President Jennifer Simons wil samen met het Suriname Business Forum (SBF) en betrokken ministeries binnen enkele maanden een concrete uitvoeringsagenda vaststellen om het ondernemingsklimaat te verbeteren.
Tijdens de opening van het jubileumjaar van het SBF, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan onder het thema ‘Sranan Kon’ makandra’, klonk opnieuw de belofte dat economische kansen moeten worden omgezet in tastbare resultaten.
De boodschap klinkt logisch, maar legt tegelijkertijd een hardnekkig probleem bloot: Suriname weet al jarenlang welke obstakels ondernemers tegenkomen, van bureaucratie en beperkte financiering tot gebrekkige toegang tot afzetmarkten.
De vraag is daarom niet alleen welke plannen er worden gemaakt, maar waarom deze knelpunten nog steeds op de agenda staan en wanneer ondernemers daadwerkelijk verbetering zullen merken.
Olie-inkomsten zijn geen garantie voor economische groei
President Simons benadrukte dat economische groei pas betekenis krijgt wanneer ondernemers kunnen investeren en burgers daarvan profiteren.
Hoewel de olie- en gassector nieuwe financiële mogelijkheden biedt, moet Suriname voorkomen dat de economie afhankelijk blijft van grondstoffeninkomsten.
Haar uitspraak dat een land niet alleen wordt opgebouwd door wat in de grond zit, maar vooral door de daadkracht en volharding van mensen, raakt de kern van de uitdaging.
Zonder een sterk lokaal bedrijfsleven, voldoende financiering en een concurrerende productiesector dreigen de economische kansen vooral mogelijkheden op papier te blijven.
Twintig jaar SBF: tijd voor zichtbare resultaten
Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin benadrukte de noodzaak van samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, vakbeweging en universiteit.
Hij herinnerde eraan dat het SBF in 2006 wettelijk werd ingesteld en riep het forum op om gedurende het jubileumjaar De Nationale Assemblée te informeren over knellende wetten en regels.
Dat olie-inkomsten pas banen, kennis en ondernemerschap opleveren wanneer daarvoor bewust beleid wordt gevoerd, is een belangrijk uitgangspunt.
Maar na twintig jaar bestaan mag ook worden gevraagd welke structurele verbeteringen het SBF heeft helpen realiseren en welke belemmeringen nog altijd onvoldoende worden aangepakt.
Vergunningen, financiering en local content
SBF-voorzitter Steven Debipersad pleit voor betere vergunningverlening, meer financieringsmogelijkheden en een sterkere aansluiting tussen lokale leveranciers en grote afnemers.
Ook ondernemerseducatie, kennis van regionale markten en de ontwikkeling van producten en diensten waarin Suriname uitblinkt, moeten bijdragen aan het binnenhalen van inkomsten.
President Simons noemt daarnaast modernisering van de investeringswetgeving, speciale economische zones, digitalisering en vereenvoudiging van overheidsprocedures.
Ook local content moet concreet worden uitgewerkt, zodat Surinaamse bedrijven daadwerkelijk kunnen profiteren van economische activiteiten, waaronder die in de olie- en gassector.
Van overleg naar controleerbare uitvoering
De regering wil samen met het bedrijfsleven investeren in beroepsopleidingen, kwaliteit en werkethiek, zodat jongeren beter toegang krijgen tot beschikbare banen.
Dat is noodzakelijk, maar opleiding alleen lost geen structureel tekort aan banen, kapitaal of zakelijke kansen op.
Een uitvoeringsagenda moet daarom meer bevatten dan goede voornemens: duidelijke deadlines, verantwoordelijke instanties, meetbare doelen en openbare voortgangsrapportages.
Suriname heeft niet alleen behoefte aan samenwerking, maar vooral aan aantoonbare uitvoering en verantwoording.
H. Smeltz
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







