• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Wanneer is Surinaamse suiker weer verkrijgbaar in de winkels?

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
21 september 2026 03:00
in Opinie
'In Nederland denkt men soms nog dat er bijna niets te verkrijgen is in de supermarkt'. Foto: Illustratief

Illustratiefoto

Wanneer kunnen consumenten in Suriname weer een zak suiker kopen waarop daadwerkelijk staat dat de suiker in Suriname is geproduceerd?

Die vraag verdient meer aandacht dan een simpel antwoord over schappen in de supermarkt. Want Suriname heeft een lange geschiedenis met suikerriet.

Mariënburg, Zoelen, Voorburg, Alkmaar en andere plantages vormden ooit onderdelen van een omvangrijke suikerindustrie. Vandaag de dag is die industrie grotendeels verdwenen en zijn wij voor suiker aangewezen op import.

De vraag is daarom niet alleen wanneer de Surinaamse suiker terugkomt, maar vooral: waarom heeft het zo lang geduurd voordat wij serieus zijn gaan nadenken over de terugkeer van een sector die ooit onderdeel was van onze economie?

Mariënburg is niet zomaar een naam uit het verleden

Wie over Surinaamse suiker spreekt, kan nauwelijks om Mariënburg heen.

De centrale suikerfabriek in Mariënburg werd in 1882 door de Nederlandsche Handel-Maatschappij opgericht. De fabriek was bedoeld om suikerriet uit omliggende plantages te verwerken.

Plantages als Zoelen, Voorburg, Visserszorg en Alkmaar waren via een spoorverbinding met de fabriek verbonden. Daarmee ontstond feitelijk een geïntegreerde productieketen van landbouw, transport en verwerking.

De schaal was aanzienlijk. Rond 1920 werd volgens historische bronnen ongeveer 6.000 ton suiker geproduceerd. In 1918 produceerden Mariënburg en Zoelen samen ruim 5,6 miljoen kilogram suiker.

Mis dit niet:

Gelukkig faalt Suriname niet een beetje, maar faalt Suriname keihard

Diaspora gelooft niet meer in Surinaamse politici, maar waarom?

Dat verleden maakt de huidige situatie opmerkelijk. Suriname heeft niet alleen ooit suikerriet verbouwd; er bestond daadwerkelijk een industriële infrastructuur rondom het gewas.

De suikerindustrie verdween, maar de behoefte niet

De fabriek van Mariënburg werd uiteindelijk in 1986 gesloten. Daarmee kwam een einde aan een belangrijk hoofdstuk in de Surinaamse suikerindustrie.

De sluiting betekende echter niet dat de behoefte aan suiker verdween. Integendeel. Suiker bleef nodig voor huishoudens, bakkerijen, de voedingsmiddelenindustrie, horeca en andere ondernemingen.

Het verschil is dat Suriname de productie niet langer zelf verzorgde.

Een sector die ooit waarde toevoegde door landbouw én verwerking, werd vervangen door een importafhankelijk model.

Dat roept anno 2026 een fundamentele beleidsvraag op: is importafhankelijkheid voor een basisproduct als suiker werkelijk de enige realistische optie voor Suriname?

Er is inmiddels opnieuw een plan voor suikerproductie

Er is reden om de discussie opnieuw te voeren.

In december 2025 maakte Suriname Alcoholic Beverage (SAB) bekend initiatieven te ontwikkelen voor een hernieuwde suikerproductie in Suriname.

Volgens de berichtgeving wordt binnen SAB gewerkt aan verschillende ontwikkelingstrajecten en worden faciliteiten voor suikerproductie onderzocht. Ook werd gesproken over samenwerking met partners.

Nog interessanter is dat SAB eerder aangaf op termijn de kleinschalige suikerproductie opnieuw te willen opstarten om in de eigen behoefte aan grondstoffen te kunnen voorzien. Daarbij werd ook gesproken over samenwerking met Guyanese ondernemers.

Dat klinkt hoopgevend.

Maar tussen een plan voor suikerproductie en een zak lokaal geproduceerde suiker in de supermarkt zit een enorme afstand.

Dus: wanneer ligt Surinaamse suiker weer in de winkel?

Het eerlijke antwoord is: dat weten we nog niet.

In de publiek beschikbare informatie die momenteel beschikbaar is, wordt geen concrete productiedatum genoemd waarop Surinaamse kristalsuiker opnieuw op grote schaal aan consumenten zal worden aangeboden.

Dat onderscheid moeten wij ook maken.

Een bedrijf kan plannen hebben voor een productiefaciliteit. Er kunnen gesprekken met de overheid plaatsvinden. Er kunnen investeerders en buitenlandse partners worden gezocht. Er kan zelfs een begin worden gemaakt met suikerrietteelt.

