Criticus Ahmad Jhawnie vraagt zich af wat er daadwerkelijk is terechtgekomen van de tientallen corruptiedossiers die de afgelopen jaren door verschillende regeringen bij het Openbaar Ministerie (OM) zijn aangebracht.
Volgens Jhawnie is het niet voldoende dat een regering bekendmaakt hoeveel zaken zij heeft doorgestuurd. De samenleving moet ook weten wat daarna met die dossiers is gebeurd.
In 2021 maakte de regering onder president Chandrikapersad Santokhi bekend dat ruim zestig zaken voor onderzoek waren doorgestuurd naar het OM en de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD).
Tijdens de behandeling van het Meerjaren Ontwikkelingsplan in De Nationale Assemblee op 20 december 2021 gaf Santokhi aan dat 31 zaken naar het OM waren verwezen en 30 zaken bij de CLAD lagen.
Vijf jaar later is er opnieuw sprake van tientallen corruptiedossiers. De regering onder president Jennifer Geerlings-Simons maakte op 5 augustus 2026 bekend dat inmiddels meer dan vijftig dossiers over mogelijke corruptieve handelingen bij staatsbedrijven naar het OM zijn doorgestuurd.
Voor Jhawnie is dit aanleiding om een fundamentele vraag te stellen: wat is er gebeurd met de zaken die in 2021 werden aangekondigd?
De samenleving heeft recht op antwoorden
Volgens Jhawnie zou het van transparantie getuigen als het OM de samenleving regelmatig informeert over de voortgang van omvangrijke corruptieonderzoeken.
“De samenleving heeft recht op openheid over wat er gebeurt met zaken waarin mogelijk publieke middelen zijn verdwenen of onrechtmatig zijn gebruikt”, stelt de criticus.
Jhawnie wijst erop dat het melden van een aangifte of het overdragen van een dossier aan het OM slechts een eerste stap is. Daarna begint het daadwerkelijke onderzoek.
Voor burgers is het echter vaak onduidelijk of dossiers nog worden onderzocht, zijn geseponeerd, hebben geleid tot vervolging of inmiddels voor de rechter zijn gebracht.
Daarmee ontstaat volgens hem een merkwaardige situatie: regeringen kunnen telkens opnieuw bekendmaken hoeveel zaken zij naar het OM hebben gestuurd, terwijl de samenleving nauwelijks zicht heeft op het eindresultaat van eerdere dossiers.
Van tientallen dossiers naar concrete resultaten
Jhawnie benadrukt dat het aantal dossiers op zichzelf geen maatstaf mag worden voor succesvol corruptiebeleid.
“Het is mooi als een regering tientallen zaken meldt, maar uiteindelijk gaat het niet om het aantal dossiers. Het gaat erom wat ermee gebeurt.”
Daarbij rijzen volgens hem verschillende vragen. Hoeveel van de 31 zaken die in 2021 naar het OM zijn gestuurd, zijn inmiddels afgerond? Hoeveel onderzoeken hebben geleid tot strafvervolging? Hoeveel zaken zijn geseponeerd? En als zaken zijn geseponeerd, waarom is dat gebeurd?
Ook ten aanzien van de 30 dossiers die destijds naar de CLAD werden verwezen, is volgens Jhawnie meer duidelijkheid noodzakelijk. Welke onderzoeken zijn afgerond en welke conclusies zijn daaruit getrokken? Hebben de bevindingen geleid tot bestuurlijke of strafrechtelijke maatregelen?
“Als er vijf jaar later opnieuw tientallen dossiers worden aangekondigd, terwijl er nauwelijks duidelijkheid bestaat over de uitkomsten van eerdere dossiers, dan mag de samenleving daar vragen over stellen”, aldus Jhawnie.
Oproep tot structurele informatievoorziening
Jhawnie verwijst daarbij naar een eerdere maatschappelijke oproep uit 2021 om de communicatie over corruptieonderzoeken te verbeteren. Ook toen werd gepleit voor een structurele manier waarop het OM de samenleving zou kunnen informeren over de voortgang van omvangrijke corruptiezaken.
