• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Als Suriname 30 jaar lang goud had gespaard, was het land niet failliet te krijgen

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
26 augustus 2026 06:00
in Opinie
goud

Illustratiefoto

Hoe kan een land dat zelf goud heeft iedere keer failliet gaan? Vraagt u zich dit af?

Dit is geen vloek. Het antwoord is simpel: wanneer je een fietser in de cockpit plaatst van een Boeing-vliegtuig, dan krijg je dit.

Een land dat wil vliegen met een fietser aan het stuur in de cockpit. Een buschauffeur die piloot wil zijn in een Space-Shuttle-raket. Gaat dat ooit goed?

Suriname is in 51 jaar 370 miljoen procent armer geworden. Het waardeverlies van de SRD, koopkrachtverlies en armoede zijn uiteindelijk het symptoom van een veel groter probleem: “BIGI MOFO” en “DOMHEID” VAN DE SURINAAMSE LEIDERS en hun ADVISEURS, al 51 jaar lang!

En als je als volk iedere keer op de fietser stemt, moet je niet denken dat die Space-Shuttle gaat vliegen. Die fietser crasht die Space-Shuttle iedere keer!

Hoeveel goud wordt er jaarlijks meegenomen uit Suriname?

Rosebel en Newmont, de midden- en kleinschalige goudsector, dragen jaarlijks legaal en illegaal tonnen goud uit de Surinaamse bodem weg naar het buitenland.

Suriname, de ware El Dorado (El Dorado is een mythisch goudland dat volgens de legende in Zuid-Amerika zou hebben gelegen), hoe kan het dat je van faillissement naar faillissement gaat?

Hoe kan het dat het volk van zo’n rijk land nog steeds arm is, al 51 jaar dagelijks armer wordt?

Mis dit niet:

Nederland koppelt Suriname nog te vaak aan drugs ten koste van eerlijke Surinamers

Wanneer Surinamers Nederland boven hun eigen land plaatsen

Een land dat letterlijk goud uit zijn bodem haalt, maar er niet in slaagt een substantiële financiële reserve op te bouwen, moet uiteindelijk niet alleen zijn munt, maar vooral zijn denken en handelen ter discussie stellen.

Wat zou er vandaag met de Surinaamse dollar zijn gebeurd als opeenvolgende regeringen gedurende vijftien jaar consequent een deel van de nationale inkomsten hadden gebruikt om een substantiële nationale goudreserve op te bouwen, in plaats van een groot deel van de beschikbare middelen te laten verdwijnen in consumptie, overheidsuitgaven, schuldfinanciering en politieke prioriteiten?

Goud kun je niet bijdrukken als wc-papier

Er zijn economische discussies die blijven steken in cijfers over inflatie, wisselkoersen en begrotingstekorten, terwijl de werkelijke betekenis van die cijfers pas zichtbaar wordt wanneer men zich afvraagt welke keuzes een land gedurende meerdere decennia heeft gemaakt en welke alternatieven het onderweg bewust of onbewust heeft laten liggen.

De recente discussie over de rol van goud in het internationale financiële systeem, opnieuw aangezwengeld door de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent, biedt Suriname daarom een opmerkelijk moment van zelfreflectie.

Niet omdat Suriname morgen de klassieke goudstandaard zou moeten invoeren of omdat goud een wondermiddel zou zijn waarmee alle economische problemen kunnen worden opgelost, maar omdat goud een eigenschap bezit die voor een land met een geschiedenis van hoge inflatie, schulden en monetaire instabiliteit buitengewoon relevant is: goud kan niet worden bijgedrukt door een regering die meer uitgeeft dan zij verdient.

Bessent wees er recent op dat goud zelf geen begrotingstekort, oorlog of fiscale crisis kan creëren en dat juist die onafhankelijkheid van politiek en overheid het metaal historisch een bijzondere plaats heeft gegeven binnen het internationale monetaire systeem.

Voor Suriname zou dat aanleiding moeten zijn tot een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag die veel verder gaat dan de huidige goudprijs of de toekomstige olie-inkomsten.

Wat zou er vandaag met de Surinaamse dollar zijn gebeurd als opeenvolgende regeringen gedurende vijftien jaar consequent een deel van de nationale inkomsten hadden gebruikt om een substantiële nationale goudreserve op te bouwen in plaats van een groot deel van de beschikbare middelen te laten verdwijnen in consumptie, overheidsuitgaven, schuldfinanciering en politieke prioriteiten?

