Wat tijdens de persconferentie van de Surinaamse politie vooral is blijven hangen, is niet alleen wat de politie heeft verteld, maar misschien nog meer wat zij níét heeft kunnen uitleggen.
Bij herhaaldelijke vragen vanuit de pers waarom Ryan Torilal na zijn eerste verhoor werd heengezonden, bleef de politie benadrukken dat hij toen als “persoon” was gehoord en dat er op dat moment “onvoldoende feiten of omstandigheden” waren om hem in verzekering te stellen.
Dat antwoord roept ernstige vragen op.
Niet alleen vanwege het verloop van het onderzoek naar de vermissing van Rodney Leysner, maar ook vanwege de terminologie die de politie daarbij gebruikt.
“Gehoord als persoon” is geen strafrechtelijke status
Het klinkt misschien als een onschuldige formulering, maar “verhoord als persoon” is geen strafrechtelijke status.
Binnen het strafrecht wordt iemand niet simpelweg “als persoon” verhoord. Afhankelijk van zijn positie in het onderzoek wordt iemand bijvoorbeeld als verdachte, getuige of deskundige gehoord.
Juist in een ernstig onderzoek als dit is het van wezenlijk belang dat duidelijk is vanuit welke hoedanigheid iemand wordt verhoord.
Daarom is het opmerkelijk dat de politie juist deze formulering meerdere malen gebruikte als verklaring voor het heenzenden van Torilal.
De vraag die daaruit onvermijdelijk voortvloeit, is: wat wist de politie op dat moment over Torilal en waarom was er volgens haar onvoldoende aanleiding om hem als verdachte aan te merken?
De feiten die toen al bekend waren
Dat is de vraag die de samenleving bezighoudt, zeker wanneer we kijken naar de omstandigheden die inmiddels naar buiten zijn gebracht.
Rodney Leysner verdween op zaterdag 15 augustus. Hij had die dag een werkafspraak in het district Saramacca.
Ryan Torilal was volgens de beschikbare informatie een van de laatste personen met wie Leysner in verband met zijn verdwijning werd gezien. Bovendien is Torilal de ex-man van de directeur van Rudisa International NV Warsha Sardjoe, en volgens rondgaande informatie – de partner van Leysner.
Er was dus sprake van een persoonlijke relatie die, volgens de informatie die naar buiten is gekomen, verre van onbelangrijk was voor de context van deze zaak.
Daar komt bij dat er beeldmateriaal circuleert waarop Leysner en Torilal samen te zien en te horen zijn, kort voordat Leysner spoorloos verdween.
Dat alles maakt de vraag des te prangender waarom Torilal in eerste instantie niet als verdachte werd beschouwd.
Zes dagen later veranderde alles
Op vrijdag 21 augustus, bijna een week na de verdwijning, werd Torilal uiteindelijk wél formeel als verdachte aangemerkt.
Maar toen was hij weg.
Dat is misschien wel het meest pijnlijke element in deze zaak.
Want wanneer iemand die later als verdachte wordt aangemerkt in de eerste fase van een onderzoek de gelegenheid heeft gekregen om vrij rond te lopen, ontstaat automatisch de vraag of er cruciale tijd verloren is gegaan.
En tijd is juist bij een vermissingszaak van onschatbare waarde.
Een onderzoek kan worden verstoord. Sporen kunnen verdwijnen. Getuigen kunnen worden beïnvloed. Bewijsmateriaal kan worden vernietigd. En een verdachte kan vluchten.
Een auto die niet zomaar is verdwenen
Die zorgen worden nog groter door de manier waarop de auto van Rodney Leysner werd teruggevonden.
Het voertuig werd op 21 augustus aangetroffen in een moerassig gebied in Saramacca. De auto was uitgebrand, met zwaar materieel in elkaar gedrukt en vervolgens onder de modder begraven.
Dat is geen situatie die zich vanzelf voordoet.
Het vereist tijd, middelen, materieel en vooral de bewuste intentie om een voertuig en mogelijk bewijsmateriaal aan het zicht te onttrekken.
Wanneer een voertuig op een dergelijke manier wordt vernietigd en begraven, mag de samenleving verwachten dat rechercheurs alle mogelijke scenario’s onderzoeken en dat iedereen die aantoonbaar in de directe omgeving van het slachtoffer verkeerde, grondig wordt onderzocht.
Waarom kon hij vertrekken?
En precies daar wringt het.
Niemand beweert hiermee dat Torilal schuldig is. Het uitgangspunt van onze rechtsstaat blijft dat iemand onschuldig is totdat zijn schuld volgens de wet is bewezen.
