Waarom is Minister Wijnerman nog niet ontslagen? Waarom heeft de oppositie nog geen motie van wantrouwen tegen de minister ingediend? Waar wacht men op?
Het bewijs levert ze op een dienblad. Ze geeft geld uit van het volk, maar weet niet waarvoor, en ze kan geen bewijzen overleggen. Wat zou er gebeuren als dit gedrag van een minister van Financiën in een ander land zou plaatsvinden?
NDP heeft het in een jaar weer voor elkaar: USD 4,7 miljard schuld, 119% van het BBP
Een schuldenlast van 119%. De NDP heeft het weer voor elkaar: in één jaar tijd is er USD 1 miljard bijgekomen aan schuld. Er gaat niets nieuws aan geld binnenkomen, dus moet er de komende vier jaar worden bijgeleend, minstens USD 1 miljard per jaar.
Dus dat telt op tot 2030, wanneer de NDP de cockpit van de Surinaamse Space Shuttle verlaat: compleet gecrasht, met een schuldenlast die een nieuw record heeft bereikt. USD 4,7 miljard plus USD 1 miljard per jaar gedurende vier jaar betekent USD 4 miljard erbij, dus in totaal USD 8,7 miljard aan schuld.
Hoe gaat Suriname dit de komende vier jaar volhouden?
Hoe gaat deze regering de komende vier jaar de koopkracht stabiliseren en garanderen? Hoeveel loonsverhoging, kinderbijslag en AOV zal deze regering kunnen geven om te compenseren? En waar moet het geld vandaan komen?
LENEN! En nogmaals: LENEN!
Van wie gaan ze lenen? Onder welke condities?
Dit krijg je als je iedere keer een buschauffeur, dan een militair, dan een politieman en nu een arts in de cockpit van een Space Shuttle (racket) zet om een land als Suriname te laten besturen.
Laat duidelijk zijn: dit patroon zien we al 51 jaar. Buschauffeurs en andere praatjesmakers worden gekozen om de Surinaamse Space Shuttle te besturen.
Onkunde en demagogie regeren al 51 jaar, en geen enkele Surinaamse politieke partij of organisatie gaat hierin vrijuit.
Ook de VES, de zogenaamde Surinaamse economen en deskundigen, niemand gaat vrijuit, want ze ondersteunen iedere keer weer de buschauffeur in de cockpit, terwijl ze zelf ook niet weten hoe een Space Shuttle werkt.
Geen geld, maar vooral geen financieel plan
De regering heeft geen geld, maar vooral geen financieel plan. Als de staatsschuld opnieuw naar recordhoogte stijgt, betalingsachterstanden zich opstapelen en zelfs staatsbedrijven zonder actuele jaarrekeningen miljoenen per maand ontvangen, moet Suriname zich afvragen of het probleem nog wel een tijdelijk liquiditeitsprobleem is, of dat het land opnieuw langzaam richting een financiële afgrond wordt bestuurd.
Er zijn momenten waarop een regering niet langer kan volstaan met de geruststellende mededeling dat er hard wordt gewerkt aan hervormingen.
De cijfers op de achtergrond vertellen een heel ander verhaal en beginnen steeds nadrukkelijker te suggereren dat het fundamentele probleem niet uitsluitend bestaat uit een gebrek aan inkomsten, maar uit het ontbreken van een geloofwaardig financieel plan waarmee de overheid haar verplichtingen, uitgaven en schulden gedurende de resterende regeringsperiode daadwerkelijk denkt te kunnen beheersen.
De meest recente cijfers over Suriname zouden daarom iedere beleidsmaker en iedere burger ernstig moeten verontrusten.
De staatsschuld bedraagt volgens het ministerie van Financiën en Planning per juni 2026 ongeveer USD 4,7 miljard, oftewel circa 119 procent van het bruto binnenlands product.
Ondertussen lopen tegelijkertijd betalingsachterstanden bij staatsbedrijven op, essentiële nutsbedrijven wachten op betaling van de overheid en de staat maakt maandelijks ongeveer USD 2 miljoen over aan SLM, ondanks het feit dat het ministerie niet eens beschikt over de actuele jaarverslagen van de luchtvaartmaatschappij.
Wie deze afzonderlijke feiten naast elkaar legt, ziet een patroon dat veel ernstiger is dan een verzameling administratieve achterstanden.
