Het wordt tijd dat we in Suriname eerlijk kijken als het gaat om de fysieke gesteldheid van onze politie. Want laten we niet om de hete brij heen draaien.
Wie de straat op gaat om criminelen te bestrijden, moet daar lichamelijk ook toe in staat zijn.
Dat betekent simpel gezegd dat een politieman of -vrouw zonder problemen een kilometer op tempo moet kunnen rennen en zichzelf over een muur van ongeveer 1,80 meter moet kunnen trekken.
Dat is geen luxe, dat is de basis van het vak.
Geen theorie maar praktijk
In de praktijk gebeurt het namelijk niet zelden dat verdachten er vandoor gaan. Wie dan niet de conditie heeft om erachteraan te gaan, verliest kostbare tijd en soms zelfs de verdachte.
Hetzelfde geldt voor obstakels. Een muur, een hek, een sloot – het zijn geen uitzonderingen maar dagelijkse situaties. Als een agent daar letterlijk voor blijft staan, wat zegt dat dan over onze slagkracht?
Hoe het in Nederland geregeld is
In Nederland wordt hier veel strenger op toegezien. Daar moeten politieagenten periodiek fysieke testen afleggen.
Denk aan hardlopen binnen een bepaalde tijd, krachtproeven en vaardigheidstests. Wie niet voldoet, moet bijtrainen of riskeert zelfs zijn inzetbaarheid.
Het idee daarachter is simpel. Een agent moet niet alleen kennis hebben, maar ook fysiek paraat zijn voor onverwachte situaties.
Suriname kan daar echt iets van leren. Het gaat niet om kritiek leveren op individuen, maar om het systeem verbeteren.
Meer training, duidelijke normen en regelmatige controles kunnen een wereld van verschil maken. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde. Een politie die niet alleen aanwezig is, maar ook daadwerkelijk kan handelen wanneer het erop aankomt.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







