De recente onderschepping van duizenden kilo’s cocaïne door de Braziliaanse en Surinaamse autoriteiten is zonder twijfel een succes voor de rechtshandhaving. Maar achter deze successen schuilt een veel ongemakkelijkere werkelijkheid.
Suriname blijft gevangen in een internationale drugsstrijd die niet op zijn grondgebied is ontstaan, maar waarvan het wel steeds vaker de gevolgen draagt.
Dat roept een fundamentele vraag op: bestrijden we werkelijk het probleem, of beperken we ons tot het onderscheppen van de zoveelste lading terwijl het onderliggende systeem onaangetast blijft?
De wereldwijde drugsmarkt kent drie spelers
De internationale cocaïnehandel kan grofweg worden onderverdeeld in drie categorieën landen: producerende landen, doorvoerlanden en consumerende landen.
De producenten bevinden zich voornamelijk in Zuid-Amerika, waar de cocaplanten worden verbouwd en verwerkt tot cocaïne.
De grootste afzetmarkten bevinden zich echter duizenden kilometers verderop, in Noord-Amerika en Europa, waar de vraag naar cocaïne onverminderd hoog blijft en de winstmarges astronomisch zijn.
Suriname behoort niet tot de producerende landen. Toch bevindt het zich door zijn geografische ligging en historische verbindingen in een kwetsbare positie als doorvoerland.
De erfenis van de “War on Drugs”
Toen de Verenigde Staten onder president Ronald Reagan in de jaren tachtig de zogenoemde “War on Drugs” uitriepen, werden de controles richting Noord-Amerika steeds strenger. Drugskartels pasten zich daarop aan, zoals criminele organisaties altijd doen.
Europa werd aantrekkelijker. Niet alleen omdat de controles minder streng waren, maar vooral omdat de Europese markt koopkrachtig was en de vraag bleef groeien.
Daarbij kwamen voormalige koloniale verbindingen goed van pas. Landen als Suriname beschikten over vaste scheepvaart- en luchtverbindingen met Nederland en andere Europese bestemmingen. Daarmee ontstond een logistieke route die door internationale drugskartels steeds intensiever werd benut.
Suriname koos die rol niet. Die werd het land opgelegd door internationale ontwikkelingen, zwakke grenzen en de economische aantrekkingskracht van de miljardenhandel.
Een miljardenindustrie laat zich niet eenvoudig stoppen
Elke keer wanneer een partij cocaïne wordt onderschept, ontstaat begrijpelijk enthousiasme. De recente inbeslagname van ongeveer 2.000 kilogram cocaïne door de Braziliaanse federale politie nabij de Surinaamse kust en de onderschepping van 1.600 kilogram cocaïne door het Surinaamse Justitieel Interventie Team zijn indrukwekkende operaties.
Maar laten we eerlijk zijn.
Wanneer één transport wordt onderschept, vertrekken elders vaak meerdere nieuwe transporten. Internationale rapporten tonen al jaren aan dat de wereldwijde cocaïneproductie blijft stijgen, ondanks recordvangsten door politie- en douanediensten.
Dat is eenvoudig te verklaren.
De winsten zijn zo gigantisch dat onderscheppingen door criminele organisaties worden ingecalculeerd als bedrijfsrisico. Een verloren lading wordt gecompenseerd door meerdere succesvolle transporten.
Geen enkele nationale overheid beschikt over voldoende middelen om een markt met zulke enorme financiële belangen volledig uit te schakelen.
Suriname bestrijdt een internationale industrie met beperkte middelen
De prestaties van het Surinaamse Justitieel Interventie Team verdienen erkenning. Ook de samenwerking met buitenlandse partners wordt steeds professioneler.
Toch blijft de realiteit wrang.
Onlangs moesten de drie beschikbare kustwachtschepen aan de ketting worden gelegd omdat er onvoldoende financiële middelen waren voor onderhoud. Dat betekent dat een land met een uitgestrekte kustlijn en enorme maritieme grenzen tijdelijk nauwelijks over operationele capaciteit beschikte om smokkel over zee te bestrijden.
Dat gegeven staat in schril contrast met de vrijwel onbeperkte financiële middelen waarover internationale drugskartels beschikken.
Criminelen investeren in snelle boten, satellietcommunicatie, geavanceerde navigatieapparatuur en internationale logistieke netwerken. Overheidsdiensten moeten daar vaak tegenover staan met verouderd materieel, beperkte budgetten en een chronisch tekort aan personeel.
Europa blijft de grootste magneet
In discussies over drugssmokkel ligt de nadruk vaak op producerende- en doorvoerlanden. Minder vaak wordt gesproken over de landen waar de vraag ontstaat.
Zolang miljoenen gebruikers in Europa en Noord-Amerika cocaïne blijven kopen, blijft de internationale handel winstgevend.
Elke gram die op straat wordt verkocht, financiert een keten van geweld, corruptie, witwassen en georganiseerde criminaliteit die zich uitstrekt van Zuid-Amerikaanse productiegebieden tot havens in Europa.
Het is daarom moeilijk vol te houden dat de verantwoordelijkheid uitsluitend ligt bij landen als Suriname.
Internationale samenwerking moet meer zijn dan gezamenlijke operaties
De recente gezamenlijke acties van Brazilië, de Verenigde Staten en Suriname tonen aan dat internationale samenwerking noodzakelijk is.
Maar samenwerking mag niet beperkt blijven tot het delen van informatie of gezamenlijke onderscheppingen.
Wanneer landen als Suriname een cruciale rol vervullen in de internationale bestrijding van drugssmokkel, moeten zij ook structureel worden ondersteund met investeringen in kustbewaking, technologie, opleiding, rechtshandhaving en justitie.
Van een klein ontwikkelingsland verwachten dat het vrijwel alleen een miljardenindustrie bestrijdt, is niet realistisch.
De strijd tegen drugs begint bij de vraag
De uitspraak van het Openbaar Ministerie dat “Suriname geen veilige haven is voor buitenlandse criminelen” is belangrijk en terecht.
Maar die boodschap alleen zal internationale drugskartels niet afschrikken.
De werkelijkheid is dat de wereldwijde cocaïnehandel pas werkelijk zal afnemen wanneer niet alleen de aanvoer wordt aangepakt, maar vooral de vraag.
Zolang de consumptie in rijke landen blijft groeien, zullen producenten blijven produceren, kartels blijven investeren en zullen nieuwe smokkelroutes blijven ontstaan.
Suriname zal dan, ondanks alle inspanningen van politie, justitie en defensie, telkens opnieuw een schakel blijven in een internationale keten die veel groter is dan het land zelf.
De recente onderscheppingen bewijzen dat de Surinaamse autoriteiten waakzaam zijn. Ze bewijzen echter ook iets anders: de strijd tegen drugs wordt niet gewonnen met incidentele successen alleen.
Zonder een gezamenlijke internationale aanpak waarin producerende, doorvoer- én consumerende landen ieder hun verantwoordelijkheid nemen, blijft de oorlog tegen drugs vooral een oorlog zonder einde.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







