Het klinkt logisch en bijna vanzelfsprekend. Wie in Suriname ruimte heeft rond het huis, zou volgens velen zelf groenten moeten planten.
De adviezen zijn bekend: het bespaart geld, geeft verse producten en maakt gezinnen minder afhankelijk van stijgende prijzen.
Toch merk ik in gesprekken binnen mijn eigen kring dat die gedachte in de praktijk veel minder breed leeft dan vaak wordt aangenomen.
Opvallend veel mensen met een ruime tuin voelen weinig tot geen drang om ermee te beginnen. Niet per se omdat ze het nut niet zien, maar omdat interesse simpelweg ontbreekt.
Voor sommigen voelt tuinieren als werk in plaats van ontspanning. Anderen zeggen eerlijk dat kennis ontbreekt of dat ze geen geduld hebben voor het proces.
Een vriendin zei me zelfs dat ze ook met veel meer vrije tijd nooit zou planten. Het zit gewoon niet in haar.
Meer dan gemak of vermeende luiheid
Juist daarom gaat het te ver om mensen snel als lui weg te zetten, iets wat geregeld wordt beweerd. Dat oordeel maakt van een complex vraagstuk een simpel moreel verwijt.
Maar menselijke keuzes worden niet alleen bepaald door arbeidsethos. Interesse, opvoeding, levensstijl en prioriteiten spelen ook mee. Wie nooit heeft geleerd te planten, zal er minder snel vanzelf aan beginnen.
Bovendien is gemak niet altijd oppervlakkigheid. Voor mensen met voldoende inkomen kan het rationeel zijn groenten gewoon te kopen. Waarom tijd investeren in iets dat voor hen geen hobby of noodzaak is.
Niet zwart wit maar cultureel en persoonlijk
De discussie raakt ook iets cultureels. Niet iedereen beleeft voldoening aan zelfvoorziening. Sommigen halen die juist uit andere activiteiten. Dat maakt hen niet minder verantwoordelijk of minder bewust.
Misschien moeten we daarom minder snel oordelen en meer erkennen dat niet iedereen dezelfde relatie heeft met grond, voedsel en tijd.
Zelf planten is waardevol, maar het moet een keuze blijven, geen morele maatlat waarmee anderen worden afgerekend. Dat maakt het debat eerlijker én realistischer.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







