangen. Wel omdat een regering zonder meetbare resultaten uiteindelijk afhankelijk wordt van haar eigen verhaal.

De burger kan dan alleen nog maar kiezen tussen geloven en niet geloven.

Misschien is dat precies waar de Surinaamse politiek na 51 jaar onafhankelijkheid eindelijk vanaf moet.

De gewoonte om politieke prestaties vooral te presenteren in de vorm van toespraken, foto’s, bijeenkomsten, applaus en mooie woorden over de toekomst.

Suriname heeft inmiddels meer dan genoeg politici die kunnen vertellen wat zij voor het land voelen en wat zij voor het land wensen.

Wij hebben veel meer behoefte aan politici die kunnen uitleggen wat een maatregel kost, wat hij oplevert, wanneer het resultaat zichtbaar moet zijn en wat zij persoonlijk gaan doen wanneer het resultaat niet wordt bereikt.

De schoenen staan buiten, nu moet de rekening komen

President Simons belooft cadeaus die er niet zijn en die ook niet zonder plan en inzet gaan komen.

Misschien moeten wij de president juist een cadeau teruggeven.

Een eenvoudige spreadsheet waarin iedere grote ambitie uit de jaarrede wordt vertaald naar geld, mensen, tijd, verantwoordelijkheid en resultaat.

Dan hoeven wij over een jaar niet opnieuw te discussiëren over hoe mooi de president het heeft verteld.

Dan kunnen wij gewoon kijken naar wat er werkelijk is gebeurd.

Want Suriname heeft geen gebrek aan dromen. Wij hebben geen gebrek aan natuurlijke rijkdom. En wij hebben ook geen gebrek aan mensen die intelligent genoeg zijn om prachtige plannen te bedenken.

Wat ons al 51 jaar achtervolgt, is iets veel eenvoudigers en tegelijkertijd veel moeilijkers.

De politieke en bestuurlijke discipline om van al die mogelijkheden een werkende economie te maken.

Misschien moeten wij daarom ophouden te vragen of Suriname het kan.

De betere vraag is waarom wij na 51 jaar nog steeds zoveel tijd besteden aan het vertellen dát wij het kunnen, in plaats van eindelijk te laten zien dat wij het ook daadwerkelijk hebben gedaan.

Voor nu is duidelijk: Simons en haar regering leren Suriname dromen.

Maar die dromen komen alleen uit als zij zelf het goede voorbeeld geven. Zij moeten met een plan komen over HOE zij samen met het volk die dromen gaan realiseren.

Dr. Ashwin Ramcharan

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Tanken benzine pompstation
Column

Betalen voor benzine bij de pomp kan wel, maar voor je bon moet je ineens naar binnen

euro geld valuta
Column

Perceeleigenaren in Nederland vertrouwen familie in Paramaribo maar worden soms misleid

Na vertrek reddingshonden valt stilte rond zaak-Leysner.
Opinie

Rodney Leysner nog steeds vermist: waarom blijft het zo stil?

Beschuldigingen over goudwinning vragen om onderzoek, niet om politiek theater.
Opinie

Kapitein en Brunswijk beschuldigen elkaar: maar wie controleert het binnenland?

Paramaribo Stadscentrum
Column

Kunnen Surinamers echt zien wie uit Nederland op vakantie is?

santokhi vhp
Opinie

Casino de Olifant: hoe de VHP na Santokhi haar toekomst dreigt te vergokken

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws