Ik heb Suriname een kans gegeven. Niet vanaf een afstand. Niet vanuit een comfortabele stoel in Nederland, met alleen maar kritiek op mijn geboorteland.
Nee. Ik heb daadwerkelijk geprobeerd terug te keren.
Ik woon inmiddels in Nederland en ben hier gelukkig. Toch bleef er iets aan mij trekken. Suriname is en blijft het land waar mijn roots liggen.
Zoals bij zoveel Surinamers in de diaspora dacht ik op een gegeven moment: misschien moet ik teruggaan. Misschien kan ik mijn ervaring gebruiken om iets bij te dragen aan het land waar ik vandaan kom.
Ongeveer een jaar geleden heb ik die stap daadwerkelijk gezet.
En achteraf kan ik maar één ding zeggen:
Gelukkig faalde mijn poging om terug te keren naar Suriname zo snel.
Want daardoor heb ik niet maandenlang mijn geld, tijd en energie verspild aan een avontuur waarvan ik uiteindelijk zou hebben moeten concluderen dat het niet werkte.
Al heel snel werd mij duidelijk dat ik in Suriname nauwelijks ruimte kreeg om mijn buitenlandse ervaring en kennis in te zetten.
Ik merkte hoe moeilijk het was om binnen te komen, werk te vinden en serieus genomen te worden met de ervaring die ik in het buitenland had opgebouwd.
En juist daardoor kreeg ik vrij snel antwoord op de vraag die ik eigenlijk naar Suriname was gekomen om te beantwoorden:
Kan ik hier opnieuw een toekomst opbouwen?
Mijn antwoord werd steeds duidelijker: nee.
Ik kwam terug met ervaring, maar ervaring bleek juist een probleem
Ik kwam niet met lege handen terug.
Ik had ervaring opgedaan in Nederland. Ik had kennis ontwikkeld, andere manieren van werken leren kennen en gezien hoe organisaties en arbeidsprocessen in een ander land functioneren.
Ik dacht dat Suriname daar iets aan zou kunnen hebben.
Maar ik ontdekte al snel dat buitenlandse ervaring niet automatisch als een meerwaarde wordt gezien.
En dat is precies waar het wringt.
Suriname heeft een diaspora die verspreid over de hele wereld woont. Mensen die in het buitenland studeren, werken, ondernemen en ervaring opbouwen. Mensen die kennis meenemen die in Suriname niet altijd beschikbaar is.
Maar wat heb je aan een diaspora die terug wil komen als diezelfde diaspora vervolgens tegen een muur aanloopt?
Je kunt mensen niet blijven vertellen dat ze welkom zijn, terwijl ze bij terugkomst ontdekken dat de praktijk iets anders vertelt.
Het goede nieuws was dat ik het snel zag
Mijn mislukte remigratie heeft mij uiteindelijk ook iets positiefs gegeven.
Ik had het snel door.
Ik heb gelukkig niet eerst een groot huis gekocht, mijn hele financiële zekerheid opgegeven, al mijn bezittingen verkocht en vervolgens jarenlang geprobeerd om ergens tussen te komen.
Nee.
Het begon vrijwel meteen te knellen.
Daardoor kon ik op tijd stoppen.
En daar ben ik achteraf dankbaar voor.
Want hoe langer ik was gebleven, hoe groter het financiële en persoonlijke verlies waarschijnlijk zou zijn geworden.
Ik had mezelf kunnen blijven vertellen: nog even proberen, het komt wel goed.
Maar waarom zou ik mezelf dat aandoen wanneer de werkelijkheid voor mijn ogen duidelijk werd?
Ik zag een land waar ik niet de ruimte vond om vooruit te gaan.
En ik wilde niet terug naar een situatie waarin ik achteruit zou gaan om alleen maar te kunnen zeggen dat ik terug ben.
Teruggaan is niet hetzelfde als vooruitgaan
Dat is misschien iets wat we vaker eerlijk moeten zeggen tegen Surinamers in de diaspora.
Remigratie klinkt mooi.
“Ga terug naar je geboorteland.”
“Je hoort daar.”
“Daar liggen je roots.”
Maar roots betalen geen rekeningen.
Liefde voor een land creëert niet automatisch werk.
En nostalgie bouwt geen toekomst.
Wie terugkeert naar Suriname, moet daar ook kunnen groeien.
Professioneel. Financieel. Persoonlijk.
Als iemand in Nederland of een ander land jarenlang heeft gewerkt en zich heeft ontwikkeld, moet die persoon bij terugkeer niet het gevoel krijgen dat hij of zij eerst alles moet inleveren om weer als “echte Surinamer” geaccepteerd te worden.
Suriname heeft wel degelijk behoefte aan kennis
Het ironische is dat Suriname zelf met arbeidsmarkttekorten en een mismatch tussen vaardigheden en beschikbare banen kampt.
Het ministerie van Arbeid rapporteerde in 2024 dat 82 procent van de onderzochte bedrijven vacatures had. Tegelijkertijd wordt door overheid en internationale organisaties gewezen op problemen rond de aansluiting tussen vaardigheden en de behoeften van de arbeidsmarkt.
Dat betekent dat Suriname niet bepaald in een positie zit waarin het zich kan veroorloven om kennis en ervaring aan de kant te schuiven.
