ABOP-parlementariër Edgar Sampie vindt dat het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) moet worden toegepast bij projecten en andere ontwikkelingen in het binnenland van Suriname.
Volgens hem moet dit uitgangspunt gelden voor iedere partij die een project in traditionele woon- en leefgebieden wil ontwikkelen, waaronder ook de Mennonieten.
Sampie deed zijn uitspraken tegen de achtergrond van de actuele discussie over de mogelijke komst van Mennonitische landbouwgroepen naar Suriname.
De parlementariër heeft aangegeven geen principieel bezwaar te hebben tegen hun komst, maar stelt dat ontwikkelingen volgens hem onder duidelijke voorwaarden en met betrokkenheid van de lokale gemeenschappen moeten plaatsvinden.
Gemeenschap moet worden betrokken
Volgens Sampie is het zijn verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger om zich bij ontwikkelingen in het binnenland te beroepen op het FPIC-principe.
Hij stelt dat wanneer een gemeenschap, samen met het traditioneel gezag van granman, kapiteins en basja’s, instemt met een ontwikkeling, die instemming moet worden gerespecteerd. Hetzelfde zou volgens hem moeten gelden wanneer een gemeenschap zich tegen een voorgestelde ontwikkeling uitspreekt.
Sampie verwees daarbij naar situaties waarin volgens hem besluiten van de centrale overheid aan gemeenschappen worden voorgelegd zonder dat zij daadwerkelijk invloed hebben kunnen uitoefenen op de besluitvorming.
FPIC en rechten van inheemse gemeenschappen
FPIC staat voor Free, Prior and Informed Consent: vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming. Het principe is internationaal verbonden aan de rechten van inheemse volken en heeft betrekking op de wijze waarop gemeenschappen worden betrokken bij besluiten die gevolgen kunnen hebben voor hun traditionele woon- en leefgebieden.
In Suriname is in oktober 2025 een nationaal FPIC-protocol van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) aangeboden aan president Jennifer Simons en de voorzitter van De Nationale Assemblee.
Het protocol bevat richtlijnen voor de wijze waarop de overheid, bedrijven en andere betrokkenen met inheemse gemeenschappen zouden moeten overleggen over activiteiten in hun traditionele gebieden.
De regering heeft daarbij aangegeven het document te waarderen als richtinggevend voor de verdere verankering van de rechten van inheemse volken in beleid en wetgeving.
Suriname werkt nog aan wettelijke bescherming
De discussie over FPIC staat niet los van het bredere vraagstuk rond de juridische positie van de inheemse en tribale gemeenschappen in Suriname.
Suriname heeft het ILO-Verdrag 169 inzake inheemse en tribale volken niet geratificeerd. Ook bestaat er nog geen volledige wettelijke regeling die de collectieve rechten van deze gemeenschappen op hun traditionele woon- en leefgebieden regelt.
Tegelijkertijd heeft de regering-Simons in augustus 2026 aangegeven dat de bescherming van grondenrechten en het milieu prioriteit heeft.
President Simons zei toen dat wordt gewerkt aan maatregelen om te voorkomen dat rechten worden uitgegeven in of rond woon- en leefgebieden van inheemse en tribale gemeenschappen.
Ook wordt volgens de regering gewerkt aan een staatsbesluit dat onder meer woon- en leefgebieden en bijzondere beschermde bossen moet beschermen.
Discussie over Mennonieten
De uitspraken van Sampie komen op een moment dat de mogelijke vestiging van Mennonitische landbouwgroepen in Suriname onderwerp is van publiek en politiek debat.
Sampie heeft eerder gezegd dat hij persoonlijk geen bezwaar heeft tegen hun aanwezigheid, mits zij zich houden aan de Surinaamse wet- en regelgeving en aan vooraf vastgestelde voorwaarden.
Volgens hem moet daarbij niet alleen worden gekeken naar landbouw en economische ontwikkeling, maar ook naar milieubescherming, de belangen van lokale gemeenschappen en de positie van werknemers.
De regering heeft eerder verklaard dat er geen contract met Mennonieten is gesloten en dat de uitgifte van landbouwgrond in het binnenland wordt herzien.
President Simons stelde in april 2026 dat er voldoende onbenutte landbouwgrond in de kustvlakte beschikbaar is en dat de regering terughoudend is met het uitgeven van landbouwgrond in huur.
Ook in 2024 verklaarde het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer dat er op dat moment geen specifieke grondaanvragen van of voor Mennonieten waren afgehandeld en dat er volgens de regering geen grond aan Mennonieten was uitgegeven.
Politieke discussie over de aanpak
Sampie plaatst daarnaast vraagtekens bij de manier waarop de politieke discussie over de Mennonieten wordt gevoerd. Hij heeft gesuggereerd dat bepaalde politieke partijen binnen de huidige regering mogelijk extra nadruk leggen op de kwestie. Daarbij heeft hij geen specifieke partij genoemd.
Volgens de parlementariër moet de discussie volgens hem niet uitsluitend gaan over de vraag of Mennonieten wel of niet naar Suriname mogen komen, maar vooral over de voorwaarden waaronder eventuele ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.
Centrale overheid en lokale gemeenschap
De rode draad in Sampie’s standpunt is volgens hem dat de lokale gemeenschap moet worden betrokken bij de besluitvorming, terwijl de centrale overheid verantwoordelijk blijft voor de algemene leiding en het vaststellen van de voorwaarden.
Daarmee legt hij de nadruk op een combinatie van overheidsregie, lokale participatie, milieubescherming en bescherming van de rechten van inheemse en tribale gemeenschappen.
De discussie over de Mennonieten raakt daarmee aan een breder vraagstuk: hoe Suriname economische en agrarische ontwikkeling kan combineren met de bescherming van traditionele woon- en leefgebieden en de betrokkenheid van de gemeenschappen die daar wonen.






