De discussie over de aantasting van het Surinaamse binnenland krijgt een merkwaardige wending. De kapitein van Compagniekreek beschuldigde Ronnie Brunswijk van betrokkenheid bij de vernietiging van het binnenland. Brunswijk reageerde vervolgens met tegenbeschuldigingen aan het adres van de kapitein.
Volgens Brunswijk zouden beelden zijn getoond waarop te zien is dat de kapitein grote bedragen aan SRD heeft ontvangen.
Daarnaast zouden op de beelden graafwerkzaamheden voor goudwinning zichtbaar zijn rondom het dorp, zelfs dicht bij de dorpsrand.
Als die beelden inderdaad laten zien wat wordt beweerd, zijn dat geen details die zomaar terzijde kunnen worden geschoven. Maar precies daar begint het probleem: Suriname heeft behoefte aan feiten, niet aan beschuldigingen over en weer.
Wie verdient aan het goud?
De kernvraag zou niet moeten zijn wie de luidste beschuldiging uit, maar wie toestemming geeft, wie profiteert en wie toezicht houdt.
Als er daadwerkelijk goudwinning plaatsvindt rondom een dorp, moet worden vastgesteld wie daarvoor toestemming heeft gegeven, wie de concessiehouder is, wie de werkzaamheden uitvoert en welke afspraken met de lokale gemeenschap zijn gemaakt.
En als er grote geldbedragen zijn betaald, moet eveneens duidelijk worden waarvoor die betalingen zijn gedaan.
Want zolang niemand verantwoordelijkheid neemt, blijft het binnenland de rekening betalen.
Het binnenland kan niet tegelijk slachtoffer en verdienmodel zijn
Suriname praat al jaren over ordening van de goudsector. Brunswijk noemde die sector onlangs zelf nog een hoofdpijndossier en stelde dat de praktijk niet overeenkomt met het beeld dat van ordening wordt gegeven.
Dat maakt deze discussie des te belangrijker.
Want wat betekent “ordening” wanneer machines steeds dichter bij dorpen komen, wanneer leefgebieden worden aangetast en wanneer gemeenschappen vervolgens tegenover elkaar komen te staan?
Wie het binnenland werkelijk wil beschermen, kan niet volstaan met mooie woorden over duurzaamheid. Er moet worden gecontroleerd. Er moet worden geregistreerd. Er moet worden gehandhaafd. En vooral: er moet transparantie zijn over geld, concessies en verantwoordelijkheden.
Geen afrekening, maar onderzoek
De beschuldigingen van zowel de kapitein als Brunswijk verdienen daarom geen politieke afrekening, maar een onafhankelijk onderzoek.
Laat zien welke concessies bestaan. Laat zien waar daadwerkelijk wordt gewerkt. Laat zien wie vergunningen heeft. Laat zien welke betalingen zijn gedaan en waarvoor. En laat vooral zien wie verantwoordelijk is wanneer het milieu en de leefomgeving worden beschadigd.
Het Surinaamse binnenland is geen toneel voor politieke machtsspelletjes. Het is de leefomgeving van mensen én een natuurlijk kapitaal dat Suriname niet onbeperkt kan blijven uitputten.
Wie werkelijk niets te verbergen heeft, zou juist belang moeten hebben bij transparantie.
Niet de beschuldiging moet centraal staan, maar het bewijs. Niet de persoon moet worden beschermd, maar het binnenland.
Ben M.D.
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