Maar het recht op het vermoeden van onschuld betekent niet dat de politie geen vragen mag stellen, geen onderzoek mag doen of geen passende onderzoeksmaatregelen mag treffen wanneer daar aanleiding toe bestaat.
De samenleving vraagt daarom niet om een veroordeling van Torilal.
De samenleving vraagt om een verklaring.
Waarom werd iemand die later als verdachte werd aangemerkt, aanvankelijk heengezonden?
Welke informatie had de politie op dat moment?
Welke informatie ontbrak volgens de politie?
Welke onderzoeksstappen zijn toen gezet?
En misschien wel de belangrijkste vraag: heeft de politie op enig moment de ernst van de aanwijzingen rondom Torilal onderschat?
De indruk van ongelijke behandeling
Hier raakt deze zaak aan een veel groter maatschappelijk probleem: het vertrouwen in de rechtsstaat.
Wanneer een gewone burger wordt geconfronteerd met een strafrechtelijk onderzoek, verwacht de samenleving dat politie en justitie consequent en onafhankelijk handelen.
Maar zodra de indruk ontstaat dat iemand vanwege zijn maatschappelijke positie, financiële middelen, zakelijke connecties of invloed anders wordt behandeld, ontstaat er iets veel gevaarlijkers dan alleen twijfel over één politieonderzoek: dan ontstaat twijfel aan het systeem zelf.
In deze zaak vragen mensen zich daarom af of de politie opnieuw een hoofdverdachte heeft laten lopen omdat het zou gaan om iemand met geld, connecties en banden met een van de grote bedrijven van Suriname.
Dat is een ernstige vraag. Maar juist daarom moet zij worden onderzocht en beantwoord, niet weggewuifd.
Want als die indruk onjuist is, moet de politie in staat zijn om overtuigend uit te leggen waarom Torilal destijds niet als verdachte werd aangemerkt en waarom hij kon vertrekken, terwijl dre andere verdachten wel in verzekering zijn gesteld.
Geen beschuldiging, maar wel verantwoording
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen kritiek en beschuldiging.
Kritiek op het handelen van de politie betekent niet automatisch dat de politie corrupt is of bewust iemand heeft laten ontsnappen. Evenmin betekent het dat Torilal schuldig is aan de verdwijning van Leysner.
Maar wanneer de politie zelf bevestigt dat een persoon die later verdachte werd, eerder al was gehoord en vervolgens kon vertrekken, heeft de samenleving het volste recht om te vragen of dat optreden zorgvuldig en professioneel was.
En als het antwoord daarop “ja” is, dan moet de politie dat kunnen uitleggen.
Niet met algemeenheden.
Niet met de merkwaardige formulering “gehoord als persoon”, maar met feiten.
Waar is Rodney Leysner?
Ondertussen blijft één vraag alles overheersen: waar is Rodney Leysner?
Zijn voertuig is teruggevonden. Het voertuig is vernietigd en verborgen. Er zijn meerdere personen aangehouden. Een belangrijke verdachte is voortvluchtig.
Maar Rodney zelf is nog altijd niet gevonden.
Dat betekent dat het onderzoek alle aandacht, deskundigheid en transparantie verdient die een zaak van deze ernst vereist.
De samenleving heeft recht op antwoorden. Niet op speculatie, maar op feiten. Niet op politieke of maatschappelijke bescherming, maar op een onderzoek dat voor iedereen dezelfde maatstaf hanteert.
Als Torilal onschuldig blijkt, moet dat uit het onderzoek blijken.
Als hij schuldig blijkt, moet ook dat uit het onderzoek blijken.
Maar één ding mag in een rechtsstaat nooit afhankelijk zijn van geld, status, afkomst of zakelijke connecties: de manier waarop iemand door de wet wordt behandeld.
De politie moet het vertrouwen herstellen
De politie heeft in deze zaak niet alleen de taak om Rodney Leysner te vinden en de waarheid boven tafel te krijgen.
Zij heeft ook de verantwoordelijkheid om het vertrouwen van de samenleving in het onderzoek te behouden.
Dat begint met transparantie over de beslissingen die zijn genomen.
Waarom werd Torilal aanvankelijk heengezonden?
Welke aanwijzingen waren er toen?
Waarom werd hij pas zes dagen later als verdachte aangemerkt?
En waarom was hij op dat moment al voortvluchtig?
Dat zijn geen onredelijke vragen.
Dat zijn vragen die in een rechtsstaat gesteld móéten worden.
Want wanneer de politie zegt dat iemand “nog geen verdachte” was, terwijl diezelfde persoon enkele dagen later wél verdachte blijkt te zijn, mag de samenleving zich afvragen:
Wat heeft de politie in die zes dagen gemist?
E.G.
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







