Het nieuws dat Surinaamse Nederlanders vanuit Nederland actie eisen tegen mogelijke milieuvervuiling in Suriname, heeft mij aan het denken gezet.
Een groep wil vrijdag een petitie aanbieden aan de Surinaamse ambassadeur in Den Haag en vraagt om maatregelen rond de zorgen over cyanide en kwik bij de goudwinning.
Aanleiding is de massale vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier.
Ik vind die betrokkenheid op zichzelf positief. Wie in Nederland woont maar familie, vrienden en een emotionele band met Suriname heeft, hoeft zich absoluut niet afzijdig te houden van wat er in het land gebeurt.
Maar waarom vanuit Nederland?
Toch blijft bij mij één vraag hangen. Waarom moet vanuit Nederland druk worden uitgeoefend om aandacht te vragen voor een probleem dat zich in Suriname zelf afspeelt?
Tegelijkertijd moeten we eerlijk blijven. Het is niet zo dat Suriname volledig stilzit. Ook in De Nationale Assemblee zijn deze week vragen gesteld over de onderschepping van vermoedelijk cyanide, de invoer van gevaarlijke chemicaliën en de vissterfte in de Saramaccarivier.
Bovendien staat de precieze oorzaak van de vissterfte nog niet definitief vast. Volgens eerder bekendgemaakte onderzoeksresultaten lagen de gemeten concentraties cyanide en kwik onder de gehanteerde normen.
Voorzichtig met conclusies
Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn met het presenteren van cyanide of kwik als bewezen oorzaak. Maar juist daarom is onafhankelijk, transparant en grondig onderzoek zo belangrijk.
De diaspora doet er goed aan Suriname kritisch te blijven volgen. De regering doet er verstandig aan die kritiek niet als bemoeizucht te beschouwen.
Want Suriname is van ons allemaal, ook van degenen die duizenden kilometers verderop wonen.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






