De Vereniging van Exporteurs van Agrarische Producten in Suriname (VEAPS) heeft scherpe kritiek geuit op het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) naar aanleiding van berichten over groenten die mogelijk uit Suriname afkomstig zijn en in Europa zouden zijn afgekeurd vanwege te hoge concentraties pesticidenresiduen.
Volgens de vereniging neemt het ministerie een afwachtende houding aan, terwijl er al sinds 2019 concrete stappen zijn gezet om de voedselveiligheid en de export van verse groenten en fruit te verbeteren.
VEAPS vindt het onaanvaardbaar dat LVV zich beroept op het ontbreken van moderne pesticidenwetgeving om niet zelfstandig te kunnen optreden.
Volgens de vereniging zijn er al deskundigheid, eerdere actieplannen en wettelijke instrumenten aanwezig waarop kan worden voortgebouwd.
Export van groenten staat sinds 2019 onder strengere controle
Volgens VEAPS staat de export van verse groenten en fruit sinds 2019 onder verscherpt toezicht als gevolg van gewijzigde Europese regelgeving.
Daarbij gelden strenge eisen voor zowel de aanwezigheid van schadelijke insecten als de hoeveelheid pesticidenresiduen in landbouwproducten.
De vereniging wijst op de Maximale Residu Limiet (MRL). Dit is de wettelijk toegestane maximumhoeveelheid residuen van een bestrijdingsmiddel die op of in een voedingsproduct mag achterblijven.
Wanneer deze limiet wordt overschreden, kan een product worden afgekeurd. Overschrijdingen kunnen bovendien gezondheidsrisico’s opleveren en het vertrouwen in Surinaamse landbouwproducten aantasten.
Samenwerking tussen LVV en private sector bestond al
VEAPS stelt dat LVV vanaf 2019 samen met deskundigen uit de private sector, waaronder leden van VEAPS en de Federatie van Surinaamse Agrariërs, een traject heeft opgezet om aan de Europese eisen te voldoen.
Daarbij werd technische ondersteuning ingeroepen van COLEACP, tegenwoordig COLEAD. Met ondersteuning van deze organisatie werd een stappenplan ontwikkeld om Suriname voor te bereiden op een Europese audit in oktober 2019.
Tijdens die audit werden onder meer de werkzaamheden, procedures en protocollen van LVV en de afdeling Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen (NPPO) beoordeeld. Ook de pakhuizen van exporteurs werden geïnspecteerd. De bevindingen en aanbevelingen werden vastgelegd in rapporten.
Een belangrijk aandachtspunt was de invoering van een traceability-systeem, waarmee de herkomst en de productieketen van landbouwproducten kunnen worden gevolgd.
Producentencodering en GAP-trainingen
Een ander onderdeel van het traject was het trainen van landbouwers volgens de principes van Good Agricultural Practices (GAP). LVV begon in 2019 met deze trainingen in verschillende delen van het land.
Volgens VEAPS is de landbouwer primair verantwoordelijk voor het juiste gebruik van landbouwchemicaliën. Het ministerie heeft echter eveneens een belangrijke verantwoordelijkheid op het gebied van voorlichting, toezicht, controle en het beoordelen van toegestane en niet-toegestane bestrijdingsmiddelen.
De bedoeling van het producentencoderingssysteem was dat iedere teler van verse groenten en fruit een training zou volgen en vervolgens een producentencode van LVV zou ontvangen.
Daarmee zou de herkomst van producten beter traceerbaar worden en zou controle op de naleving van GAP-principes worden vergemakkelijkt.
VEAPS benadrukt dat een dergelijk systeem niet alleen van belang is voor de export, maar vooral ook voor de bescherming van consumenten op de binnenlandse markt.
NIVS moet centrale rol krijgen in voedselveiligheid
De vereniging wijst daarnaast op het belang van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS). Volgens VEAPS is een centrale nationale autoriteit noodzakelijk om meldingen over voedselveiligheid te coördineren en de samenwerking tussen overheidsdiensten, laboratoria en de private sector te versterken.
