• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Heeft de regering haar huiswerk wel gedaan? Braganza, Mennonieten en de grenzen van behoorlijk bestuur

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
15 augustus 2026 03:00
in Opinie
Mennonieten

Mennonieten blijven op zoek gaan naar landbouwgronden. Illustratiefoto.

De discussie rond de projecten van Braganza Marketing Group NV en de inzet van Mennonieten uit Belize en Mexico heeft de afgelopen weken een opmerkelijke wending genomen.

Wat aanvankelijk een discussie had moeten zijn over landbouwontwikkeling, grondgebruik, vergunningen, milieu en de sociaaleconomische ontwikkeling van het binnenland, dreigt steeds meer te veranderen in een publiek debat waarin de indruk wordt gewekt dat Braganza en de betrokken Mennonieten illegaal zouden handelen.

Maar voordat de regering met zware kwalificaties komt, dringt zich een veel fundamentelere vraag op:

Heeft de regering haar eigen huiswerk wel gedaan?

Want als de regering zelf overeenkomsten heeft gesloten, daarvoor bestuurlijke goedkeuring heeft gegeven, de projecten heeft gefaciliteerd en vervolgens publiekelijk afstand neemt van activiteiten die binnen die afspraken plaatsvinden, ontstaat niet alleen verwarring. Dan ontstaat een ernstig probleem van rechtszekerheid, behoorlijk bestuur en overheidsbetrouwbaarheid.

De kernvraag is niet: “Zijn de Mennonieten illegaal?”

De eerste vraag die gesteld zou moeten worden, is niet of de Mennonieten illegaal bezig zijn. De eerste vraag is:

Op welke juridische en bestuurlijke grondslag zijn zij naar Suriname gekomen en binnen welke afspraken opereren zij?

Volgens de informatie van Braganza zijn de Mennonieten uit Belize en Mexico die op de drie projecten werkzaam zijn, Suriname binnengekomen met legale visa. Dat is een belangrijk gegeven.

Mis dit niet:

Nederland én Suriname zouden Cubaanse talenten beter kunnen benutten

Waarom Surinamers in Nederland soms jarenlang in de bijstand blijven hangen

Als zij beschikken over geldige verblijfs- of toegangsdocumenten en binnen de voorwaarden daarvan werkzaam zijn, kan men hen niet zonder meer als “illegale Mennonieten” kwalificeren.

Daarmee is overigens niet gezegd dat iedere activiteit automatisch rechtmatig is. Een legaal verblijf betekent immers niet automatisch dat iedere handeling, bouwactiviteit, ontginning of grondbewerking rechtmatig is.

Daarvoor moeten de relevante vergunningen, grondrechten, milieuregels, arbeidswetgeving en overige wettelijke voorschriften afzonderlijk worden getoetst.

Maar precies daar ligt het probleem: toets eerst de feiten en de juridische documenten voordat de regering conclusies trekt.

Drie overeenkomsten met de regering

Volgens Braganza gaat het niet om een groep buitenlandse landbouwers die op eigen houtje Suriname is binnengekomen en ergens in het binnenland activiteiten is gaan ontplooien.

Er zouden drie overeenkomsten zijn gesloten voor drie percelen met een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 34.185 hectare langs de weg naar West-Suriname.

Die overeenkomsten zouden zijn aangegaan met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij en tot stand zijn gekomen met instemming van de president en de commissie Landbouw van de Nationale Assemblée.

Als dat inderdaad de feitelijke en juridisch aantoonbare situatie is, dan verandert dat de aard van de discussie fundamenteel.

Dan kan de regering niet tegelijkertijd doen alsof zij geen enkele verantwoordelijkheid draagt voor het ontstaan van deze situatie.

De overheid is immers geen toevallige buitenstaander. Zij is partij bij de afspraken.

Een regering kan niet vandaag A zeggen en morgen B

Dit raakt aan een van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur: rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel.

Burgers, ondernemingen en investeerders moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid zich houdt aan haar eigen besluiten en toezeggingen. Dat betekent niet dat een overeenkomst met de overheid nooit kan worden gewijzigd of beëindigd.

