In de slepende strijd rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) valt één opmerkelijk patroon op: Wendy Jap-A-Joe heeft in verschillende rechtszaken zes leden van de Raad van Commissarissen (RvC) betrokken.
Het zevende lid, Samantha Gadjradj, de echtgenote van minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath, is buiten deze procedures gebleven. Dat blijkt uit berichtgeving over de rechtszaken.
Waarom wordt juist dit RvC-lid ontzien? Is dat een bewuste processtrategie, berust het op juridische overwegingen of speelt de persoonlijke relatie met de minister een rol?
Zonder bewijs kunnen we daarover geen definitieve conclusies trekken. Maar de vraag is legitiem en verdient een helder antwoord.
De schijn van belangenverstrengeling is niet te negeren
De positie van Gadjradj is extra gevoelig omdat haar echtgenoot zelf een rol speelde in de geschiedenis van de omstreden arbeidsovereenkomst van Jap-A-Joe. Monorath ondertekende het document in 2021 als toenmalige president-commissaris van de TAS.
Volgens artikel 4 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen worden de arbeidsvoorwaarden van de directeur echter door de bevoegde minister vastgesteld, nadat de RvC is gehoord en de Raad van Ministers goedkeuring heeft verleend.
De rechter heeft vastgesteld dat niet was gebleken dat de voorgeschreven procedure was gevolgd en heeft de overeenkomst voorlopig buiten werking gesteld. Een definitief oordeel over de rechtsgeldigheid moet nog volgen.
Dat roept een fundamentele vraag op: waarom werd de overeenkomst ondertekend door de toenmalige president-commissaris en niet door de minister die volgens de wet bevoegd was?
Welke besluiten, adviezen en goedkeuringen lagen daaraan ten grondslag? En wie draagt verantwoordelijkheid als blijkt dat de wettelijke procedure niet is gevolgd?
Zolang deze vragen onbeantwoord blijven, blijft ruimte bestaan voor vermoedens van bestuurlijke willekeur of politieke bevoordeling. Dat is geen bewijs dat partijloyaliteit de doorslag gaf, maar wel reden om volledige transparantie te eisen.
Politieke loyaliteit mag geen bescherming bieden
In de Surinaamse politiek is de verwevenheid tussen persoonlijke relaties, partijbelangen en publieke functies een terugkerend onderwerp van maatschappelijke discussie.
Als de politieke verbondenheid van Monorath en Jap-A-Joe met de ABOP een rol heeft gespeeld, maakt dat de zaak politiek gevoeliger. Het bewijst echter niet dat de arbeidsovereenkomst uit partijpolitieke overwegingen tot stand kwam.
Juist daarom moet de regering laten zien dat benoemingen, contracten en toezicht niet afhankelijk zijn van politieke connecties.
Publieke instellingen zijn geen verlengstuk van partijstructuren en toezichthoudende functies zijn geen instrument om vertrouwelingen te beschermen.
Gadjradj moet haar positie heroverwegen
Dat Gadjradj niet is gedagvaard, betekent niet automatisch dat zij juridisch iets verkeerd heeft gedaan. Maar de schijn van belangenverstrengeling kan het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de RvC aantasten.
Daarom zou zij haar positie moeten heroverwegen en zich vrijwillig moeten terugtrekken zolang de relevante vragen rond de overeenkomst en de rol van haar echtgenoot worden onderzocht.
Als zij aanblijft, moet ten minste duidelijk worden gemaakt hoe wordt voorkomen dat haar persoonlijke relatie invloed heeft op besluitvorming binnen de TAS.
De regering moet bovendien uitleggen welke regels gelden voor mogelijke belangenconflicten bij commissarissen en hoe daarop wordt toegezien.
Openheid is geen gunst, maar een verplichting
De TAS-affaire gaat inmiddels over meer dan de vraag wie directeur mag zijn. Zij raakt aan de geloofwaardigheid van toezicht, de rechtmatigheid van arbeidsvoorwaarden en het vertrouwen dat burgers mogen hebben in publieke instellingen.
De samenleving verdient daarom antwoorden, geen stilzwijgen. Publiceer de relevante besluiten en goedkeuringen, maak duidelijk wie bevoegd was de overeenkomst te ondertekenen en laat onafhankelijk onderzoeken of alle procedures zijn gevolgd.
Wie het vertrouwen in de rechtsstaat wil herstellen, moet niet alleen de wet volgen, maar ook iedere redelijke schijn van belangenverstrengeling wegnemen.
De vrouw van de minister hoeft niet bij voorbaat schuldig te worden geacht. Maar haar positie binnen de RvC kan evenmin buiten kritische beoordeling blijven.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







