De discussie over de aanwezigheid en activiteiten van mennonitische gemeenschappen in Suriname krijgt een nieuwe dimensie door recente onderzoeksjournalistiek van Mongabay, een internationaal mediaplatform dat zich richt op natuur, bossen, biodiversiteit en milieuvraagstukken.
In een 2026 gepubliceerd onderzoek beschrijft Mongabay hoe mennonitische gemeenschappen in Belize in de afgelopen decennia grote hoeveelheden landbouwgrond hebben verworven en hoe hun manier van organiseren en financieren hen in staat heeft gesteld snel uit te breiden.
Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met betrokkenen en onderzoek van tientallen kadastrale documenten.
De bevindingen zijn relevant voor Suriname, omdat mennonitische gemeenschappen en investeerders vanuit de regio de afgelopen jaren ook belangstelling hebben getoond voor grootschalige landbouwontwikkeling in het Surinaamse binnenland.
Grondverwerving als collectieve strategie
Volgens Mongabay kopen mennonieten in Belize niet uitsluitend als individuele boeren grond aan. Uit onderzochte documenten blijkt dat kerkelijke organisaties, trusts en aanverwante entiteiten worden gebruikt om grond gezamenlijk te verwerven en te beheren.
Door verschillende eigendommen onder collectieve structuren onder te brengen, kunnen gemeenschappen grote hoeveelheden grond controleren en gemakkelijker nieuwe grond aankopen.
Volgens Mongabay beschikken sommige gemeenschappen bovendien over eigen kredietverenigingen, waardoor zij toegang hebben tot financiering voor grondtransacties.
Deze werkwijze geeft de gemeenschappen volgens het onderzoek een aanzienlijk financieel voordeel ten opzichte van individuele kleinschalige boeren.
Grote grondposities bieden concurrentievoordeel
Mongabay beschrijft hoe mennonitische gemeenschappen in Belize grote percelen kunnen aankopen doordat financiële middelen worden gebundeld.
Een voorbeeld betreft de Spaanse Lookout-gemeenschap, die in 2022 een terrein van ongeveer 2.719 hectare verwierf in de Maya Forest Corridor. Deze corridor is juist aangewezen om belangrijke bosgebieden met elkaar verbonden te houden.
Volgens het onderzoek probeerden natuurbeschermingsorganisaties eveneens delen van het gebied aan te kopen, maar konden zij in sommige gevallen niet concurreren met de financiële slagkracht van de mennonitische gemeenschap.
Ontbossing blijft een belangrijk discussiepunt
De werkwijze heeft volgens Mongabay ook belangrijke milieugevolgen.
In Belize is ongeveer 20 procent van het bosareaal verloren gegaan tussen 2001 en 2025, oftewel meer dan 350.000 hectare.
Een aanzienlijk deel van de ontbossing wordt in verband gebracht met landbouwuitbreiding door mennonitische gemeenschappen.
Het onderzoek beschrijft onder meer een situatie waarin een mennonitische gemeenschap begon met het ontginnen van een aangekocht terrein voordat de vereiste milieueffectrapportage volledig was afgerond.
Volgens de aangehaalde documenten en rapportages leidde de ontwikkeling onder meer tot boskap, branden, vervuiling en de aanleg van wegen, bruggen en landbouwpercelen.
Daarbij moet worden benadrukt dat Mongabay niet stelt dat iedere mennonitische gemeenschap of ieder individu dezelfde werkwijze hanteert. Het onderzoek gaat specifiek over patronen die in Belize zijn vastgesteld.
“Wat we kennen”
Mongabay sprak ook met vertegenwoordigers van de mennonitische gemeenschap. Zij verwerpen het beeld dat zij per definitie geen rekening houden met het milieu.
Een leider uit Spanish Lookout omschreef de mennonitische benadering vooral als een economische en agrarische werkwijze: landbouw op grotere schaal is wat de gemeenschap goed kent en waarin zij zich door de jaren heen heeft gespecialiseerd.
Andere vertegenwoordigers stellen dat mennonieten lessen hebben getrokken uit eerdere ervaringen en tegenwoordig meer aandacht hebben voor samenwerking met overheden en omliggende gemeenschappen.
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid: grootschalige landbouwontwikkeling is op zichzelf niet illegaal, maar moet plaatsvinden binnen de grenzen van de geldende grond-, milieu- en boswetgeving.
Ongelijke concurrentie met kleine boeren
Een ander aandachtspunt uit het Mongabay-onderzoek is de ongelijke concurrentie op de grondmarkt.
Volgens de onderzochte gegevens beschikken veel Belizeanen in gebieden rond mennonitische gemeenschappen over relatief kleine percelen.
Zij hebben vaak minder financiële mogelijkheden om grote stukken grond te kopen of landbouwactiviteiten op grotere schaal te ontwikkelen.
Door collectieve financiering en grote aankoopkracht kunnen mennonitische gemeenschappen volgens het onderzoek sneller grote percelen verwerven.
