De uitspraak van VHP-parlementariër Krishna Mathoera dat de regering niet alleen de Mennonieten, maar ook de organisaties achter hun komst naar Suriname moet aanpakken, verdient serieuze aandacht.
Haar oproep raakt aan een fundamentele kwestie: wie heeft hun komst georganiseerd, wie heeft deze mogelijk gemaakt en onder welke voorwaarden?
Maar haar uitspraak roept ook een ongemakkelijke vraag op: waar was zij, Mathoera, zelf toen deze ontwikkeling zich onder de regering-Santokhi voltrok?
De discussie mag niet uitsluitend over de Mennonieten gaan. Zij zijn immers niet zelfstandig vanuit het niets in Suriname terechtgekomen.
Achter hun komst staan organisaties, bemiddelaars en mogelijk bestuurlijke afspraken. Wie heeft hen benaderd? Wie heeft hun komst gefaciliteerd?
Wie heeft afspraken gemaakt over grondgebruik, vestiging en landbouwactiviteiten? En vooral: welke rol heeft de Surinaamse overheid daarin gespeeld?
De samenleving heeft recht op antwoorden. Geen politieke verklaringen, maar feiten, documenten en volledige openheid.
Niet alleen de uitvoerders, ook de organisatoren
Wanneer er twijfels bestaan over de rechtmatigheid van de komst en activiteiten van de Mennonieten, mag het onderzoek zich niet beperken tot degenen die zich in Suriname hebben gevestigd. Ook de organisaties, financiers en tussenpersonen die hun komst hebben gefaciliteerd, moeten worden onderzocht.
Als wetten zijn overtreden, moet iedereen die daarvoor verantwoordelijk is, ter verantwoording worden geroepen. Politieke invloed, financiële macht of buitenlandse connecties mogen geen bescherming bieden. Dat betekent niet dat organisaties bij voorbaat schuldig zijn.
Ook de suggestie van mensensmokkel vereist concreet juridisch bewijs. Maar juist daarom is onafhankelijk onderzoek noodzakelijk. Wie heeft welke rol gespeeld? Welke afspraken zijn gemaakt? En zijn de wettelijke procedures gevolgd?
Waar was de overheid?
De belangrijkste vraag is misschien niet eens wat de organisaties hebben gedaan, maar wat de overheid wist en welke toestemming zij heeft verleend.
Een regering kan niet enerzijds verantwoordelijk zijn voor het beheer van het nationale grondgebied en anderzijds doen alsof ontwikkelingen van deze omvang buiten haar gezichtsveld hebben plaatsgevonden.
Als afspraken zijn gemaakt over gronduitgifte, vestiging en landbouwactiviteiten, moet duidelijk worden wie deze heeft goedgekeurd, op welke wettelijke grondslag dat gebeurde en welke voorwaarden eraan verbonden waren.
Ook moet worden onderzocht of de belangen van de plaatselijke bevolking, inheemse gemeenschappen en andere rechthebbenden voldoende zijn beschermd. Surinaamse grond is geen vrij beschikbaar bezit waarover achter gesloten deuren afspraken kunnen worden gemaakt zonder maatschappelijke en parlementaire controle.
Mevrouw Mathoera, wat wist u als minister?
Hier wordt de uitspraak van Mathoera politiek bijzonder interessant. Zij was van 2020 tot 2025 minister van Defensie in de regering-Santokhi. Daarmee maakte zij deel uit van de ministerraad waaronder de voorbereidingen voor de komst van de Mennonieten plaatsvonden.
Dat gegeven kan niet buiten beschouwing blijven wanneer zij vandaag de huidige regering oproept de organisaties achter deze ontwikkeling aan te pakken.
Daarom zijn enkele vragen onvermijdelijk.
Was u als minister op de hoogte van de plannen om Mennonieten naar Suriname te halen?
Wist u welke organisaties daarbij betrokken waren en welke afspraken met hen werden gemaakt?
Is deze kwestie binnen de ministerraad besproken?
Heeft u destijds vragen gesteld over de gevolgen voor het milieu, de nationale belangen en de rechten van inheemse en tribale gemeenschappen?
Als u op de hoogte was:
Welke positie heeft u toen ingenomen?