Maar voordat een consument een lokaal geproduceerd pak suiker kan kopen, moeten meerdere schakels functioneren: grond, rietaanplant, landbouwtechniek, arbeidskrachten, mechanisatie, verwerking, raffinage, verpakking, kwaliteitscontrole, distributie en een economisch rendabele afzetmarkt.

Daarom zou het onverantwoord zijn om nu een jaartal te noemen alsof de herstart al vaststaat.

De echte vraag is: waar komt het suikerriet vandaan?

Een suikerfabriek alleen lost het probleem niet op.

Een fabriek heeft suikerriet nodig. En suikerriet vraagt om voldoende areaal, goede landbouwgrond, infrastructuur, waterbeheer, arbeidsorganisatie en een efficiënte oogst- en transportketen.

De historische Mariënburg-constructie laat juist zien hoe belangrijk die keten is. De fabriek was verbonden met omliggende plantages en beschikte over een systeem om het riet naar de verwerkingslocatie te brengen.

Dat is een belangrijke les voor een eventuele herstart.

Suriname moet niet beginnen met de vraag: “Waar zetten we een suikerfabriek neer?”

De eerste vraag zou moeten zijn:

“Hoe bouwen wij een complete, moderne en rendabele suikerrietketen?”

Suriname heeft ervaring, maar ervaring alleen is niet genoeg

Het is verleidelijk om te zeggen dat Suriname de sector eenvoudig kan herstellen omdat wij het vroeger al konden.

Dat is te gemakkelijk.

De wereld van landbouw en suikerproductie is veranderd. Moderne suikerproductie vraagt om mechanisatie, schaalgrootte, efficiënt waterbeheer, moderne verwerking en een concurrerende kostprijs.

Een eerdere analyse van de Wereldbank stelde dat Suriname geen commerciële suikerproductie meer had en wees onder meer op problemen rond landbouwomstandigheden, mechanisatie en economische haalbaarheid.

In 2013 probeerde Staatsolie op ongeveer 150 hectare suikerriet te telen met het oog op bio-ethanol, maar dat traject werd in 2015 beëindigd.

Dat is belangrijke informatie.

Het betekent dat de discussie niet uitsluitend moet gaan over nostalgie naar Mariënburg. Het moet gaan over de vraag of een moderne Surinaamse suikerindustrie economisch, technisch en ecologisch haalbaar is.

Waarom zouden wij eigenlijk weer suiker moeten produceren?

Omdat voedselproductie meer is dan alleen de vraag of een product goedkoper uit het buitenland kan worden gehaald.

Lokale productie kan werkgelegenheid creëren, landbouwgrond economisch benutten, verwerkingscapaciteit ontwikkelen en nieuwe waardeketens creëren.

Suikerriet kan bovendien meer opleveren dan alleen suiker. De geschiedenis van Mariënburg laat zien dat ook rum en melasse onderdeel konden zijn van de productieketen.

Dat betekent dat een moderne suikerrietstrategie breder zou kunnen worden bekeken: suiker, melasse, alcohol, energie en andere bijproducten.

Maar opnieuw geldt: dat zijn mogelijkheden, geen garanties.

Van landbouwgrond naar industriële waardeketen

Juist hier ligt volgens UMA een belangrijk punt.

Suriname spreekt regelmatig over landbouw als economische pijler, voedselzekerheid en lokale productie. Maar lokale productie betekent niet automatisch dat er sprake is van een complete lokale waardeketen.

Een boer die suikerriet verbouwt, is nog geen suikerproducent.

Tussen het veld en het winkelschap moet een hele economische keten functioneren.

Als Suriname werkelijk minder afhankelijk wil worden van import, moeten overheid en bedrijfsleven daarom verder kijken dan het beschikbaar stellen van landbouwgrond.

Er moet worden gekeken naar verwerking, financiering, technologie, opleiding, mechanisatie, kwaliteitsstandaarden, afzet en marktontwikkeling.

En wat gebeurt er met de oude plantages?

Daar ligt nog een andere interessante mogelijkheid.

Suriname beschikt over een omvangrijk plantage-erfgoed. Veel voormalige plantages hebben echter geen oorspronkelijke productiefunctie meer.

Sommige zijn onderdeel geworden van het cultureel erfgoed, andere zijn verwilderd of kennen complexe eigendoms- en boedelvraagstukken.

Dat betekent niet dat iedere historische plantage opnieuw een suikerplantage moet worden.

Integendeel.

De geschiedenis van slavernij en contractarbeid maakt een herstart van de plantage-economie bovendien maatschappelijk en ethisch complex. Een moderne suikerrietsector zou daarom niet simpelweg het oude systeem mogen kopiëren.