De overheid kan onder omstandigheden ingrijpen wanneer bijvoorbeeld sprake is van strijd met de wet, gewijzigde omstandigheden, publieke belangen of niet-nakoming.

Maar daar horen procedures bij.

Een regering kan niet eerst een project faciliteren, afspraken maken en daarmee verwachtingen bij een onderneming en investeerders creëren, om vervolgens via politieke uitspraken de indruk te wekken dat dezelfde activiteiten ineens illegaal zijn.

Als de regering van oordeel is dat afspraken niet langer kunnen worden uitgevoerd, moet zij juridisch uitleggen waarom.

Zijn de overeenkomsten rechtsgeldig? Zijn de voorwaarden nageleefd? Zijn de vereiste vergunningen verleend? Is sprake van contractbreuk? Is er sprake van gewijzigde omstandigheden? Is er een wettelijke grond om de activiteiten op te schorten? Heeft de overheid haar eigen verplichtingen nagekomen?

Dat zijn de vragen die eerst op tafel moeten.

Het zwijgen van de regering heeft zelf het probleem veroorzaakt

Misschien wel het meest opmerkelijke onderdeel van deze kwestie is dat Braganza stelt dat het bedrijf de regering na het sluiten van de overeenkomsten heeft gevraagd om duidelijkheid richting de samenleving te verschaffen.

Volgens Braganza heeft de regering daar onvoldoende gevolg aan gegeven.

Als dat klopt, heeft de overheid daarmee mogelijk zelf de voedingsbodem gecreëerd voor de huidige maatschappelijke verwarring.

Want wanneer de overheid niet communiceert over een omvangrijk landbouwproject van ruim 34.000 hectare, ontstaat ruimte voor speculatie.

Wanneer vervolgens berichten verschijnen over buitenlandse werknemers, grondontwikkeling, ontbossing, milieu en binnenlandgemeenschappen, wordt het vrijwel onmogelijk om het publieke debat nog uitsluitend op feiten te voeren.

Overheidsstilte is in zulke situaties geen neutrale keuze.

Zeker niet wanneer de overheid zelf partij is bij de betreffende afspraken.

Waar is de transparantie over de overeenkomsten?

Hier ligt een belangrijke verantwoordelijkheid voor de regering.

Als drie overeenkomsten met een onderneming zijn gesloten over gezamenlijk ruim 34.000 hectare staats- of domeingrond, dan mag de samenleving weten wat precies is afgesproken.

Niet noodzakelijk alle bedrijfsgevoelige informatie, maar wel de essentiële publieke informatie.

Welke gronden zijn beschikbaar gesteld? Voor welke periode? Onder welke voorwaarden? Welke investeringsverplichtingen bestaan? Welke productie wordt verwacht? Welke milieueisen gelden?

Welke werkgelegenheidsverplichtingen zijn afgesproken? Welke verplichtingen heeft de overheid zelf? Welke vergunningen zijn vereist en welke zijn reeds aangevraagd of verleend?

Zonder die informatie ontstaat een merkwaardige situatie waarin de samenleving wordt gevraagd een oordeel te vormen over een overeenkomst waarvan de inhoud grotendeels onbekend is.

Dat is geen goede basis voor publiek debat.

Als de afspraken bestaan, moet de regering ze ook verdedigen

Er is nog een andere kant van de zaak.

Als de regering daadwerkelijk van mening is dat de Braganza-projecten bijdragen aan haar landbouwbeleid, dan zou zij dat ook duidelijk moeten uitleggen.

Suriname heeft al decennialang de ambitie om de agrarische sector te versterken en minder afhankelijk te worden van grondstoffeninkomsten. De regering heeft bovendien de ambitie uitgesproken om Suriname verder te ontwikkelen als voedselproducent voor de regio.

Dat zijn legitieme beleidsdoelen.

Een grootschalig landbouwproject kan daarom vanuit economisch perspectief interessant zijn. Zeker wanneer het leidt tot productie, infrastructuur, werkgelegenheid, transport, ondernemerschap en economische activiteiten in gebieden die historisch achtergesteld zijn.

