Met de verwachte start van het Gran Morgu-project rond medio 2028 komt Suriname op een kantelpunt te staan.
Op basis van een olieprijs van USD 65 per vat zal de Staat naar verwachting circa USD 1 miljard ontvangen uit verschillende uitbetalingen.
Dat is geen marginaal bedrag, maar een financiële injectie die de economische koers van het land voor decennia kan bepalen.
Juist daarom is het zorgwekkend dat er tot op heden geen duidelijk en concreet plan lijkt te bestaan voor de besteding van deze middelen.
Het probleem is niet dat er geld komt. Het probleem is dat er geen visie zichtbaar is over wat ermee moet gebeuren.
De klassieke valkuil van grondstoffenrijkdom
De geschiedenis leert dat landen die plotseling beschikken over grote inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen vaak in dezelfde val trappen: korte termijn uitgaven, politieke druk om snel te leveren en het uitblijven van structurele investeringen.
Het risico van de zogenoemde “resource curse” is reëel, zeker in een economie die al kwetsbaar is en sterk afhankelijk van externe factoren.
Zonder duidelijke prioriteiten bestaat het gevaar dat de middelen versnipperd raken over projecten zonder samenhang of, erger nog, verdwijnen in inefficiëntie en bestuurlijke zwakte. Dat zou een gemiste kans zijn van historische proporties.
Diversificatie blijft een loze belofte
Al jaren wordt gesproken over economische diversificatie. Landbouw, toerisme, industrie en technologie worden steevast genoemd als sectoren met potentieel. Maar woorden alleen bouwen geen economie. Zonder een uitgewerkt investeringskader blijft diversificatie een abstract begrip.
De vraag is simpel: welke sector krijgt welk budget, binnen welk tijdsbestek en met welk meetbaar resultaat? Zolang deze vragen onbeantwoord blijven, is er geen sprake van beleid, maar van hoop.
Een bedrag van USD 1 miljard kan – mits strategisch ingezet – het verschil maken tussen stagnatie en groei. Denk aan gerichte investeringen in agrarische productieketens, versterking van het midden- en kleinbedrijf, innovatieprogramma’s en infrastructuur die economische activiteit daadwerkelijk ondersteunt. Maar dat vereist keuzes, en keuzes vereisen leiderschap.
Tijd voor transparantie en richting
Wat ontbreekt, is niet alleen een plan, maar ook transparantie over de denkrichting van de regering. Burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben recht op inzicht in hoe deze toekomstige inkomsten zullen worden beheerd. Dit gaat immers om nationale rijkdom.
Een nationale ontwikkelingsagenda gekoppeld aan deze olie-inkomsten is geen luxe, maar een noodzaak. Daarbij horen duidelijke doelstellingen, prioriteiten en controlemechanismen. Zonder deze elementen dreigt het vertrouwen in het bestuur verder af te nemen.
Het is later dan vijf voor twaalf
De oproep dat het “één voor twaalf” is, is misschien nog te mild geformuleerd. Beleidsontwikkeling, institutionele versterking en economische planning kosten tijd. Wachten tot de eerste miljarden binnenstromen is simpelweg te laat.
De regering moet nu handelen. Niet met algemene uitspraken, maar met een concreet, toetsbaar en breed gedragen plan. De ruimte om fouten te maken is klein, maar de impact van juiste keuzes is enorm.
Suriname staat op de rand van een unieke kans. De vraag is of het land die kans zal benutten – of opnieuw zal laten glippen.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