Niemand kan met zekerheid berekenen welke wisselkoers de SRD vandaag zou hebben gehad, omdat de waarde van een munt door veel meer factoren wordt bepaald dan alleen de omvang van de goudvoorraad.

Het is economisch wel verdedigbaar om te stellen dat een omvangrijke harde reserve de financiële weerbaarheid van Suriname had kunnen vergroten en daarmee een belangrijk deel van de kwetsbaarheid tegenover externe schokken en binnenlandse monetaire ontsporing had kunnen verminderen.

Het land dat goud uit de grond haalt, maar zijn rijkdom laat wegdragen

De fundamentele ironie van Suriname is dat het land beschikt over een van de meest voor de hand liggende natuurlijke bronnen voor reserveopbouw, terwijl het politieke systeem er gedurende tientallen jaren onvoldoende in is geslaagd om die natuurlijke rijkdom systematisch om te zetten in duurzame financiële slagkracht.

Goud is voor Suriname geen abstract financieel instrument dat ergens op een internationale beurs bestaat; het is een product dat daadwerkelijk in Suriname wordt gewonnen, geëxporteerd en verkocht, waardoor de vraag niet alleen luidt hoeveel goud het land produceert, maar vooral hoeveel van de waarde die uit dat goud voortkomt uiteindelijk wordt omgezet in nationaal vermogen dat meerdere generaties kan beschermen.

Daarbij moet een belangrijk onderscheid worden gemaakt tussen goud als exportproduct en goud als strategische reserve.

Wanneer goud wordt verkocht en de opbrengst vervolgens volledig wordt gebruikt voor lopende overheidsuitgaven, salarissen, subsidies, import of schuldendienst, heeft het land wel inkomsten gegenereerd, maar geen duurzaam financieel vermogen opgebouwd.

Wanneer een deel van die opbrengsten daarentegen wordt gebruikt om een reserve aan te leggen, verandert de aard van die rijkdom volledig, omdat de opbrengst van vandaag dan wordt omgezet in een financieel bezit dat niet onmiddellijk hoeft te worden uitgegeven en dat bovendien niet afhankelijk is van de toekomstige belastingcapaciteit van de overheid.

Dat is precies de gedachte die Suriname veel eerder had moeten ontwikkelen: grondstoffenrijkdom moet niet uitsluitend worden gezien als inkomstenbron, maar als een kans om nationale balanssterkte op te bouwen.

De waardeloze SRD, koopkrachtverlies en armoede zijn uiteindelijk het symptoom van een veel groter probleem: “BIGI MOFO” en “DOMHEID” VAN DE SURINAAMSE LEIDERS, al 51 jaar

Het is verleidelijk om de zwakte van de SRD uitsluitend te verklaren vanuit speculatie, importafhankelijkheid, internationale ontwikkelingen of het gedrag van wisselkantoren, maar daarmee wordt het belangrijkste probleem verhuld, namelijk dat het vertrouwen in een nationale munt uiteindelijk wordt bepaald door het vertrouwen dat burgers en bedrijven hebben in de economische discipline van de staat die die munt ondersteunt.

Een munt wordt niet waardevol omdat een regering dat op een persconferentie verklaart.

Zij wordt waardevol wanneer economische actoren ervan overtuigd zijn dat de overheid haar begroting onder controle houdt, dat de centrale bank haar monetaire verantwoordelijkheid serieus neemt, dat de internationale reserves voldoende zijn en dat toekomstige beleidsmakers niet voortdurend zullen proberen de financiële consequenties van eerdere keuzes door inflatie of devaluatie op de bevolking af te wentelen.

Juist daarom is de ontwikkeling van de SRD zo pijnlijk, omdat de verzwakking van de munt uiteindelijk veel meer vertelt over het gevoerde beleid dan over het papier waarop de biljetten zijn gedrukt.

Wanneer burgers hun spaargeld liever in euro’s of Amerikaanse dollars aanhouden, wanneer ondernemers prijzen voortdurend moeten aanpassen, wanneer vastgoed en andere activa steeds vaker als bescherming tegen inflatie worden gebruikt en wanneer werknemers merken dat hun salaris ieder jaar minder goederen en diensten kan kopen, ontstaat een proces waarin de nationale munt langzaam haar belangrijkste functie verliest: het vermogen om vertrouwen over de toekomst te vertegenwoordigen.

