Bijna 1.000 gezinnen hebben inmiddels een aanvraag ingediend voor bouwsubsidie bij het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting.
Het beschikbare budget biedt momenteel ruimte aan ongeveer 300 gezinnen. Na inspectie zijn 284 aanvragen goedgekeurd.
De cijfers zouden ons niet alleen moeten laten kijken naar hoeveel subsidie de overheid beschikbaar stelt. Ze zouden vooral een veel fundamentelere vraag moeten oproepen:
Waarom hebben zoveel Surinaamse gezinnen overheidsondersteuning nodig om een betaalbare woning te kunnen realiseren?
De subsidie is niet het echte probleem
De verhoging van de bouwsubsidie van SRD 100.000 naar SRD 150.000 kan voor een gezin een belangrijke ondersteuning zijn. Maar een subsidie van SRD 150.000 bouwt geen woning. Het is slechts een bijdrage aan de kosten.
Daarmee wordt het onderliggende probleem niet opgelost.
Als bijna 1.000 gezinnen zich binnen één regeling melden omdat zij financiële ondersteuning nodig hebben om te bouwen, zegt dat iets over de betaalbaarheid van wonen in Suriname. Het zegt iets over inkomens, bouwkosten, toegang tot financiering en de mogelijkheid van gezinnen om zelfstandig vermogen op te bouwen.
Waarom kunnen gezinnen het zelf niet meer?
Een woning zou voor een werkend gezin niet per definitie onbereikbaar moeten zijn.
Toch blijkt uit de grote vraag naar bouwsubsidie dat veel gezinnen de stap naar eigen huisvesting financieel niet zelfstandig kunnen zetten.
Dan moeten we verder kijken dan de subsidie.
Wat doet de overheid aan de stijgende bouwkosten? Hoe toegankelijk zijn woningfinanciering en krediet? Hoe betaalbaar is bouwgrond? Welke mogelijkheden hebben gezinnen met een laag of middeninkomen om daadwerkelijk een woning op te bouwen?
Zolang die vragen onbeantwoord blijven, blijven we vooral symptomen bestrijden.
Jaren wachten op ondersteuning
Daar komt bij dat het ministerie nog bezig is met aanvragen uit de periode 2020 tot en met 2025.
Voor een gezin dat jarenlang wacht op ondersteuning betekent dit niet alleen een administratieve vertraging. Het betekent jarenlang huren, uitstellen, bijbouwen of wonen onder omstandigheden die misschien helemaal niet voldoen.
De overheid kan onmogelijk iedereen tegelijk helpen. Maar wanneer de vraag structureel veel groter is dan het beschikbare budget, moet dat aanleiding zijn om het huisvestingsbeleid opnieuw tegen het licht te houden.
Huisvesting vraagt meer dan subsidie
Bouwsubsidie kan gezinnen helpen. Maar subsidie mag niet het eindpunt van het huisvestingsbeleid zijn.
Suriname heeft behoefte aan een bredere aanpak waarin betaalbare grond, financiering, bouwkosten, woningbouw en inkomensontwikkeling met elkaar worden verbonden.
Want zolang duizenden gezinnen afhankelijk zijn van een beperkte overheidsregeling om überhaupt een kans te maken op een eigen woning, moeten we ons afvragen of we het probleem bij de juiste oorzaak aanpakken.
De belangrijkste vraag is daarom niet hoeveel de bouwsubsidie bedraagt. De belangrijkste vraag is waarom een eigen, betaalbare woning voor zoveel Surinaamse gezinnen zonder overheidsondersteuning nauwelijks bereikbaar lijkt.
Daar ligt de echte uitdaging voor het huisvestingsbeleid.
H. Smeltz
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







