Sinds 20 augustus heeft Nederland met Martine Jacoba Busstra een nieuwe ambassadeur in Suriname. Zij wil de betrekkingen verder verdiepen en ziet onder meer kansen voor economische samenwerking rond de ontwikkeling van de olie- en gassector.
Dat klinkt allemaal mooi. Maar ik vraag mij vooral af wat de gewone Surinamer hiervan gaat merken?
Want Nederland doet al jarenlang veel voor Suriname. Via samenwerking wordt onder meer geïnvesteerd in versterking van overheidsinstellingen, rechtsstaat, infrastructuur, waterbeheer en maatschappelijke ontwikkeling. Voor een nieuw vervolgprogramma is opnieuw 10 miljoen euro beschikbaar gesteld.
Toch heb ik de indruk dat deze inzet onvoldoende zichtbaar is voor de gemiddelde burger in Suriname en daarbuiten.
Mooie woorden moeten uiteindelijk iets opleveren
Een nieuwe ambassadeur kan natuurlijk niet van vandaag op morgen problemen oplossen. Maar wanneer wordt gesproken over het verdiepen van de relatie, economische samenwerking en nieuwe kansen, wil ik vooral weten wat dat betekent voor ondernemers, studenten, reizigers en gezinnen.
Kan een ondernemer straks gemakkelijker zakendoen? Ontstaan er meer opleidingsmogelijkheden voor jongeren? Wordt kennisuitwisseling eenvoudiger? Kunnen bedrijven uit beide landen daadwerkelijk meer samenwerken?
Betere communicatie
Daar zou de communicatie veel concreter over mogen zijn. Ik vind het namelijk te gemakkelijk om te zeggen dat Nederland onvoldoende voor Suriname doet. Dat klopt naar mijn mening niet. Nederland levert al jaren financiële middelen, kennis en expertise.
Maar tegelijkertijd geldt dat hulp die niet zichtbaar en begrijpelijk wordt gemaakt, door de samenleving gemakkelijk wordt vergeten.
Daarom hoop ik dat de komst van Busstra meer wordt dan diplomatieke handdrukken en mooie verklaringen.
De echte test begint wanneer de gewone Surinamer kan zeggen: ik merk dat de relatie met Nederland daadwerkelijk iets voor mij oplevert.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