Volgens Jhawnie is die behoefte aan transparantie anno 2026 nog steeds aanwezig.
Hij benadrukt dat dit niet betekent dat het OM details van lopende strafrechtelijke onderzoeken openbaar moet maken. Wel zou periodiek inzicht kunnen worden gegeven in bijvoorbeeld het aantal lopende onderzoeken, afgeronde onderzoeken, vervolgingen en zaken die zijn geseponeerd, uiteraard voor zover dat juridisch mogelijk is.
“Transparantie hoeft de onafhankelijkheid van het OM niet aan te tasten. Integendeel, duidelijke communicatie kan juist bijdragen aan het vertrouwen van de samenleving in de rechtsstaat.”
Nieuwe dossiers mogen oude vragen niet verdringen
De aankondiging van de regering-Simons dat meer dan vijftig dossiers over mogelijke corruptie bij staatsbedrijven naar het OM zijn gestuurd, moet volgens Jhawnie serieus worden genomen. Tegelijkertijd mag deze nieuwe aankondiging niet betekenen dat de aandacht voor eerdere dossiers verdwijnt.
“Voordat we opnieuw alleen maar naar het aantal nieuwe dossiers kijken, moeten we ook terugkijken. Wat is er gebeurd met de zaken die vijf jaar geleden zijn aangekondigd?”
Volgens hem is dit geen politieke aanval op één regering, maar een bredere vraag over de manier waarop Suriname omgaat met corruptiebestrijding en publieke verantwoording.
Onder de regering-Santokhi werden ruim zestig zaken gemeld bij het OM en de CLAD. Onder de regering-Simons zijn inmiddels meer dan vijftig dossiers bij het OM terechtgekomen. Voor Jhawnie moet deze ontwikkeling aanleiding zijn om niet alleen nieuwe onderzoeken aan te kondigen, maar ook de resultaten van eerdere onderzoeken inzichtelijk te maken.
“Niet de aankondiging, maar het resultaat telt”
Jhawnie vindt dat de samenleving uiteindelijk moet kunnen beoordelen of de strijd tegen corruptie daadwerkelijk effect heeft.
“Het kan niet zo zijn dat iedere nieuwe regering begint met het bekendmaken van nieuwe corruptiedossiers, terwijl de samenleving vervolgens jaren moet wachten op duidelijkheid. Niet de aankondiging, maar het resultaat telt.”
Volgens hem moet daarom een publiek overzicht komen van de voortgang van de verschillende corruptieonderzoeken, binnen de wettelijke grenzen. Daarmee kan volgens hem ook worden voorkomen dat corruptiebestrijding een politiek instrument wordt waarbij iedere nieuwe regering vooral wijst naar vermeende misstanden van haar voorgangers.
“Als er daadwerkelijk sprake is van corruptie, moet dat worden onderzocht en waar nodig vervolgd. Als er geen strafbaar feit kan worden bewezen, moet ook dat duidelijk worden gemaakt. Maar dossiers mogen niet in de vergetelheid raken.”
De vraag aan het OM
Voor Jhawnie blijft daarom één centrale vraag overeind: wat is de stand van zaken van de corruptiedossiers die sinds 2021 zijn aangekondigd?
Nu in 2026 opnieuw meer dan vijftig dossiers bij het OM zijn gemeld, vindt hij het belangrijk dat niet alleen de nieuwe zaken worden benoemd, maar dat ook rekenschap wordt gegeven over de eerdere dossiers.
“De belastingbetaler heeft recht op duidelijkheid. Het gaat uiteindelijk om publiek geld, en dus om geld van de samenleving.”
Volgens Jhawnie is het daarom tijd dat niet alleen wordt verteld hoeveel dossiers er zijn, maar vooral wat ermee is gebeurd.






