De uitspraak in de juridische strijd rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) heeft de bestuurlijke positie van minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath in een ongemakkelijk daglicht geplaatst.
Hoewel de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van Wendy Jap-A-Joe niet definitief ongeldig heeft verklaard, is wel vastgesteld dat de overeenkomst voorlopig buiten werking moet blijven en dat de wettelijke benoemingstermijn van vijf jaar geen ruimte bood om zonder geldige grondslag als directeur aan te blijven.
Monorath was in zijn toenmalige functie van president-commissaris betrokken bij de ondertekening van de arbeidsovereenkomst waarop Jap-A-Joe zich beriep.
In dat contract staan onder meer een salaris van USD 4.000 per maand en bepalingen over langdurige opzegtermijnen en mogelijke uitbetalingen bij beëindiging.
Een rechterlijke uitspraak legt een ongemakkelijke vraag bloot
De rechter heeft vraagtekens geplaatst bij de naleving van de wettelijke procedure voor het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, maar heeft niet definitief geoordeeld dat het contract ongeldig is of dat er sprake was van onregelmatigheden.
Juist die nuance maakt de kwestie politiek gevoelig. De huidige minister bekleedt een sleutelpositie binnen de regering, terwijl zijn eerdere rol in een overeenkomst die nu onderwerp is van een juridisch geschil nader onderzoek vereist.
Dat bewijst geen schuld, maar roept wel vragen op over bestuurlijke verantwoordelijkheid, transparantie en de schijn van belangenverstrengeling.
Onschuldpresumptie is geen vrijbrief voor bestuurlijk stilzitten
Uiteraard geldt de onschuldpresumptie. Niemand mag schuldig worden verklaard voordat daarvoor een deugdelijke juridische grondslag bestaat.
Maar politieke verantwoordelijkheid is niet hetzelfde als strafrechtelijke schuld. Een bewindspersoon moet niet alleen rechtmatig handelen, maar ook het vertrouwen van de samenleving in het bestuur beschermen.
Daarom zou Monorath er verstandig aan doen om, zolang de bodemprocedure loopt en zijn rol bij de overeenkomst mogelijk aan de orde komt, tijdelijk een stap terug te doen. Dat hoeft geen erkenning van schuld te zijn.
Het kan juist een teken van respect voor de rechtsstaat zijn en voorkomen dat zijn ministeriële positie vragen oproept over de onafhankelijkheid en onbevangenheid waarmee de kwestie wordt behandeld.
De rechtsstaat vraagt ook om politieke moed
De rechter heeft ingegrepen om de bestuurlijke continuïteit van de TAS veilig te stellen. De juridische strijd over de arbeidsovereenkomst is echter nog niet definitief beslecht.
Zolang onduidelijkheid bestaat over de rechtsgeldigheid van het contract en de rol van de betrokkenen, is openheid noodzakelijk.
De regering kan niet enerzijds rechtsstatelijkheid en behoorlijk bestuur benadrukken en anderzijds doen alsof de politieke dimensie van deze kwestie niet bestaat.
Een tijdelijke terugtreding van Monorath uit zijn ministeriële verantwoordelijkheden, voor zover die de behandeling of beoordeling van deze zaak kunnen raken, zou ruimte scheppen voor een geloofwaardige afhandeling.
De vraag is niet of Monorath al schuldig is bevonden. Dat is niet het geval. De vraag is of hij, gezien zijn eerdere betrokkenheid, het publieke vertrouwen het beste dient door op zijn post te blijven alsof er niets aan de hand is.
Soms vraagt verantwoordelijkheid niet om wachten tot een rechter definitief oordeelt, maar om tijdig afstand te nemen om de rechtsstaat te beschermen.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