Maar een grootschalig project moet wel juridisch, ecologisch en sociaal verantwoord worden uitgevoerd.

Daar ligt de echte toets.

De claim van USD 86 miljoen is een waarschuwing

Braganza stelt inmiddels dat een schadeclaim van ongeveer USD 86 miljoen in concept is voorbereid.

Of een dergelijke claim juridisch standhoudt, is uiteraard een andere kwestie. Een schadeclaim is nog geen toegewezen schadevergoeding.

Maar de regering zou dit signaal absoluut niet moeten onderschatten.

Een bedrag van USD 86 miljoen maakt duidelijk dat de kwestie niet langer uitsluitend een politieke of mediatieke discussie is.

Als er daadwerkelijk bindende overeenkomsten bestaan en Braganza kan aantonen dat het bedrijf investeringen heeft gedaan en verplichtingen is aangegaan op basis van toezeggingen van de overheid, kan een conflict potentieel uitgroeien tot een juridisch en financieel probleem voor de Staat.

Dan rijst opnieuw de vraag:

Heeft de regering voordat zij deze afspraken maakte voldoende juridisch, financieel, ruimtelijk en milieutechnisch onderzoek verricht?

Dat is het huiswerk dat vóór het sluiten van omvangrijke overeenkomsten moet worden gedaan, niet pas nadat maatschappelijke weerstand ontstaat.

Het echte huiswerk van de regering

De regering zou daarom eerst haar eigen dossier op orde moeten brengen.

Dat betekent dat zij de overeenkomsten, grondrechten, vergunningen, immigratiestatus van buitenlandse werknemers, arbeidsrechtelijke aspecten, milieuvereisten en afspraken met lokale gemeenschappen naast elkaar moet leggen.

Vervolgens moet zij de samenleving transparant informeren over wat juridisch is toegestaan en wat niet.

Als Braganza zich niet aan de afspraken houdt, moet de regering dat aantonen.

Als Braganza zich wel aan de afspraken houdt, moet de regering dat eveneens erkennen.

En als de overheid zelf fouten heeft gemaakt bij het sluiten of uitvoeren van de overeenkomsten, moet zij daar politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor nemen.

Dat is goed bestuur.

MER is geen formaliteit

Ook de milieudimensie mag niet worden gebagatelliseerd.

Braganza stelt dat de Milieu Effecten Rapportage (MER) in uitvoering is en bij de Nationale Milieuautoriteit is aangeboden.

Als dat juist is, betekent dit dat de milieubeoordeling onderdeel moet zijn van de verdere besluitvorming.

Juist bij een project van ruim 34.000 hectare is een zorgvuldige milieubeoordeling van groot belang.

Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de economische opbrengst, maar ook naar ontbossing, biodiversiteit, waterhuishouding, bodem, koolstofopslag, gemeenschappen en cumulatieve milieueffecten.

Een MER moet daarom geen instrument worden waarmee een reeds genomen besluit achteraf wordt gelegitimeerd.

Het moet daadwerkelijk een instrument zijn waarmee wordt vastgesteld wat verantwoord is, onder welke voorwaarden en welke activiteiten eventueel niet kunnen worden toegestaan.

Economische waarde mag niet tegenover milieu worden geplaatst

Braganza verwijst naar een geprojecteerde bruto jaaromzet van ongeveer USD 78,8 miljoen.

Dat klinkt aanzienlijk en kan een belangrijke economische impuls betekenen.

Maar hier moet wel een kritische kanttekening worden geplaatst.

Bruto omzet is niet hetzelfde als netto economische waarde. Evenmin zegt omzet op zichzelf iets over de verdeling van opbrengsten, lokale toegevoegde waarde, belastingafdrachten, werkgelegenheid, importafhankelijkheid of milieukosten.

De regering moet daarom niet alleen vragen hoeveel een project produceert, maar ook:

Hoeveel blijft daadwerkelijk in Suriname?

