In de SIAS-vergaderzaal van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is een bestuurlijke bijeenkomst gehouden over de institutionalisering van een duurzaam gendernetwerk binnen de overheid.
Tijdens de bijeenkomst stonden gendergelijkheid, versterking van de interdepartementale samenwerking en een structurele verankering van gender in het overheidsbeleid centraal.
Gendergelijkheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid
Namens het ministerie van Binnenlandse Zaken (BiZa) waren minister Marinus Bee en onderminister Kelvin Koniki aanwezig.
In zijn toespraak benadrukte onderminister Koniki dat gendergelijkheid niet uitsluitend een vrouwenkwestie is, maar een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving.
“Gendergelijkheid is niet het domein van de vrouw alleen, maar een maatschappelijke opdracht die ons allen aangaat en een permanente dialoog vereist, ook wanneer deze confronterend is.”
Volgens Koniki leveren vrouwen in verschillende geledingen van de samenleving en binnen uiteenlopende sectoren dagelijks een belangrijke bijdrage en tonen zij zich onmisbare leiders.
Hij riep de ministeries op om niet te blijven steken in reflectie, maar over te gaan tot concrete beleidsinterventies die bestaande belemmeringen wegnemen en daarmee bijdragen aan de verdere nationale ontwikkeling.
Gender als integraal onderdeel van overheidsbeleid
Hoofd van het Bureau Genderaangelegenheden (BGA), Shiefania Jahangier, lichtte tijdens de bijeenkomst de fundamentele uitgangspunten van gender en gendergelijkheid toe.
Zij benadrukte dat gender een transversale dimensie is die alle beleidsterreinen raakt. Dit geldt onder meer voor veiligheid, volksgezondheid en sociaal beleid.
Volgens Jahangier moeten gelijke kansen en gendergelijkheid daarom systematisch worden meegenomen bij zowel de formulering als de uitvoering van overheidsbeleid.
Ook de rol van de gender focal points (GFP’s) binnen de ministeries kwam aan de orde. In de huidige praktijk worden hun mandaat en beslissingsbevoegdheid volgens het BGA nog onvoldoende erkend. Dit vormt een belemmering voor een effectieve uitvoering van genderbeleid binnen de verschillende departementen.
Ieder ministerie krijgt een eigen gendernetwerk
BGA-onderhoofd Mireille Ngadimin presenteerde de verdere ontwikkeling van het gendernetwerk binnen de overheid.
Het netwerk wordt opgezet als een dynamische structuur die ruimte biedt voor verdere uitbreiding. Elk ministerie zal daarbij een eigen intern gendernetwerk inrichten.
Hierdoor kunnen departementen zelfstandig werken aan gendergelijkheid en de integratie van gender binnen hun eigen organisatie, beleidsvorming en uitvoering.
Het doel is om gender niet als een afzonderlijk beleidsthema te behandelen, maar als een integraal onderdeel van het functioneren van de overheid.
Digitaal platform voor kennisuitwisseling
Naast de interne gendernetwerken wordt gewerkt aan de oprichting van een gezamenlijk digitaal platform. Dit platform zal toegankelijk zijn voor alle leden van het gendernetwerk en moet fungeren als centraal knooppunt voor het delen van kennis, ervaringen en relevante informatie.
Het BGA zal hierbij voornamelijk een faciliterende en begeleidende rol vervullen. Daarmee wordt beoogd de verschillende ministeries meer verantwoordelijkheid te geven voor de eigen uitvoering van genderbeleid.
Versterking samenwerking tussen ministeries
Na de inhoudelijke presentaties vonden gerichte discussies plaats over de verdere versterking van de interministeriële samenwerking.
Daarbij werd onder meer gesproken over de positie en het mandaat van gender focal points en over de praktische uitvoering van genderbeleid binnen de verschillende ministeries.
De deelnemers benadrukten het belang van duidelijke verantwoordelijkheden, betere samenwerking en voldoende ruimte voor gender focal points om hun taken daadwerkelijk uit te voeren.
Bevindingen werkgroepen vormen basis voor vervolgstappen
De bijeenkomst werd afgesloten met de presentatie van de bevindingen van de verschillende werkgroepen. Deze bevindingen vormen het vertrekpunt voor verdere afstemming en vervolgstappen.
Met de verdere uitbouw van het gendernetwerk wil de overheid komen tot een structurele en duurzame verankering van gendergelijkheid in zowel het overheidsbeleid als de uitvoering daarvan.