Dat roept een bredere vraag op die ook voor Suriname relevant is: hoe voorkomt de Staat dat kleinschalige boeren, lokale gemeenschappen en andere grondgebruikers uit de markt worden gedrukt wanneer kapitaalkrachtige groepen grote hoeveelheden grond verwerven?
Waarom Belize relevant is voor Suriname
De bevindingen uit Belize krijgen extra betekenis omdat Mongabay in augustus 2026 ook specifiek rapporteerde over de situatie in Suriname.
Volgens Mongabay heeft de Surinaamse regering inmiddels een taskforce ingesteld die onderzoek doet naar illegale occupatie en ontbossing ten behoeve van landbouw en veeteelt.
De taskforce bestaat volgens de berichtgeving uit onder anderen overheidsfunctionarissen, politie, juristen en boswachters.
President Jennifer Simons heeft volgens aangegeven dat de regering maatregelen wil nemen tegen personen die volgens de autoriteiten illegaal in het binnenland verblijven en bos hebben gekapt. Sommige mennonieten zouden inmiddels een deurwaardersexploot hebben ontvangen.
Eerdere plannen voor grootschalige mennonitische landbouw
Mongabay berichtte eerder over plannen om mennonitische landbouwgemeenschappen naar Suriname te brengen.
In 2023 werd volgens Mongabay gesproken over een pilot waarbij ongeveer 1.000 gezinnen vanuit Bolivia en mogelijk andere landen naar Suriname zouden worden verplaatst voor landbouwontwikkeling op maximaal circa 30.000 hectare. De plannen leidden tot maatschappelijke en milieubezwaren.
Daarnaast werd volgens Mongabay in 2023 en 2024 gewerkt aan plannen om ongeveer 467.000 hectare voornamelijk primair bos over te dragen van het ministerie dat verantwoordelijk was voor grondbeleid en bosbeheer naar het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij voor toekomstige agribusinessprojecten.
De regering heeft inmiddels afstand genomen van delen van deze eerdere plannen en wil volgens de berichtgeving opnieuw kritisch kijken naar het gebruik van deze gronden.
Suriname moet vooral lessen trekken
De discussie moet volgens de beschikbare informatie niet worden gereduceerd tot de vraag of mennonieten welkom zijn in Suriname.
De wezenlijke vraag is onder welke voorwaarden grootschalige landbouwontwikkeling in het binnenland kan plaatsvinden.
Als Suriname landbouwproductie wil verhogen en minder afhankelijk wil worden van voedselimport, zijn investeringen en kennis noodzakelijk.
Mennonitische boeren kunnen daarbij mogelijk een bijdrage leveren. Maar economische ontwikkeling mag niet betekenen dat primaire bossen zonder adequate vergunningen worden gekapt of dat milieueffectrapportages pas achteraf worden uitgevoerd.
Vergunningen moeten leidend zijn
De Surinaamse overheid heeft daarom een duidelijke taak: dezelfde regels moeten gelden voor iedere investeerder, onderneming, boer of gemeenschap.
Wanneer een activiteit vergunningplichtig is, moet die vergunning vooraf worden verkregen. Wanneer een milieueffectrapportage vereist is, moet deze worden afgerond voordat met activiteiten wordt begonnen. En wanneer gronden niet voor een bepaalde vorm van ontwikkeling zijn bestemd, moet de overheid dat ook daadwerkelijk handhaven.
De ervaringen uit Belize laten volgens Mongabay zien wat er kan gebeuren wanneer grote financiële slagkracht, snelle grondverwerving en gebrekkige handhaving samenkomen.
Suriname heeft weinig ruimte voor experimenten met zijn bos
Voor Suriname is de inzet bijzonder groot. Het land beschikt volgens Mongabay over ongeveer 93 procent bosbedekking en behoort tot de landen die netto meer CO₂ opnemen dan uitstoten.
Daarom kan het land zich geen beleid veroorloven waarbij grootschalige landbouwontwikkeling automatisch wordt gelijkgesteld aan ontbossing.
De uitdaging ligt juist in het vinden van reeds ontboste of gedegradeerde gebieden waar landbouw kan worden ontwikkeld zonder onnodige aantasting van primaire bossen.
Van mennonietenkwestie naar nationaal grondbeleid
De mennonietenkwestie zou uiteindelijk aanleiding moeten zijn voor een veel bredere discussie over het Surinaamse grondbeleid.
Wie krijgt toegang tot staatsgrond? Onder welke voorwaarden? Hoe groot mogen grondconcessies zijn? Hoe wordt gecontroleerd of de voorwaarden worden nageleefd? Welke bescherming krijgen kleine boeren en lokale gemeenschappen? En wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer een investeringsproject milieuschade veroorzaakt?
Dat zijn vragen die niet alleen betrekking hebben op mennonieten, maar op iedere grootschalige agrarische ontwikkeling in Suriname.
De lessen uit Belize zijn daarom vooral een waarschuwing: wanneer grondverwerving en economische schaalvergroting sneller gaan dan toezicht en regelgeving, kan de schade aan bossen en lokale gemeenschappen uiteindelijk moeilijk terug te draaien zijn.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