Hoeveel banen ontstaan? Hoeveel Surinaamse ondernemers profiteren? Welke producten worden geproduceerd? Hoeveel wordt geëxporteerd? Welke belastingen worden betaald? Welke infrastructuur wordt aangelegd? Welke kosten draagt de Staat? En welke milieueffecten ontstaan?

Pas wanneer die vragen worden beantwoord, kan de maatschappelijke waarde van een project serieus worden beoordeeld.

Binnenlandgemeenschappen mogen geen decorstuk worden

Braganza stelt dat de gemeenschappen van Witagron en Apoera betrokken zijn en dat samenwerkingsovereenkomsten zijn gesloten.

Dat is positief, mits die overeenkomsten daadwerkelijk representatief zijn voor de gemeenschappen en niet uitsluitend met enkele personen zijn gesloten.

Een zogenaamde Social License to Operate ontstaat niet alleen doordat een kapitein of vertegenwoordiger een document ondertekent.

Echte maatschappelijke legitimiteit vraagt voortdurende participatie, transparantie en toegang tot informatie.

De gemeenschappen moeten weten wat er gebeurt, welke gevolgen dat heeft, welke voordelen zij ontvangen en welke risico’s zij lopen.

De toezegging dat lokale gemeenschappen voorrang krijgen bij werkgelegenheid, transport en andere economische activiteiten kan belangrijk zijn. Ook de aangekondigde bijdragen aan gemeenschapsfondsen kunnen ontwikkeling stimuleren.

Maar ook hier geldt: zet de afspraken op papier, maak ze controleerbaar en rapporteer openbaar over de uitvoering.

De Mennonieten mogen niet tot zondebok worden gemaakt

Een ander aspect verdient nadrukkelijk aandacht.

De discussie dreigt zich op sommige momenten te verplaatsen van het handelen van individuele personen en bedrijven naar de Mennonieten als gemeenschap.

Dat is onjuist.

Als een individuele Mennoniet de wet overtreedt, moet die persoon volgens de wet worden aangepakt.

Maar nationaliteit, afkomst, religie of levensstijl kan geen basis vormen voor collectieve schuld.

De overheid heeft hierin een bijzondere verantwoordelijkheid. Juist bewindslieden moeten voorkomen dat hun uitspraken bijdragen aan stigmatisering van een bepaalde groep.

De juridische vraag moet steeds zijn:

Welke persoon heeft welke handeling verricht en welke wet is daarbij overtreden?

Niet:

Tot welke groep behoort deze persoon?

De president heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid

Juist omdat de president volgens de beschikbare informatie betrokken was bij de besluitvorming rond de samenwerking, is haar positie extra gevoelig.

Wanneer de president eerder instemde met een project en later publiekelijk uitspraken doet die bij de samenleving de indruk kunnen wekken dat de betrokkenen illegaal bezig zijn, ontstaat een probleem van consistent bestuur.

Dat vraagt om uitleg.

Niet om politieke beschuldigingen over en weer, maar om documenten.

Wat is afgesproken?

Wat is uitgevoerd?

Wat is vergund?

Wat ontbreekt?

Wat is gewijzigd?

En wat is precies het standpunt van de regering?

De samenleving verdient daarop een helder antwoord.

De regering moet niet reageren vanuit de publieke opinie

Een regering mag uiteraard luisteren naar maatschappelijke kritiek.

Maar beleid moet niet worden bepaald door de luidste stemmen op sociale media.

Als een project rechtmatig is, moet de regering dat kunnen verdedigen.

Als een project gedeeltelijk onrechtmatig is, moet zij aangeven welke onderdelen niet voldoen.

En als het project fundamenteel in strijd is met wet- en regelgeving, moet de regering handelen.

Maar in alle gevallen geldt hetzelfde principe:

Eerst feiten, dan beoordeling, daarna handelen.

Niet andersom.

Als de overheid fouten heeft gemaakt, is dat ook onderdeel van het verhaal

Misschien is dit wel de moeilijkste vraag.

Stel dat uiteindelijk blijkt dat bepaalde afspraken juridisch onvoldoende zijn voorbereid. Stel dat vergunningen ontbreken.

Stel dat grondrechten onvoldoende zijn onderzocht. Stel dat milieuvoorwaarden niet correct zijn vastgesteld. Stel dat verschillende overheidsinstanties elkaar hebben tegengesproken.

Wie is daarvoor dan verantwoordelijk?

Niet de Mennonieten.

Niet Braganza.

Maar de overheid die de besluiten heeft genomen.

Dat is precies waarom goed bestuur zoveel meer betekent dan mooie beleidsplannen. Goed bestuur betekent dat een regering haar besluiten juridisch kan dragen, administratief kan uitvoeren en politiek kan verdedigen.

Transparantie kan de impasse doorbreken

De huidige situatie hoeft niet noodzakelijk te eindigen in een juridisch gevecht van tientallen miljoenen dollars.

Daarvoor is wel politieke volwassenheid nodig.

De regering en Braganza zouden gezamenlijk alle relevante afspraken en vergunningen moeten laten toetsen door onafhankelijke juridische en technische deskundigen.

Daarna kan worden vastgesteld wat vaststaat, wat discussie oplevert en welke voorwaarden eventueel moeten worden aangepast.

Als er fouten zijn gemaakt, moeten die worden gecorrigeerd.

Als afspraken moeten worden gewijzigd, moet dat via overleg en rechtsgeldige procedures gebeuren.

En als Braganza daadwerkelijk tekortschiet, moet de overheid haar wettelijke bevoegdheden gebruiken.

Maar het omgekeerde geldt evenzeer: als de Staat zijn afspraken niet nakomt, moet ook de Staat daarvoor verantwoordelijkheid nemen.

Het huiswerk ligt nu op tafel

De kern van deze kwestie is daarom niet of Braganza sympathiek is. Ook niet of de Mennonieten populair zijn. En evenmin of grootschalige landbouwontwikkeling wenselijk is.

De fundamentele vraag is veel eenvoudiger:

Heeft de regering, voordat zij deze omvangrijke projecten mogelijk maakte, haar huiswerk goed gedaan?

Als het antwoord ja is, dan moet zij dat met documenten, vergunningen, overeenkomsten en feiten aantonen.

Als het antwoord nee is, dan moet zij dat eveneens erkennen.

Wat niet kan, is eerst zelf afspraken maken en vervolgens, onder druk van maatschappelijke kritiek, doen alsof die afspraken nooit hebben bestaan.

Een rechtsstaat is er niet alleen voor burgers en bedrijven.

Ook de overheid is gebonden aan het recht.

En een betrouwbare overheid moet niet alleen wetten handhaven, maar ook haar eigen afspraken respecteren.

De Braganza-kwestie biedt de regering daarmee een kans om precies dat te bewijzen.

Niet door harder te roepen.

Maar door het dossier open te leggen.

Laat Suriname zien wat er werkelijk is afgesproken. Laat zien welke vergunningen zijn verleend. Laat zien welke verplichtingen gelden. Laat zien wat Braganza doet en wat niet mag. Laat zien wat de regering heeft beloofd.

Daarmee kan de discussie terugkeren van verdachtmaking naar feiten.

En misschien is dat uiteindelijk het belangrijkste huiswerk dat de regering nu nog moet maken.

N. Mohari

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Cubanen in Suriname
Column

Nederland én Suriname zouden Cubaanse talenten beter kunnen benutten

euro geld valuta
Column

Waarom Surinamers in Nederland soms jarenlang in de bijstand blijven hangen

wijdenbosch brug commewijne bosje
Column

9-jarige uit Commewijne stelt verrassende vraag over bosbranden in Nederland

De jongeren hebben hun oordeel al geveld, beweert de analist. Illustratiefoto
Opinie

De jongeren hebben hun oordeel al geveld, de politiek weigert alleen nog te luisteren

'In Nederland denkt men soms nog dat er bijna niets te verkrijgen is in de supermarkt'. Foto: Illustratief
Column

Dozen vol levensmiddelen van Nederland naar Suriname? Die tijd is toch voorbij

euro geld
Column

‘Groot gedeelte Surinamers met Nederlandse bijstandsuitkering leeft sober bestaan’

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws