Stel je een Surinaamse moeder voor die decennia geleden naar Nederland verhuisde, keihard werkte en schoolspullen en buskaartjes voor haar kinderen betaalde.
Haar dochter heeft inmiddels een goede opleiding, een koopwoning en een uitstekend salaris. Ook gaat ze twee tot drie keer per jaar op vakantie.
Maar moeder zelf moet iedere euro omdraaien.
Het is een denkbeeldige situatie die een ongemakkelijke vraag oproept: hoeveel financiële verantwoordelijkheid hebben succesvolle kinderen tegenover hun ouders?
Kinderen verdienen goed, ouders komen moeilijk rond
GFC Nieuws schreef in juli al over Surinaamse ouders met een bijstandsuitkering en hun hoogopgeleide kinderen.
In september meldde het CBS dat in 2024 12% van de in Suriname geboren 55-plussers langdurig onder het sociaal minimum leefde. Bij leeftijdsgenoten die in Nederland zijn geboren was dat 1,8%.
Een onvolledige AOW, bescheiden arbeidsinkomsten en hoge woonlasten kunnen meespelen.
Tegelijkertijd laat CBS-onderzoek over de periode 1995 tot 2020 zien dat 62,6 procent van de onderzochte kinderen van Surinaamse herkomst uit de laagste ouderlijke inkomensgroep een grote stijging op de inkomensladder maakte.
Die onderzoeken gaan overigens niet noodzakelijk over dezelfde gezinnen.
Wie betaalde eigenlijk voor dat succes?
Ik denk aan ouders die jarenlang hun eigen wensen uitstelden om hun kinderen te laten studeren.
Onderzoeker Anita Nanhoe beschreef hoe bij twintig Hindostaanse academici ouders, broers en zussen met geld, begeleiding en aanmoediging bijdroegen aan het onderwijssucces.
Stel dat zo’n ouder tegenwoordig trots vertelt over een zoon die ingenieur is geworden, maar zelf nauwelijks een onverwachte rekening kan betalen.
Moet die zoon dan financieel bijspringen?
Ik vind dat een lastige kwestie. Een volwassen kind dat bijvoorbeeld 4.500 euro bruto verdient, kan tegelijkertijd hoge hypotheeklasten, kinderopvangkosten en studieschulden hebben.
Een goed salaris zegt weinig over wat iemand daadwerkelijk overhoudt.
Zelfs financiële hulp kent regels
Bovendien is hulp niet altijd eenvoudig.
Volgens de Rijksoverheid mogen bijstandsgerechtigden sinds januari 2026 jaarlijks maximaal 1.200 euro aan giften ontvangen zonder verrekening.
Daarboven moet de gemeente worden geïnformeerd.
Sommige ouders verwachten steun uit dankbaarheid. Anderen vragen liever niets, omdat ze zelfstandig willen blijven.
Ondertussen kunnen kinderen zich verplicht voelen om financieel bij te dragen.
Ik vraag me af hoeveel families hierover werkelijk open praten.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur, columniste en kunstenares.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.
‘Surinaamse ouders ontvangen bijstandsuitkering, terwijl kinderen vaker hoogopgeleid zijn’