Het beeld ontstaat van een overheid die voortdurend achter de financiële werkelijkheid aanloopt, die nieuwe regels en hervormingen aankondigt maar moeite heeft om die daadwerkelijk te implementeren, en die ondertussen verplichtingen moet blijven financieren zonder dat duidelijk wordt gemaakt uit welke structurele inkomsten deze uitgaven de komende jaren moeten worden betaald.
De vraag die daarom boven de politieke discussie zou moeten hangen, is niet alleen hoe hoog de staatsschuld vandaag is, maar vooral waar Suriname financieel zal staan wanneer deze regering over vier jaar haar volledige regeringsperiode heeft voltooid.
USD 4,7 miljard schuld, USD 1 miljard erbij in één jaar NDP-NPS: een ernstig alarmsignaal
De regering benadrukt terecht dat een staatsschuld van USD 4,7 miljard niet betekent dat dit volledige bedrag morgen moet worden afgelost, omdat staatsleningen verschillende looptijden hebben en sommige financieringen zich over tientallen jaren uitstrekken.
Dat is financieel-technisch correct, maar het mag niet worden gebruikt om de omvang van het probleem psychologisch kleiner te maken dan zij werkelijk is.
Het relevante punt voor de bevolking is immers niet of USD 4,7 miljard morgen moet worden terugbetaald, maar dat Suriname verplichtingen ter waarde van ongeveer 119 procent van zijn jaarlijkse economische productie heeft opgebouwd en tegelijkertijd moeite heeft om zijn dagelijkse financiële verplichtingen tijdig te voldoen.
Juist de combinatie van een zeer hoge schuldpositie en actuele betalingsachterstanden verdient daarom veel meer aandacht dan de looptijd van afzonderlijke leningen.
Een land kan immers een hoge schuld dragen wanneer daartegenover sterke inkomsten, productieve investeringen en voldoende financiële reserves staan.
Wanneer een overheid tegelijkertijd achterloopt met betalingen aan nutsbedrijven en zich genoodzaakt ziet staatsbedrijven rechtstreeks te financieren, ontstaat een veel fundamenteler probleem: de staat beschikt kennelijk onvoldoende over de structurele kasstromen om zijn verplichtingen op een normale manier te beheren.
De betalingsachterstanden vertellen meer dan de begrotingscijfers.
De betalingsachterstanden vertellen meer dan de begrotingscijfers
De ongeveer SRD 100 miljoen die de overheid volgens vicepresident Gregory Rusland nog aan de Surinaamse Waterleiding Maatschappij verschuldigd is, lijkt op het eerste gezicht misschien klein tegenover een staatsschuld van miljarden dollars. Maar juist zulke achterstanden zijn economisch interessant, omdat zij laten zien hoe een overheid haar financiële problemen door de economie heen verplaatst.
Wanneer ministeries hun water- en elektriciteitsrekeningen niet tijdig betalen, ontvangt de staat formeel misschien nog steeds de diensten waarvoor zij heeft begroot, maar de leverancier wordt vervolgens gedwongen de rekening voor te financieren. Daardoor houdt een nutsbedrijf minder middelen over voor onderhoud, investeringen en uitbreiding van zijn infrastructuur.
Daarmee verandert een overheidsachterstand uiteindelijk in een maatschappelijk probleem, want SWM en EBS kunnen hun investeringsprogramma’s niet onbeperkt uitvoeren wanneer de overheid zelf haar rekeningen niet betaalt.
De regering zegt vervolgens dat zij geld moet vrijmaken om de nutsbedrijven te helpen investeren, terwijl een deel van die financiële druk in werkelijkheid mede is veroorzaakt door het feit dat dezelfde overheid haar eigen verplichtingen niet tijdig nakomt.
Het is een vicieuze cirkel waarin de staat achterloopt, staatsbedrijven achterlopen en uiteindelijk de burger de rekening betaalt via slechtere dienstverlening, hogere tarieven of nieuwe overheidsschulden.
De gevaarlijkste zin van 2026, Wijnerman: “We hebben het jaarverslag niet”
Nergens wordt de bestuurlijke zwakte van de huidige financiële situatie misschien duidelijker dan bij SLM, waar de overheid ongeveer USD 2 miljoen per maand beschikbaar stelt om de maatschappij draaiende te houden, terwijl het ministerie van Financiën tegelijkertijd erkent dat het niet over de actuele jaarverslagen beschikt.
Wanneer een staat maandelijks miljoenen dollars beschikbaar stelt aan een onderneming waarvan de financiële verslaglegging niet actueel beschikbaar is, ontstaat een bestuurlijke situatie die vanuit het perspectief van iedere private investeerder buitengewoon moeilijk verdedigbaar zou zijn.