Een goudreserve had dat probleem niet automatisch opgelost, maar zij had wel een belangrijk element kunnen toevoegen aan de nationale financiële architectuur: een reserve die niet kan worden gecreëerd door monetair beleid en die daardoor een vorm van financiële discipline vertegenwoordigt die veel moeilijker door politieke besluitvorming kan worden uitgehold.

30 jaar goudreserveopbouw had de geschiedenis van Suriname veranderd

Stel dat Suriname 30 jaar geleden een wetenschappelijk onderbouwde nationale reservepolitiek had ingevoerd waarbij bijvoorbeeld een vast percentage van de opbrengsten uit goud, staatsinkomsten of toekomstige grondstoffenbaten jaarlijks werd gebruikt om fysiek goud aan te kopen, terwijl tegelijkertijd strikte regels zouden gelden voor het aanspreken van die reserve.

Het doel zou dan niet zijn geweest om de SRD formeel aan goud te koppelen, maar om naast buitenlandse valuta en andere reserves een harde strategische buffer op te bouwen die uitsluitend onder uitzonderlijke omstandigheden beschikbaar zou zijn.

Na 30 jaar zou Suriname dan niet alleen goud in de grond hebben gehad, maar ook een omvangrijke hoeveelheid goud op de balans van de staat of centrale bank, waardoor een gedeelte van de nationale rijkdom niet langer afhankelijk zou zijn geweest van de vraag of de volgende regering erin slaagt voldoende buitenlandse valuta te verdienen.

Een dergelijke reserve had bovendien kunnen functioneren als onderdeel van een breder sovereign wealth- of stabilisatiefonds, waarin goud, buitenlandse valuta en financiële activa gezamenlijk een buffer vormen tegen de enorme volatiliteit die kenmerkend is voor kleine grondstoffenafhankelijke economieën.

Het is daarbij belangrijk om niet te vervallen in de simplistische gedachte dat goud automatisch de waarde van de SRD had kunnen garanderen. Dat zou economisch onjuist zijn. Een land kan immers een enorme goudreserve bezitten en tegelijkertijd een slecht fiscaal beleid voeren.

Wat goud wél kan doen, is de kwaliteit van de nationale balans versterken, waardoor een regering beschikt over meer vermogen om crises op te vangen zonder onmiddellijk nieuwe schuld aan te gaan of monetair beleid te gebruiken om begrotingsproblemen te financieren.

De echte les van Bessent gaat niet over goud, maar over politieke discipline

Daarom is het interessant om de uitspraken van Bessent niet te interpreteren als een pleidooi voor een romantische terugkeer naar de negentiende-eeuwse goudstandaard, maar als een herinnering aan een veel fundamenteler principe: financiële systemen hebben uiteindelijk behoefte aan beperkingen die voorkomen dat politieke ambities onbeperkt kunnen worden gefinancierd.

Goud is interessant omdat het zelf geen begroting kan opstellen, geen verkiezingen hoeft te winnen en geen politieke druk kan voelen; het kan simpelweg worden aangehouden als reserve en daardoor fungeren als een vorm van vermogen buiten de directe consumptie van de overheid.

Voor Suriname ligt daarin een belangrijke les, vooral nu het land zich voorbereidt op toekomstige olie- en gasinkomsten.

Als de geschiedenis iets heeft geleerd, dan is het dat grondstoffenrijkdom zonder institutionele discipline gemakkelijk verandert in een bron van politieke uitgaven, schulden en afhankelijkheid.

De vraag zou daarom niet moeten zijn hoeveel geld Suriname straks uit olie kan halen, maar hoeveel van die toekomstige rijkdom uiteindelijk nog op de nationale balans staat wanneer de olieproductie over tientallen jaren begint af te nemen.

Suriname dreigt dezelfde fout met olie opnieuw te maken

De grootste economische vergissing zou zijn wanneer Suriname de toekomstige olie-inkomsten beschouwt als een enorme nieuwe begrotingspot waaruit onmiddellijk meer overheidsuitgaven, politieke projecten en consumptie kunnen worden gefinancierd.