De Wet NIVS werd op 28 januari 2021 vastgesteld en gepubliceerd in Staatsblad 2021 no. 19. De wet voorziet in de bescherming van de voedselveiligheid en de oprichting van het instituut.
VEAPS stelt dat de implementatie daarvan onvoldoende voortgang heeft en verwijt de huidige leiding van LVV het proces te vertragen door aanpassing van de wetgeving na te streven.
De vereniging vindt dat de bestaande wet als uitgangspunt moet dienen om het instituut daadwerkelijk operationeel te maken.
LVV wijst op verouderde wetgeving en ontbrekende laboratoriumcapaciteit
De kritiek van VEAPS komt op een moment waarop LVV zelf heeft erkend dat het ministerie beperkingen ondervindt bij het toezicht op pesticidenresiduen.
In een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname op 29 oktober verklaarde waarnemend onderdirecteur Agri Health, Romarlisa Bisphan, dat de huidige Bestrijdingsmiddelenwet uit 1972 dateert en het ministerie onvoldoende wettelijke bevoegdheden biedt om zelfstandig op te treden.
Volgens Bisphan ligt sinds 2024 een wetsvoorstel voor een nieuwe pesticidenwet bij De Nationale Assemblée. Ook het gebouw voor het residulaboratorium is inmiddels opgeleverd, maar het laboratorium is nog niet operationeel. LVV verwacht dat dit in de eerste helft van 2027 het geval zal zijn.
Het ministerie heeft bovendien aangegeven dat het geen officiële melding uit Nederland heeft ontvangen over de mogelijke afkeuring van Surinaamse groenten.
In de berichtgeving werden kouseband met het fungicide carbendazim en sopropo met het insecticide acetamiprid genoemd. Volgens LVV staat nog niet vast of de betreffende producten daadwerkelijk uit Suriname afkomstig zijn.
VEAPS: eerdere actieplannen moeten worden opgepakt
De exporteursorganisatie vindt dat het ministerie niet opnieuw vanaf nul hoeft te beginnen. Volgens VEAPS heeft de samenwerking vanaf 2019 aangetoond dat met inzet van deskundigen, overheidsinstanties en de private sector concrete vooruitgang mogelijk is.
De vereniging uit ook kritiek op de beleidscontinuïteit na de regeringswisselingen van 2020 en 2025. Volgens haar zijn de GAP-trainingen na een aanvankelijke voortzetting stilgevallen en is het eerder ingezette beleid onvoldoende doorgezet.
VEAPS stelt dat voedselveiligheid geen ondergeschoven onderwerp mag zijn en dat deskundigheid en professionele samenwerking centraal moeten staan bij de aanpak van deze problematiek.
Bescherming van de consument moet vooropstaan
Voor VEAPS is de bescherming van de volksgezondheid de hoogste prioriteit. De vereniging maakt zich zorgen over mogelijk overmatig gebruik van pesticiden en combinaties van landbouwchemicaliën, in combinatie met onvoldoende voorlichting en controle.
De gevolgen kunnen verder reiken dan de exportsector. Wanneer producten met te hoge residugehalten op de binnenlandse markt terechtkomen, kunnen ook Surinaamse consumenten risico lopen.
VEAPS roept LVV daarom op om het actieplan uit 2019 te actualiseren en onmiddellijk concrete maatregelen te treffen.
Daarbij moeten voorlichting aan landbouwers, producentencodering, traceerbaarheid, controle op het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de verdere ontwikkeling van laboratoriumcapaciteit centraal staan.
De vereniging benadrukt dat consumenten recht hebben op veilig voedsel en dat exporteurs moeten kunnen vertrouwen op een betrouwbaar controlesysteem dat de reputatie van Surinaamse agrarische producten beschermt.
Het bestuur van VEAPS stelt tot slot dat het de afgelopen acht maanden herhaaldelijk om overleg met de minister van LVV heeft gevraagd, maar dat een gesprek tot op heden niet heeft plaatsgevonden. De vereniging wil dat er alsnog overleg komt om de bestaande knelpunten gezamenlijk aan te pakken.






