Ik maak me steeds meer zorgen over het gebied in Charlesburg, in het verlengde van de Jozef Israëlstraat in Paramaribo, dat vroeger bekendstond als “Lande”, een voormalige vuilstortplaats waar jarenlang afval uit Paramaribo en omgeving is gedumpt.
Wat mij vooral bezighoudt is dat er vandaag de dag gewoon mensen wonen op die plek, terwijl er nog steeds veel onduidelijkheid lijkt te bestaan over de volledige staat van de bodem.
Onderzoek naar radioactieve straling
Hoe veilig is dat eigenlijk, en is er ooit onafhankelijk onderzoek gedaan naar mogelijke vormen van straling zoals natuurlijke achtergrondstraling, industriële straling, en vooral radioactieve straling uit eventueel achtergebleven bronnen in het afval?
Want we hebben het hier niet over een gewone open plek, maar over een locatie waar tientallen jaren lang op grote schaal grote hoeveelheden afval is gestort.
Huishoudelijk afval, mogelijk ook chemische resten en materialen waarvan niet altijd duidelijk is hoe ze zijn verwerkt.
In zulke situaties is het normaal dat er ernstige vragen ontstaan over bodemkwaliteit, grondwater en mogelijke gezondheidsrisico’s.
Chemische vervuiling is al zorgwekkend genoeg
Het eerste probleem dat voor de hand ligt, is chemische vervuiling. Zware metalen zoals lood, kwik en cadmium kunnen jarenlang in de bodem blijven zitten. Ook kunnen er stoffen in het grondwater terechtkomen die zich langzaam verspreiden.
Bouwen op voormalige vuilstortplaats niet zomaar toegestaan
In Nederland mag niet zomaar op een voormalige vuilstortplaats worden gebouwd omdat de bodem vervuild kan zijn met zware metalen, chemicaliën en schadelijke stoffen.
Er kunnen gezondheids- en veiligheidsrisico’s ontstaan.
Bouwen is alleen toegestaan nadat uitgebreid bodemonderzoek heeft aangetoond dat de risico’s beheersbaar zijn.
Vaak zijn dan saneringsmaatregelen nodig, zoals afdeklagen, gasafvoer en grondwatercontrole.
Pas wanneer deskundigen en bevoegde overheden hebben vastgesteld dat mens en milieu voldoende beschermd zijn, kan bouw worden toegestaan.
Dat alleen al is reden genoeg om kritische vragen te stellen over wonen op zo’n locatie.
Daarnaast kan er stortgas ontstaan door rottend afval, wat op termijn gevaarlijke situaties kan opleveren als het zich ophoopt onder bebouwing.
Maar ik vraag me ook iets anders af
Wat mij extra bezighoudt, is de vraag of er ooit serieus is gekeken naar mogelijke vormen van straling of radioactieve resten in dit gebied. Ik zeg niet dat het er is, maar ik vraag het me wel af.
In normale huishoudelijke afvalstromen kunnen in zeer kleine hoeveelheden bronnen voorkomen zoals oude rookmelders met radioactieve componenten, medische afvalresten uit ziekenhuizen en industriële meetapparatuur.
Dit zijn doorgaans lage niveaus, maar zonder degelijk historisch onderzoek en metingen kun je niet met absolute zekerheid zeggen wat er decennialang in zo’n stortplaats terecht is gekomen.
De kern van mijn zorg
Mijn grootste probleem is eigenlijk niet alleen wat er mogelijk in de grond zit, maar het gebrek aan duidelijke informatie.
Als er echt uitgebreid bodemonderzoek is gedaan, dan zou dat openbaar en duidelijk moeten zijn voor de bewoners. En als dat niet volledig is gebeurd, dan blijven er logische twijfels bestaan.
Want uiteindelijk gaat het hier om iets heel eenvoudigs. Mensen wonen op grond waarvan niet iedereen precies weet wat er onder zit.
En dat gevoel van onzekerheid, zeker bij een voormalige vuilstort, blijft moeilijk te negeren.
J. Kerto
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








