De agro-industrie moet een belangrijke bijdrage leveren aan de voedselzekerheid, werkgelegenheid, economische groei en export van Suriname. Dat benadrukte president Jennifer Simons tijdens haar jaarrede voor het dienstjaar 2027 op woensdag 30 september.
Volgens het staatshoofd zal de ontwikkeling van de offshore olie- en gassector Suriname ingrijpend veranderen. De grote inkomsten uit deze sector vloeien volgens haar op dit moment echter nog niet naar de staatskas.
Tegelijkertijd waarschuwde zij voor mogelijke economische effecten van een toekomstige olieboom, waaronder stijgende voedselprijzen.
“Veel landen die een olieboom meemaken, krijgen te maken met verhoogde voedselprijzen als gevolg van toegenomen vraag en te weinig aanbod”, aldus president Simons.
Investeren in duurzame landbouwproductie
Tegen deze achtergrond richt het beleid voor 2027 zich volgens de president op het verhogen en verduurzamen van de agrarische productie. Suriname moet daarbij streven naar een grotere mate van zelfvoorzienendheid.
De regering wil hiervoor verder investeren in landbouwinstituten, capaciteitsversterking, infrastructuur en waterhuishouding. Daarnaast wordt ook ingezet op het stimuleren van andere vormen van productie.
Volgens Simons moeten de maatregelen bijdragen aan een sterkere binnenlandse productie en tegelijkertijd de economie beter voorbereiden op de veranderingen die de ontwikkeling van de olie- en gassector met zich kan meebrengen.
Financiering voor productie en ondernemerschap
Naast investeringen vanuit de overheid worden ook financieringsmogelijkheden via lokale banken voortgezet en verder uitgebreid.
De president wees onder meer op het NOFA-fonds voor de agrarische sector en het Productie Krediet Fonds (PKF), die samen met de Nationale Ontwikkelingsbank (NOB) zijn gelanceerd.
Via deze programma’s kunnen kleine en middelgrote ondernemingen onder gunstige voorwaarden financiering verkrijgen voor activiteiten in de productie van goederen en diensten en in de toerismesector.
Ook het Level-up Krediet, dat in samenwerking met de NOB is gelanceerd, wordt voortgezet. Jongeren tussen 18 en 27 jaar kunnen binnen dit programma een lening aanvragen tot maximaal SRD 400.000.
De financiering is onder meer bedoeld voor investeringen in productie, waardetoevoeging en verwerking. Daarbij gaat het onder andere om kleine productiebedrijven, creatieve ondernemingen, ICT-initiatieven en innovatieve projecten.
De verschillende financieringsprogramma’s zullen in 2027 worden voortgezet en verder worden uitgerold.
Klimaatverandering vraagt voorbereiding
In haar jaarrede koppelde president Simons de ontwikkeling van de agro-industrie eveneens aan de toenemende gevolgen van klimaatverandering. Volgens haar is klimaatverandering geen toekomstig probleem, maar een ontwikkeling die zich nu al manifesteert.
“Het gebeurt nu. Voor Suriname betekent dit dat wij ons moeten voorbereiden en onszelf weerbaar moeten maken. Niemand komt ons redden. Wij zullen zelf ons land en onze mensen weerbaar moeten maken”, benadrukte het staatshoofd.
De risico’s zijn volgens Simons aanzienlijk, mede omdat een groot deel van de Surinaamse bevolking in de laaggelegen kustvlakte woont.
Tegelijkertijd beschikt Suriname volgens haar over een belangrijk natuurlijk kapitaal: meer dan 90 procent van het land is nog met bos bedekt.
Bos als natuurlijk en economisch kapitaal
President Simons wees erop dat Suriname behoort tot de landen met een zeer grote bosbedekking en volgens haar tot de weinige koolstofnegatieve landen ter wereld behoort.
Het Surinaamse bos levert volgens het staatshoofd dagelijks een belangrijke bijdrage aan het mondiale klimaat. Daarom moet Suriname volgens haar maximaal gebruikmaken van de mogelijkheden voor klimaat- en biodiversiteitsfinanciering die internationaal beschikbaar zijn.
“Wij moeten daarom alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om de klimaat- en biodiversiteitsfinanciering die voor landen als Suriname beschikbaar is, naar Suriname te halen”, aldus Simons.
De wet Natuurbeheer speelt volgens haar in dit verband een belangrijke rol bij het beschermen en duurzaam beheren van het natuurlijke kapitaal van het land.
Suriname moet weerbaar worden voor veranderende wereld
Volgens president Simons ligt er een dubbele verantwoordelijkheid. Hoewel Suriname niet verantwoordelijk is voor het ontstaan van klimaatverandering, heeft het land volgens haar wel de verantwoordelijkheid om zich daarop voor te bereiden.
“Wij hebben het probleem van klimaatverandering niet veroorzaakt, maar wij hebben wel de verantwoordelijkheid om Suriname erop voor te bereiden. De wereld verandert. Wij moeten ervoor zorgen dat Suriname sterk genoeg is om die verandering op te vangen”, stelde het staatshoofd.
De regering wil daarmee economische ontwikkeling, voedselproductie en natuurbeheer nadrukkelijker met elkaar verbinden. De verdere ontwikkeling van de agro-industrie en het versterken van de klimaatweerbaarheid moeten in 2027 bijdragen aan een economie die beter voorbereid is op zowel de kansen als de risico’s van de komende jaren.
Bron: gov.sr






