In meerdere buurten in Suriname worden bewoners geconfronteerd met hetzelfde probleem. Straathonden die vuilzakken openmaken op zoek naar voedsel.
Het gevolg is een straatbeeld vol verspreid afval, etensresten en onaangename geuren.
Bewoners moeten regelmatig zelf de rommel opruimen, terwijl zij daar niet verantwoordelijk voor zijn.
De ergernis groeit en het probleem lijkt jaar na jaar groter te worden.
Toch is het te eenvoudig om alleen naar de honden te wijzen. Een straathond die een vuilzak openmaakt, doet dat niet uit baldadigheid maar uit honger. De dieren zoeken simpelweg naar een manier om te overleven.
Dat neemt niet weg dat de situatie onhoudbaar is geworden. Opengebroken vuilzakken zorgen voor vervuiling, trekken ratten en insecten aan en kunnen risico’s opleveren voor de volksgezondheid.
Tijd voor een serieuze aanpak
Wat vooral opvalt, is dat er al jarenlang over dit probleem wordt gesproken zonder dat er een structurele oplossing komt.
Bewoners worden opgeroepen hun afval beter te beheren, maar dat alleen zal het probleem niet oplossen. Er is behoefte aan een breder beleid waarin afvalbeheer, dierenwelzijn en openbare orde samenkomen.
Sterilisatieprogramma’s, betere opvangmogelijkheden voor zwerfdieren en strengere controle op het dumpen of verwaarlozen van huisdieren moeten onderdeel worden van de aanpak.
Daarnaast kan worden gekeken naar afsluitbare afvalcontainers in probleemgebieden en een efficiëntere afvalinzameling.
Het is tijd dat de discussie verder gaat dan symptoombestrijding. Een schone en veilige buurt is in het belang van iedereen, inclusief de dieren.
Zolang er geen doordachte en duurzame oplossing komt, zullen bewoners zich blijven ergeren aan dezelfde terugkerende overlast.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