Heeft u eventuele bezwaren kenbaar gemaakt?
En als u niet op de hoogte was:
Hoe verklaart u dan dat een ontwikkeling met mogelijk verstrekkende gevolgen voor Suriname buiten uw kennis als minister is gebleven?
Dit zijn geen persoonlijke aanvallen, maar legitieme vragen over politieke verantwoordelijkheid. Het zou te gemakkelijk zijn om vandaag vanuit de oppositie anderen ter verantwoording te roepen zonder inzicht te geven in de eigen rol tijdens de vorige regeringsperiode.
Politieke verantwoordelijkheid is geen jas die men uittrekt zodra men de ministerspost verlaat.
Wie vandaag transparantie van anderen verlangt, moet ook bereid zijn openheid te geven over wat hij of zij gisteren wist, deed of naliet. Dat is een kwestie van bestuurlijke integriteit.
Wie beschermt de rechten van de oorspronkelijke bewoners?
De discussie over de Mennonieten mag niet los worden gezien van de bredere problematiek rond grondrechten en de bescherming van het Surinaamse grondgebied.
Vooral de rechten van inheemse en tribale gemeenschappen verdienen bijzondere aandacht. Hun traditionele woon- en leefgebieden mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan economische ambities of afspraken met buitenlandse organisaties.
Buitenlandse investeringen kunnen Suriname economische voordelen opleveren, maar ontwikkeling mag nooit een vrijbrief zijn om wettelijke procedures, bestaande rechten en maatschappelijke belangen te negeren.
De regering moet duidelijk maken welke gronden bij deze kwestie betrokken zijn, welke rechten daarop rusten en of alle wettelijke procedures correct zijn gevolgd.
De Nationale Assemblée mag geen toeschouwer zijn
De Nationale Assemblée moet haar controlerende taak serieus nemen. Parlementaire controle is geen formaliteit, maar een essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat.
De regering moet het parlement inzicht geven in de gemaakte afspraken, verleende vergunningen, betrokken organisaties en het toezicht daarop. Er moeten documenten, feiten en een controleerbare tijdlijn op tafel komen.
Daarbij mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de huidige en vorige regering. Als onder Santokhi afspraken zijn gemaakt die vragen oproepen, moeten die eveneens worden onderzocht. En als de regering-Simons tekortschiet, moet ook zij daarop worden aangesproken.
Goed bestuur betekent dat niemand boven controle staat, ongeacht politieke kleur of machtspositie.
Geen selectieve verontwaardiging
De Mennonieten mogen niet als gemeenschap tot zondebok worden gemaakt. Niet iedere Mennoniet is verantwoordelijk voor eventuele onrechtmatige handelingen van organisaties of individuen. Schuld moet op basis van feiten en bewijs worden vastgesteld.
Maar dezelfde rechtsstaat vereist dat organisaties en overheidsfunctionarissen die mogelijk betrokken zijn bij onrechtmatige besluitvorming, niet buiten schot blijven.
De regering moet daarom onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de volledige keten achter hun komst: van de eerste contacten en financiering tot de grondtransacties, vergunningen en bestuurlijke besluiten.
De uitspraak van Mathoera mag niet eindigen in een politieke woordenwisseling tussen coalitie en oppositie. Daarvoor zijn de belangen van Suriname te groot.
De regering-Simons moet openheid geven over wat er is gebeurd.
Maar ook Mathoera en andere voormalige bewindslieden moeten bereid zijn verantwoording af te leggen over hun eigen bestuurlijke verleden.
Suriname heeft geen behoefte aan selectieve verontwaardiging of politieke afrekening. Het land heeft behoefte aan transparantie, rechtszekerheid en bestuurders die begrijpen dat publieke verantwoordelijkheid niet ophoudt wanneer zij hun ambt verlaten.
Wie vandaag anderen ter verantwoording roept, moet ook bereid zijn zelf rekenschap af te leggen.
Want wie alleen de Mennonieten aanpakt, maar de organisatoren en eventuele verantwoordelijke bestuurders buiten schot laat, bestrijdt niet het hele probleem.
Suriname verdient geen politieke schijnvertoning, maar de waarheid. En die waarheid mag voor niemand een uitzondering maken.
R.A. Boldewijn, LLB
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