Op jaarbasis gaat het bij het huidige niveau om ongeveer USD 24 miljoen, terwijl de regering nog moet vaststellen hoeveel financiële steun SLM in voorgaande jaren precies heeft ontvangen en probeert eerdere bijdragen achteraf zoveel mogelijk als leningen te kwalificeren.
Daarmee ontstaat een fundamentele vraag die veel verder gaat dan SLM zelf: hoe kan een regering haar beperkte financiële middelen rationeel alloceren wanneer zij onvoldoende actuele informatie heeft over de financiële prestaties en verplichtingen van ondernemingen die zij met publiek geld overeind houdt?
Een overheid die werkelijk financieel in control is, zou precies moeten weten hoeveel geld naar ieder staatsbedrijf gaat, welke verplichtingen daartegenover staan, welke activa beschikbaar zijn, welke verliezen worden geleden en onder welke voorwaarden verdere financiering verantwoord is.
Wanneer dat inzicht ontbreekt, is extra financiering geen strategie, maar uitstel van een beslissing.
De Comptabiliteitswet wordt het excuus, terwijl het probleem veel groter is
De regering verwijst naar de implementatie van de Comptabiliteitswet 2024 en de noodzaak om de begrotingshuishouding te moderniseren, inclusief meerjarenplanning, nieuwe begrotingsregels, opleiding van medewerkers en technische aanpassingen binnen de ministeries.
Dat zijn op zichzelf verstandige hervormingen, maar het is moeilijk om niet de vraag te stellen waarom zulke fundamentele instrumenten voor financieel beheer niet allang volledig operationeel waren.
Een staat die midden in een schuldencrisis zit, kan zich eigenlijk geen jarenlange overgang veroorloven voordat hij beschikt over een betrouwbaar financieel meerjarenplan.
Juist wanneer de schuld al boven het jaarlijkse BBP uitstijgt, moet de overheid exact kunnen aangeven welke inkomsten zij de komende vier jaar verwacht, welke uitgaven structureel noodzakelijk zijn, welke verplichtingen vervallen, welke nieuwe leningen nodig zijn en op welk moment de schuldquote weer naar een houdbaar niveau moet worden gebracht.
Zonder zo’n plan blijft iedere begroting vooral een momentopname. En een land kan zijn toekomst niet besturen met momentopnames.
De NDP heeft dit eerder laten zien, en dat maakt de huidige ontwikkeling extra gevaarlijk
De financiële geschiedenis van de NDP-periode onder president Desi Bouterse en vicepresident Robert Ameerali, en later Ashwin Adhin, laat zien hoe snel een overheidsschuld kan escaleren wanneer uitgaven, leningen en structurele inkomsten uit balans raken.
Tussen 2010 en 2020 liep Suriname uiteindelijk een zware schuldencrisis in, waardoor latere regeringen werden geconfronteerd met herstructureringen en een zeer beperkte financiële manoeuvreerruimte.
Daarom is de huidige ontwikkeling politiek zo gevoelig. Een regering die zich presenteert als opvolger van die NDP-traditie kan zich geen tweede schuldenexplosie veroorloven zonder het risico te lopen dat de geschiedenis zich herhaalt.
Wanneer de staatsschuld nu al rond USD 4,7 miljard ligt en de regering de komende vier jaar gemiddeld ongeveer USD 1 miljard per jaar extra zou moeten lenen om bestaande verplichtingen, betalingsachterstanden en nieuwe uitgaven te blijven financieren, ontstaat theoretisch een schuldniveau van ongeveer USD 8,7 miljard aan het einde van de huidige regeringsperiode.
Dat bedrag is geen voorspelling en evenmin een vaststaand scenario; het is een eenvoudige rekensom op basis van de geschetste veronderstelling dat de staat jaarlijks netto ongeveer USD 1 miljard extra moet lenen.
Maar juist als waarschuwingsscenario is het buitengewoon relevant, omdat een schuldniveau van circa USD 8,7 miljard zou betekenen dat Suriname opnieuw een historisch record vestigt en daarmee precies de financiële discipline ondermijnt die de regering zegt te willen herstellen.
De echte vragen zijn: waar en bij wie gaat deze regering moeten lenen?
Het fundamentele probleem is dat nieuwe belastingen, verbeterde belastinginning, nieuwe wetgeving en hervormingen allemaal tijd kosten voordat zij substantiële extra kasstromen voor de overheid opleveren.
