Ik ben boos.
Niet omdat er opnieuw cijfers naar buiten zijn gekomen over seksueel misbruik en mishandeling van kinderen in Suriname. Die cijfers zijn al schokkend genoeg.
Ik ben boos, omdat wij als samenleving blijkbaar hebben geleerd ermee te leven.
Meer dan 40.000 kinderen zouden jaarlijks slachtoffer zijn van seksueel misbruik of mishandeling. En volgens kinderarts Laurindo Kloof ligt het werkelijke aantal mogelijk zelfs hoger.
Laat dat even bezinken. Dat zijn geen statistieken. Dat zijn kinderen. Kinderen die elke dag met angst naar bed gaan. Kinderen die hun onschuld verliezen door toedoen van volwassenen die hen juist hadden moeten beschermen.
En wat doen wij?
Wij zwijgen.
Wij beschermen de verkeerde mensen
Het meest pijnlijke aan het verhaal van kinderarts Kloof vind ik niet eens het enorme aantal slachtoffers. Het is de reden waarom zoveel zaken nooit aan het licht komen.
Familie-eer.
Ik kan daar met mijn verstand niet bij.
Hoe kan de reputatie van een familie belangrijker zijn dan het leven van een kind? Hoe kan een kind dat eindelijk de moed vindt om te vertellen wat hem of haar is aangedaan, te horen krijgen dat het moet zwijgen omdat “de familie anders kapotgaat”?
Nee.
De familie is al kapot op het moment dat een kind wordt misbruikt.
De schande zit niet in de aangifte.
De schande zit in het misbruik.
En de grootste schande is misschien wel dat volwassenen soms bewust kiezen om de dader te beschermen in plaats van het slachtoffer.
Achter iedere gesloten deur kan een kind lijden
We blijven doen alsof seksueel misbruik iets is dat vooral door vreemden wordt gepleegd.
Dat is een gevaarlijke illusie.
Juist de mensen die een kind kent en vertrouwt, blijken volgens deskundigen vaak de daders te zijn. Achter de voordeur. Binnen families. Binnen de eigen omgeving.
Dat maakt deze misdrijven zo moeilijk zichtbaar.
Maar het maakt ons zwijgen niet minder ernstig.
Want zolang wij blijven zeggen: “Dat is een familiezaak”, geven wij daders precies de ruimte die zij nodig hebben om door te gaan.
Hoeveel kinderen zien wij niet?
Kinderarts Kloof zegt dat hij jaarlijks ongeveer 400 tot 500 slachtoffers behandelt.
Tegelijkertijd wordt gesproken over meer dan 40.000 slachtoffers per jaar.
Dat verschil houdt mij bezig.
Waar zijn die andere kinderen?
Wie luistert naar hen?
Wie gelooft hen?
Wie beschermt hen?
Of leven zij elke dag met hun geheim omdat niemand hen serieus neemt?
Dat zijn vragen waar wij ons als samenleving diep voor zouden moeten schamen.
Een kind dat zwijgt, zwijgt meestal niet vrijwillig
Kinderen worden niet geboren met schaamte over seksueel misbruik.
Die schaamte leren wij hen.
Door te zeggen dat zij moeten zwijgen.
Door hen niet te geloven.
Door te vragen wat zij zelf hebben gedaan.
Door hen weer naar dezelfde omgeving terug te sturen waar het misbruik plaatsvond.
Door volwassenen belangrijker te vinden dan kinderen.
Dat is geen bescherming.
Dat is verraad.
Een begeleidingscentrum is goed, maar het probleem is veel groter
Ik juich het initiatief toe om een begeleidingscentrum bij ’s Lands Hospitaal op te zetten. Kinderen verdienen professionele hulp op één plek, zonder van loket naar loket gestuurd te worden.
Maar laten we eerlijk zijn.
Als er werkelijk tienduizenden kinderen slachtoffer zijn, dan is één centrum niet voldoende.
Dit vraagt om een nationale aanpak.
Niet alleen vanuit de gezondheidszorg, maar ook vanuit onderwijs, justitie, politie, sociale zaken, religieuze organisaties, buurten en gezinnen.
Iedereen moet begrijpen dat seksueel misbruik van kinderen geen privékwestie is.
Het is een maatschappelijk probleem.
Luister naar kinderen
Misschien is de oproep van kinderarts Kloof wel de belangrijkste die wij vandaag kunnen horen.
Als een kind wil praten…
Laat het praten.
Onderbreek het niet.
Bagatelliseer het niet.
Word niet boos.
Bescherm het.
Zoek professionele hulp.
Want voor veel kinderen kost het ongelooflijk veel moed om voor het eerst te vertellen wat er is gebeurd.
Als wij op dat moment niet luisteren, leren wij dat kind dat de waarheid geen waarde heeft.
Ik wil niet dat wij hier volgende week alweer over zijn uitgepraat
Dat is misschien wel mijn grootste angst.
Dat wij ons vandaag even verontwaardigd voelen.
Dat wij dit artikel lezen.
Dat wij onze afschuw uitspreken.
En dat wij morgen weer doorgaan met ons leven.
Terwijl duizenden kinderen dat niet kunnen.
Hun trauma stopt niet wanneer het nieuws verdwijnt.
Hun nachtmerries verdwijnen niet omdat wij er niet meer over praten.
Hun pijn wordt niet minder omdat volwassenen het onderwerp ongemakkelijk vinden.
Genoeg is genoeg
Ik wil in een Suriname leven waar een kind belangrijker is dan familie-eer.
Waar slachtoffers direct worden geloofd.
Waar daders zonder aanzien des persoons worden vervolgd.
Waar scholen, kerken, buurten en gezinnen samenwerken om kinderen veilig te houden.
Waar zwijgen niet langer de norm is.
Want iedere keer dat wij wegkijken, verliest opnieuw een kind het vertrouwen in volwassenen.
En dat mogen wij nooit normaal gaan vinden.
Ephata Mijnals
Directeur UMA