De veel verstandigere strategie zou zijn om een aanzienlijk deel van die inkomsten buiten de directe begroting te plaatsen en onder strikte institutionele regels te investeren in buitenlandse financiële activa, goud, infrastructuur, onderwijs, technologie en productieve sectoren die ook na de olieperiode economische waarde blijven creëren.

Daarmee wordt de discussie over goud ineens een discussie over de toekomst van Suriname zelf. Want als wij vandaag terugkijken en constateren dat het land ondanks tientallen jaren van goudproductie geen financiële reserve heeft opgebouwd die in verhouding staat tot zijn natuurlijke rijkdom, dan moeten wij oppassen dat wij over twintig jaar niet hetzelfde zeggen over olie.

Dan hebben wij niet te weinig natuurlijke rijkdom gehad; dan hebben wij opnieuw gestemd op een fietser en een buschauffeur in de cockpit geplaatst van de Space-Shuttle, te weinig nationale discipline gehad om die rijkdom vast te houden.

Het echte faillissement is niet dat de SRD zwak werd, maar dat Suriname nooit rijkdom heeft leren bewaren

Daarom is de discussie over een mogelijke goudstrategie uiteindelijk veel groter dan de vraag of Suriname meer goud moet kopen. Zij gaat over de manier waarop een staat omgaat met tijdelijke rijkdom en permanente verantwoordelijkheid.

Een regering die goud, olie of andere natuurlijke hulpbronnen verkoopt en de opbrengsten vervolgens grotendeels consumeert, kan gedurende enkele jaren de indruk wekken dat zij economisch succesvol is, terwijl zij in werkelijkheid vermogen omzet in consumptie en daarmee toekomstige generaties met een steeds zwaardere rekening achterlaat.

Als Suriname vijftien jaar lang een consequent beleid had gevoerd waarin een substantieel deel van zijn goudrijkdom was omgezet in harde nationale reserves, gecombineerd met begrotingsdiscipline, een onafhankelijke centrale bank en verantwoord schuldbeheer, zou niemand vandaag kunnen garanderen dat de SRD tegenover de euro of de Amerikaanse dollar even sterk zou zijn gebleven.

Wat wel aannemelijk is, is dat Suriname financieel weerbaarder zou zijn geweest en dat het vertrouwen in de nationale balans groter had kunnen zijn.

De meest pijnlijke conclusie is daarom niet dat Suriname te weinig goud bezit, maar dat het land er onvoldoende in is geslaagd goud om te zetten in nationaal vermogen.

Wij hebben decennialang rijkdom uit de bodem gehaald en vervolgens vooral gekeken naar wat wij ermee konden uitgeven, terwijl de veel belangrijkere vraag had moeten zijn welk deel wij moesten bewaren om toekomstige generaties financieel sterker te maken.

En precies daar ligt de les voor de komende olie- en gasperiode: Suriname heeft geen nieuwe natuurlijke rijkdom nodig om rijk te worden; het heeft verstand nodig dat begrijpt dat echte rijkdom begint op het moment waarop een land besluit een deel van zijn inkomsten niet uit te geven.

Kies niet een buschauffeur om een Space-Shuttle te besturen, Suriname. 51 jaar Surinaamse geschiedenis is het bewijs: een rijk land dat arm is gemaakt door fietsers en buschauffeurs die in de cockpit zijn gezet om een Space-Shuttle te vliegen!

Dr. Ashwin Ramcharan

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Een kleine groep criminelen beschadigt al jarenlang het imago van een hele natie. Foto: Voertuig Koninklijke Marechaussee
Column

Nederland koppelt Suriname nog te vaak aan drugs ten koste van eerlijke Surinamers

Shashi Roopram wil meer Nederlandse vaderlandsliefde. Foto: SBS6/Nieuws van de dag
Column

Wanneer Surinamers Nederland boven hun eigen land plaatsen

Illustratiefoto.
Opinie

Geen woning, geen leerkracht, geen onderwijs voor kinderen binnenland

Waarom is minister Wijnerman nog niet ontslagen?
Opinie

Suriname hard op weg naar faillissement

Een ernstige notenallergie laat een Surinamer nadenken over vertrek naar Nederland. Foto: illustratief
Column

Ze woont graag in Suriname, maar haar notenallergie duwt haar richting Nederland

zwerver dakloos
Opinie

Dakloos, psychisch ziek en op straat

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws