Hopelijk komt er snel een einde aan het slepende conflict bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS).
Wat in juni 2026 begon als een ernstig meningsverschil tussen directeur Wendy Jap-A-Joe en de Raad van Commissarissen (RvC), is inmiddels uitgegroeid tot een bestuurlijke crisis die de grenzen van een intern conflict ruimschoots heeft overschreden.
Er zijn beschuldigingen over financiële verantwoording en toezicht, tegenbeschuldigingen over mogelijke belangenverstrengeling, juridische procedures en oplopende spanningen.
Inmiddels is er zelfs een confrontatie geweest bij het TAS-gebouw en heeft de kwestie geleid tot een felle woordenwisseling tussen coalitiepartners in De Nationale Assemblée.
De samenleving heeft ondertussen recht op duidelijkheid. Want hoe kan een conflict binnen een publieke instelling maandenlang voortduren zonder dat er een werkbare oplossing wordt bereikt?
De waarschuwingssignalen waren er al in juni
In juni vroeg de RvC om schorsing en uiteindelijk ontslag van de directeur. De raad stelde onder meer dat er achterstanden waren in de financiële verantwoording, dat actuele jaarrekeningen ontbraken en dat de uitvoering van zijn toezichthoudende taken werd belemmerd.
Ook vroeg de raad om onafhankelijk onderzoek naar het financiële beheer over de periode 2020 tot en met 2025. Dit zijn ernstige beweringen die onafhankelijk en zorgvuldig moeten worden onderzocht; ze mogen niet zonder bewijs als vaststaande feiten worden gepresenteerd.
De directeur stelde op haar beurt vragen over de onafhankelijkheid van de voorgenomen controle en mogelijke belangenverstrengeling binnen de RvC.
Daarmee werd duidelijk dat het niet slechts ging om een verschil van inzicht over de dagelijkse leiding, maar ook om vertrouwen, controle en de grenzen van bestuurlijke bevoegdheden. Ook die tegenwerpingen verdienen een serieuze beoordeling.
Juist op dat moment was daadkracht nodig. Wanneer een directeur en een toezichthoudend orgaan elkaar niet meer vertrouwen, kan een publieke instelling niet eindeloos blijven functioneren alsof er niets aan de hand is.
Waarom heeft een oplossing zo lang op zich laten wachten?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag in deze hele kwestie. De problemen waren maanden bekend. Er was tijd om de standpunten van beide partijen te onderzoeken, de juridische bevoegdheden vast te stellen, de noodzakelijke controles te organiseren en een ordelijke overgang voor te bereiden.
Toch is de situatie geëscaleerd tot een conflict waarbij de overdracht van verantwoordelijkheden op de werkvloer tot confrontaties heeft geleid.
Op 20 oktober verstreek de vijfjarige benoemingstermijn van Jap-A-Joe. De RvC stelde vervolgens dat haar directeursbevoegdheden waren geëindigd en dat het voorlopige bestuur bij de raad berust. Minister Raymond Landveld drong eveneens aan op overdracht.
President Jennifer Simons verklaarde op 21 oktober dat de wet leidend moet zijn en dat zij geen resolutie voor een volgende directeur zal ondertekenen voordat het verlangde onderzoek heeft plaatsgevonden. Volgens haar ligt er een kort geding over de overdracht.
Maar het einde van een benoemingstermijn was geen onverwachte gebeurtenis. Waarom moest de situatie zo ver escaleren voordat de overgang van het bestuur centraal kwam te staan?
De overheid moet niet alleen reageren wanneer een crisis haar hoogtepunt bereikt. Van verantwoordelijke bestuurders mag worden verwacht dat zij problemen tijdig onderkennen en voorkomen dat een voorzienbare overgang uitmondt in een openbare machtsstrijd.
TAS is geen persoonlijk strijdtoneel
Wat deze kwestie extra zorgwekkend maakt, is dat de aandacht steeds verder verschuift van de belangen van de instelling naar de strijd tussen de betrokken personen en organen.
De RvC heeft de taak toezicht te houden. De directie moet de organisatie leiden binnen de wettelijke kaders. Wanneer er aanwijzingen zijn dat financiële regels niet zijn nageleefd of dat toezicht wordt belemmerd, moet dat worden onderzocht. Wanneer er twijfel bestaat over de onafhankelijkheid van de toezichthouder, moet ook die twijfel objectief worden beoordeeld.
Niemand behoort boven controle te staan. Maar niemand mag ook op basis van onbewezen beschuldigingen bij voorbaat schuldig worden verklaard.
Dat is precies waarom onafhankelijke controle, transparante procedures en duidelijke bevoegdheden zo belangrijk zijn.
Een onderzoek mag geen instrument worden om een persoonlijke of politieke tegenstander uit te schakelen. Het moet gericht zijn op waarheidsvinding en het beschermen van de publieke middelen.
De medewerkers en de samenleving betalen de prijs
Terwijl de leiding en de toezichthouder tegenover elkaar staan, moeten medewerkers hun werkzaamheden uitvoeren in een gespannen omgeving. Rond de gebeurtenissen van 20 oktober meldden RvC-leden dat zij door beveiligers fysiek zouden zijn aangevallen.
Er waren eveneens berichten over werknemers die zich tijdens de onrust onveilig voelden. Deze verklaringen moeten door de bevoegde instanties worden onderzocht en mogen niet zonder nader onderzoek als bewezen worden beschouwd.
Eén ding is echter duidelijk: een dergelijke escalatie past niet bij de professionele werkomgeving die van een publieke instelling mag worden verwacht.
De medewerkers zijn niet verantwoordelijk voor het bestuurlijke conflict. Zij mogen niet de dupe worden van onduidelijkheid over bevoegdheden, onderlinge vijandigheid of het uitblijven van besluiten.
Ook de samenleving heeft belang bij een goed functionerende telecomautoriteit. TAS vervult een publieke rol binnen de telecommunicatiesector.
De continuïteit van haar werkzaamheden en het vertrouwen in haar bestuur mogen daarom niet ondergeschikt worden gemaakt aan een conflict dat maar blijft voortduren.
President en minister moeten zorgen voor duidelijkheid
President Simons heeft inmiddels aangegeven dat de wet leidend moet zijn. Dat is terecht. Maar wet- en regelgeving moeten niet alleen worden aangehaald wanneer partijen tegenover elkaar staan. Ze moeten vanaf het begin richting geven aan het handelen van alle betrokkenen.
De president, de minister en de overige bevoegde instanties moeten ervoor zorgen dat er een rechtmatige, uitvoerbare en transparante oplossing komt.
Daarbij moeten drie zaken centraal staan: de continuïteit van TAS, een onafhankelijk onderzoek naar de gerezen vragen en een duidelijke regeling van het bestuur tijdens de overgangsperiode.
De juridische procedure moet haar werk kunnen doen. Tegelijkertijd mag het bestaan van een procedure geen excuus worden om noodzakelijke bestuurlijke voorbereidingen eindeloos uit te stellen.
Ook De Nationale Assemblée moet haar controlerende rol vervullen op basis van feiten en relevante documenten. De politieke woordenwisseling over TAS maakt duidelijk hoe gemakkelijk een bestuurlijk probleem kan uitgroeien tot een partijpolitieke confrontatie. Dat helpt de instelling niet vooruit.
Het is tijd om deze saga af te sluiten
Hopelijk hoeft de samenleving niet nog maanden te wachten op een definitieve oplossing. Er is inmiddels genoeg tijd verloren gegaan aan brieven, verwijten, procedures en openbare confrontaties.
Wat nodig is, is geen nieuwe ronde van beschuldigingen, maar duidelijkheid over de feiten, verantwoordelijkheid voor eventuele tekortkomingen en een bestuur dat zijn werkzaamheden zonder voortdurende strijd kan uitvoeren.
Als uit onderzoek blijkt dat regels zijn overtreden, moeten daar passende consequenties aan worden verbonden. Als beschuldigingen ongegrond blijken, moet dat eveneens helder worden vastgesteld. En als er fouten zijn gemaakt in de manier waarop de overheid deze crisis heeft aangepakt, moet ook daarvan worden geleerd.
De TAS mag geen symbool worden van een bestuurscultuur waarin conflicten maandenlang blijven liggen totdat ze volledig ontsporen.
De samenleving verwacht geen eindeloze saga, maar degelijk bestuur. Geen politieke spelletjes, maar transparantie. Geen publieke confrontaties, maar verantwoordelijkheid.
Laat deze kwestie daarom zo snel mogelijk, rechtmatig en zorgvuldig worden afgerond. Niet om iemand koste wat kost als winnaar aan te wijzen, maar om de rust, de geloofwaardigheid en de goede werking van TAS te herstellen.
Want uiteindelijk is niet de vraag wie de hardste woorden heeft gesproken van belang, maar of de verantwoordelijken erin slagen de publieke instelling weer behoorlijk te laten functioneren.
Ben M.D.
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