Wanneer de regering vandaag al betalingsachterstanden heeft, terwijl tegelijkertijd staatsbedrijven structurele ondersteuning vragen en de schuldendienst blijft doorlopen, ontstaat een liquiditeitsprobleem dat niet vanzelf verdwijnt omdat er op papier nieuwe inkomstenmaatregelen zijn aangekondigd.
Daarom dreigt de regering in de gevaarlijkste financiële reflex terecht te komen die een staat kan ontwikkelen: lenen om de periode tot de volgende lening te overbruggen.
Zolang nieuwe financiering beschikbaar blijft, kan de overheid de indruk wekken dat zij haar verplichtingen onder controle heeft, maar de werkelijkheid is dat iedere nieuwe lening toekomstige begrotingsruimte wegneemt, omdat rente en aflossingen later opnieuw moeten worden betaald.
Een regering die werkelijk financieel leiderschap wil tonen, moet daarom niet alleen vertellen welke hervormingen zij wil invoeren, maar vooral laten zien hoe zij de komende vier jaar zonder een nieuwe schuldenexplosie gaat financieren.
Suriname heeft al 51 jaar een groot geldprobleem en dat blijft voorlopig zo
Dat is uiteindelijk de hardste conclusie die uit de huidige cijfers kan worden getrokken. Suriname heeft natuurlijke hulpbronnen, toekomstige olie- en gasinkomsten, goudproductie, landbouwpotentieel, een strategische geografische ligging en een bevolking die economisch veel meer kan produceren dan de huidige cijfers suggereren.
Het probleem is daarom niet dat het land geen potentiële inkomstenbronnen heeft, maar dat de overheid onvoldoende overtuigend laat zien hoe zij die toekomstige inkomsten moet verbinden aan een structureel houdbare begroting.
Wanneer een regering tegelijkertijd een staatsschuld van USD 4,7 miljard draagt, betalingsachterstanden bij nutsbedrijven moet wegwerken, maandelijks USD 2 miljoen aan SLM verstrekt zonder over actuele jaarverslagen te beschikken en nog bezig is met de invoering van de instrumenten die nodig zijn voor een moderne begrotingshuishouding, dan is het niet langer voldoende om de bevolking gerust te stellen met de boodschap dat er hard wordt gewerkt aan hervormingen.
De bevolking brengt de offers en heeft recht op duidelijkheid.
Dat plan moet exact laten zien hoeveel Suriname de komende vier jaar verdient, hoeveel het structureel uitgeeft, hoeveel schuld moet worden afgelost, hoeveel nieuwe schuld noodzakelijk is, welke staatsbedrijven wel en niet levensvatbaar zijn, welke subsidies verdwijnen, welke investeringen doorgaan en vooral hoe wordt voorkomen dat de staatsschuld opnieuw explodeert.
Want als dat plan niet bestaat, resteert uiteindelijk maar één methode om de regering draaiende te houden: steeds opnieuw lenen.
En als Suriname werkelijk vier jaar lang gemiddeld ongeveer USD 1 miljard per jaar extra zou moeten lenen, ligt een staatsschuld van ongeveer USD 8,7 miljard aan het einde van deze regeringsperiode niet langer in het domein van politieke retoriek, maar als rekenkundig scenario levensgevaarlijk dicht bij de werkelijkheid.
Dan heeft de NDP, na de schuldenexplosie van het tijdperk Bouterse-Adhin, onder president Simons een nieuw historisch record gevestigd.
Dat zou geen financieel beleid zijn, maar financieel uitstelgedrag op nationale schaal. En wanneer een land zijn toekomst jarenlang financiert met leningen omdat het niet in staat is zijn inkomsten, uitgaven en verplichtingen structureel met elkaar in evenwicht te brengen, is de vraag niet meer óf Suriname opnieuw richting financiële insolventie beweegt, maar hoeveel tijd het nog heeft om die ontwikkeling daadwerkelijk te keren.
Waarom is minister Wijnerman nog niet ontslagen?
Waarom heeft de oppositie nog geen motie van wantrouwen tegen de minister ingediend? Waar wacht men op?
Het bewijs levert ze op een dienblad. Ze geeft geld uit van het volk, maar weet niet waarvoor, en ze kan geen bewijzen overleggen.
Wat zou er gebeuren als dit gedrag van een minister van Financiën in een ander land zou plaatsvinden?
Dr. Ashwin Ramcharan
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







