De recente uitspraak van de kantonrechter in de zaak tussen de Energie Bedrijven Suriname (EBS) en vakbondsleider Marciano Hellings is meer dan een arbeidsrechtelijke nederlaag voor het staatsbedrijf.
Het is opnieuw een publieke terechtwijzing van een directie die al geruime tijd verwikkeld is in een persoonlijke machtsstrijd met een werknemer die kennelijk niet het zwijgen wil worden opgelegd.
De vraag die nu steeds luider gesteld moet worden is niet langer of Hellings moet vertrekken. De echte vraag is: wanneer grijpt de aandeelhouder eindelijk in tegen de directie van EBS, en met name tegen algemeen directeur Leo Brunswijk?
Hoeveel nederlagen zijn nog nodig?
EBS probeerde Hellings eerst via ontslag op staande voet uit het bedrijf te verwijderen. Dat mislukte. Vervolgens werd een ontslagvergunning gevraagd. Ook dat werd afgewezen. Daarna stapte EBS naar de kantonrechter om alsnog van hem af te komen. Opnieuw zonder succes.
Drie instanties hebben inmiddels duidelijk gemaakt dat de gronden waarop Hellings moest verdwijnen juridisch onvoldoende waren.
De Arbeidsinspectie stelde dat zijn uitspraken vielen binnen zijn rol als vakbondsvoorzitter. De Ontslagcommissie wees het verzoek af.
Nu zegt ook de kantonrechter dat de zaak onvoldoende is onderbouwd en dat EBS zelf mede verantwoordelijk is voor de escalatie.
Op een gegeven moment moet iemand binnen de overheid toch durven erkennen dat dit geen juridisch probleem meer is, maar een bestuursprobleem.
Vakbondswerk is geen misdrijf
Ja, Hellings gebruikte stevige woorden. Het woord “clown” was niet diplomatiek. Maar vakbondswerk is per definitie confronterend.
Vakbondsleiders zijn er niet om de directie te behagen. Zij zijn er om werknemers te vertegenwoordigen, misstanden aan te kaarten en machtsstructuren kritisch te volgen.
Wie een vakbondsleider probeert weg te werken omdat hij kritisch is op de leiding, begeeft zich op gevaarlijk terrein.
Juist staatsbedrijven moeten extra voorzichtig zijn met het respecteren van arbeidsrechten, vakbondsvrijheid en vrijheid van meningsuiting.
Want wanneer een staatsbedrijf de indruk wekt dat kritische werknemers monddood gemaakt moeten worden, tast dat het vertrouwen in goed bestuur aan.
EBS verliest niet alleen rechtszaken, maar ook geloofwaardigheid
Wat vooral opvalt in het vonnis, is dat de rechter expliciet stelt dat EBS zelf een rol heeft gespeeld in de escalatie van het conflict. Dat is veelzeggend.
De rechter noemt functiewijzigingen, disciplinaire maatregelen, toegangsbeperkingen en schorsingen. Dat beeld wekt de indruk van een directie die niet bezig is met conflictbeheersing, maar met conflictversterking.
En dat alles kost geld. Publiek geld.
Want iedere verloren procedure betekent advocatenkosten, proceskosten, interne verstoringen en verdere beschadiging van het imago van een staatsbedrijf dat al genoeg uitdagingen kent.
De samenleving mag daarom terecht vragen: wie draagt verantwoordelijkheid voor deze opeenstapeling van juridische mislukkingen?
Waar blijft de aandeelhouder?
Bij staatsbedrijven kan een directie niet eindeloos blijven functioneren alsof zij aan niemand verantwoording verschuldigd is. Er is een aandeelhouder. Er is een regering. Er is toezicht.
Dus wanneer wordt eindelijk geëvalueerd of deze directie nog wel het vermogen heeft om een staatsbedrijf professioneel, stabiel en juridisch verantwoord te leiden?
Als een werknemer keer op keer juridisch gelijk krijgt, terwijl de directie keer op keer verliest, dan hoort daar bestuurlijke consequentie aan verbonden te zijn.
In iedere serieuze organisatie zou de vraag inmiddels op tafel liggen of het leiderschap nog houdbaar is.
Persoonlijke strijd mag geen bedrijfsbeleid worden
Wat deze zaak vooral blootlegt, is het gevaar wanneer persoonlijke irritaties veranderen in bedrijfsbeleid. Een directie mag zich nooit laten leiden door ego, frustratie of prestige.
Een staatsbedrijf is geen privéterrein waar critici verwijderd moeten worden. Het gaat om publieke dienstverlening, professioneel bestuur en respect voor rechtsstatelijke principes.
Niemand zegt dat Hellings perfect is. Maar perfectie is ook niet de juridische maatstaf. De vraag is of er voldoende reden was om hem uit het bedrijf te verwijderen. Tot nu toe hebben meerdere instanties duidelijk gezegd: nee.
Misschien is het daarom tijd dat de aandacht verschuift van de werknemer naar de leiding zelf.
Want hoe vaak moet EBS nog verliezen voordat iemand de vraag durft te stellen die steeds meer mensen zich afvragen: wanneer wordt directeur Leo Brunswijk zelf ter verantwoording geroepen?
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via info@gfcnieuws.com of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








