Als auteur, columniste en onderwijsgevende kom ik regelmatig met uiteenlopende mensen in gesprek. Daartussen bevinden zich ook zeer ervaren deskundigen uit verschillende vakgebieden.
Juist die gesprekken zijn interessant, omdat ze soms een heel ander beeld opleveren dan wat in de samenleving leeft.
Tijdens een recent gesprek vertelde een ambtenaar mij in alle ernst dat hij ervan overtuigd is dat Suriname na 2028 in grote rijkdom zal leven.
Volgens hem zal de ontwikkeling van de olie- en gassector voor een totale omwenteling zorgen en zal vrijwel iedereen daarvan financieel profiteren.
Hij is beslist niet de enige die zo denkt.
De belofte van rijkdom
Opvallend vind ik dat deze overtuiging vooral lijkt te leven bij mensen die minder diepgaand zijn geschoold of weinig kennis hebben van de economische werking van de olie- en gassector.
Het vooruitzicht van enorme olie-inkomsten wordt dan al snel vertaald naar een persoonlijk vooruitzicht. Hogere inkomens, meer geld en een veel comfortabeler leven.
Maar zo eenvoudig werkt het niet.
Wat zeggen deskundigen?
In gesprekken met mensen die daadwerkelijk verstand hebben van economie, energie en overheidsfinanciën, krijg ik een aanzienlijk genuanceerder beeld.
Zij waarschuwen juist dat de gemiddelde Surinamer niet moet verwachten dat olie- en gasinkomsten automatisch rechtstreeks in zijn of haar portemonnee terechtkomen.
De sector kan de staatsinkomsten vergroten en economische activiteiten stimuleren, maar dat betekent niet dat iedere burger plotseling rijk wordt.
Sterker nog: volgens verschillende deskundigen zullen veel mensen met een bescheiden inkomen mogelijk nauwelijks rechtstreeks iets merken van de olie- en gasproductie, ook niet na 2030.
Verwachtingen moeten realistischer
Daarom vraag ik mij af of het niet dringend tijd wordt om de verwachtingen bij te stellen. Het is gevaarlijk wanneer burgers jarenlang wordt voorgehouden dat een toekomstige olierijkdom vrijwel automatisch tot persoonlijke welvaart zal leiden.
Zelf verwacht ik eerlijk gezegd evenmin een spectaculaire financiële omwenteling voor mensen met een zwakke beurs.
Natuurlijk kan een selecte groep ondernemers, professionals en bedrijven financieel sterk profiteren. Ook kan de staat aanzienlijk meer inkomsten krijgen.
Maar tussen nationale olie-inkomsten en rijkdom aan de keukentafel zit een enorm verschil.
Suriname moet daarom niet wachten op een wonder na 2028. We moeten nu al investeren in onderwijs, vakmanschap, ondernemerschap en sterke instituties.
Want olie kan geld opleveren. Maar alleen verstandig beleid kan ervoor zorgen dat een samenleving daar daadwerkelijk beter van wordt.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