Toch voelde ik mij als iemand die juist kennis en ervaring uit het buitenland wilde terugbrengen, niet bepaald als iemand op wie men zat te wachten.
En dat doet pijn.
Niet alleen persoonlijk.
Ook als Surinamer.
Waarom halen we wel buitenlandse expertise binnen, maar benutten we onze eigen diaspora onvoldoende?
Suriname maakt gebruik van buitenlandse arbeidskrachten en buitenlandse expertise in verschillende sectoren.
Dat kan noodzakelijk zijn wanneer bepaalde kennis of vaardigheden lokaal onvoldoende beschikbaar zijn.
Maar dan ontstaat er voor mij een logische vraag.
Waarom zouden we dezelfde openheid niet veel sterker toepassen op Surinamers die zelf jarenlang internationale ervaring hebben opgedaan?
Iemand die twintig jaar in het buitenland heeft gewerkt, blijft Surinamer.
Iemand die daar een vak heeft geleerd, brengt die kennis mee.
Iemand die heeft gezien hoe het ergens anders werkt, kan misschien juist helpen om Suriname vooruit te brengen.
Maar dan moet die persoon wel een kans krijgen.
Het probleem is groter dan één mislukte remigratie
Mijn verhaal is mijn verhaal.
Ik beweer niet dat iedere Surinaamse werkgever hetzelfde handelt. Ik beweer ook niet dat iedere terugkerende Surinamer wordt tegengewerkt.
Maar mijn ervaring heeft mij wel aan het denken gezet over een groter probleem.
Hoeveel Surinamers in Nederland, Amerika en elders zouden ooit serieus overwegen om terug te keren, maar besluiten het uiteindelijk niet te doen?
Hoeveel kennis blijft daardoor buiten Suriname?
Hoeveel mensen proberen het één keer en vertrekken vervolgens teleurgesteld weer?
En hoeveel mensen zeggen uiteindelijk:
“Ik hou van Suriname, maar ik kan daar niet leven zoals ik wil leven.”
Dat is een pijnlijke zin.
Maar misschien moeten we hem juist vaker uitspreken.
Ik ben terug in Nederland. En ik ben gelukkig.
Ik ben inmiddels weer in Nederland.
En ik ben gelukkig.
Dat zeg ik niet om Nederland op een voetstuk te plaatsen. Nederland heeft, net als ieder ander land, zijn eigen problemen.
Maar voor mij persoonlijk heeft Nederland iets wat ik op dat moment in Suriname niet kon vinden:
ruimte om vooruit te gaan.
Ruimte om mijn ervaring te gebruiken.
Ruimte om te werken.
Ruimte om mezelf verder te ontwikkelen.
En vooral: het gevoel dat ik niet voortdurend hoef te vechten om überhaupt een kans te krijgen.
Mijn conclusie na mijn poging tot remigratie is daarom hard, maar eerlijk:
Suriname was voor mij niet een beetje teleurstellend. Het faalde keihard in het bieden van de omstandigheden die ik nodig had om er een toekomst op te bouwen.
En misschien is dat precies wat Suriname moet horen.
Niet alleen de mooie verhalen.
Niet alleen de foto’s van mensen die teruggaan.
Niet alleen de oproepen aan de diaspora om te investeren.
Maar ook het verhaal van iemand die daadwerkelijk terugkwam, het probeerde en al snel tot de conclusie kwam dat teruggaan in haar situatie geen vooruitgang betekende.
Ik ben niet weggegaan omdat ik Suriname haat
Dat wil ik heel duidelijk zeggen.
Ik haat Suriname niet.
Integendeel.
Misschien doet het juist zo veel pijn omdat ik het land iets gun.
Ik gun Suriname een arbeidsmarkt waarin kennis telt.
Ik gun jongeren kansen.
Ik gun terugkerende Surinamers een eerlijke mogelijkheid om opnieuw te beginnen.
Ik gun werkgevers werknemers die nieuwe ideeën meenemen.
En ik gun het land dat het ophoudt talent te verliezen omdat mensen buiten bestaande structuren geen ruimte krijgen.
Want een land kan niet blijven klagen dat zijn beste mensen vertrekken en vervolgens verbaasd zijn wanneer diezelfde mensen niet terugkomen.
Je kunt mensen niet vragen om naar huis te komen en ze vervolgens laten merken dat er voor hen geen plaats is.
Wie wil dat de diaspora terugkomt, moet niet alleen de voordeur openzetten. Er moet ook daadwerkelijk ruimte zijn om binnen te komen.
Mijn poging om terug te keren naar Suriname is mislukt.
Gelukkig kwam ik daar snel genoeg achter.
Want daardoor heb ik niet jaren van mijn leven en mijn financiële zekerheid opgeofferd aan een toekomst die mij steeds verder achteruit zou hebben gebracht.
Ik ben terug in Nederland.
Ik ben gelukkig.
En Suriname?
Suriname heeft wat mij betreft niet alleen een remigratieprobleem.
Suriname heeft een probleem met het benutten van zijn eigen mensen.
En zolang dat niet verandert, zullen veel Surinamers misschien blijven dromen over teruggaan.
Maar ondertussen hun toekomst ergens anders opbouwen.
SH
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