Als er een nieuwe sector komt, moet die gebaseerd zijn op moderne arbeidsrechten, fatsoenlijke inkomens, technologie, ondernemerschap, lokale participatie en transparante grondrechten.

Guyana laat zien dat suiker in de regio niet verdwenen is

Suriname is bovendien niet het enige land in de regio met een suikerverleden.

Guyana heeft nog steeds een suikerindustrie. Historische analyses van de Surinaamse plantagesector wijzen er eveneens op dat suiker in Guyana is blijven bestaan en dat de regio dus ervaring en kennis beschikt waarvan Suriname eventueel zou kunnen leren.

Dat maakt samenwerking interessant.

Niet omdat Suriname simpelweg het Guyanese model zou moeten kopiëren, maar omdat regionale kennis beschikbaar is over rietproductie, verwerking, mechanisatie en de bredere suikerwaardeketen.

Wat moet de regering nu eigenlijk duidelijk maken?

Als de overheid serieus achter lokale suikerproductie staat, zou de samenleving meer moeten weten dan dat er gesprekken en plannen zijn.

Wanneer wordt de eerste hectare opnieuw aangeplant?

Hoeveel hectare is minimaal nodig voor een rendabele productie?

Waar wordt het suikerriet geteeld?

Wie wordt eigenaar van de productiegrond?

Welke fabriek gaat het riet verwerken?

Wordt de suiker wit, bruin of beide?

Is de productie bedoeld voor de lokale markt of ook voor export?

Hoeveel banen kunnen worden gecreëerd?

Welke investeringen zijn nodig?

Welke rol speelt de overheid?

En vooral: wanneer verwacht men daadwerkelijk het eerste pak Surinaamse suiker in een winkel te kunnen leggen?

Op die laatste vraag ontbreekt vooralsnog een concreet publiek antwoord.

Niet opnieuw beginnen zonder een haalbaarheidsstudie

Suriname heeft in het verleden al verschillende landbouwambities gekend die uiteindelijk niet tot een duurzame industriële sector hebben geleid.

Daarom zou een nieuwe suikerindustrie niet uitsluitend op enthousiasme of nostalgie mogen worden gebouwd.

Er is behoefte aan een actuele, onafhankelijke haalbaarheidsstudie waarin onder meer grondgeschiktheid, klimaat, waterbeheer, mechanisatie, productiviteit, investeringskosten, energiegebruik, arbeidskosten, marktprijs, importconcurrentie en mogelijke afzet van bijproducten worden doorgerekend.

De Wereldbank wees eerder al op de economische uitdagingen van suikerproductie in Suriname en op de mogelijke moeilijkheden met mechanisatie en kostenefficiëntie.

Een nieuwe studie zou daarom moeten beantwoorden wat in 2026 anders is dan tien of twintig jaar geleden.

De supermarkt is het eindpunt, niet het begin

Misschien moeten wij de vraag daarom anders stellen.

Niet: Wanneer kunnen wij weer Surinaamse suiker kopen?

Maar:

Welke landbouw- en industriestrategie is nodig om ervoor te zorgen dat Suriname over enkele jaren structureel eigen suiker kan produceren?

Want het pak suiker in de winkel is slechts het eindresultaat.

Daarachter staan duizenden hectares landbouwgrond, landbouwers, machines, fabrieken, transporteurs, technici, arbeidskrachten, financiers, kwaliteitscontroleurs en ondernemers.

De geschiedenis van Mariënburg bewijst dat Suriname ooit in staat was een dergelijke keten op te bouwen. De huidige plannen van SAB laten zien dat er opnieuw belangstelling bestaat om suikerproductie terug te brengen.

Maar tussen belangstelling en daadwerkelijke productie ligt nog een lange weg.

Ben M.D.

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Ik ben niet weggegaan omdat ik Suriname haat
Column

Gelukkig faalt Suriname niet een beetje, maar faalt Suriname keihard

aantal zetels juiste zetelverdeling
Column

Diaspora gelooft niet meer in Surinaamse politici, maar waarom?

Vissen
Opinie

Suriname moet duidelijkheid krijgen over de oorsprong van geïmporteerde vis

Illustratiefoto Mennonieten.
Opinie

Mennonieten, aandelen en duizenden hectares

kippen
Opinie

H5-vogelgriep in Suriname: de vraag is niet alleen wat er met de kip gebeurt, maar wat dit voor de mens betekent

Huisvuil blijft liggen in Paramaribo en zorgt voor groeiende overlast
Column

Wat bezielt vuilniswagenmedewerkers om afval precies voor huizen te persen?

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws