President Jennifer Simons heeft tijdens de behandeling van de Ontwerp Staatsbegroting 2026 een duidelijke boodschap afgegeven: Suriname kan alleen economisch vooruit als verlieslatende staatsbedrijven worden hervormd, de energiesector wordt gemoderniseerd en Surinaamse ondernemers meer profiteren van de economische groei.
Het zijn beleidsvoornemens die al jarenlang terugkeren in regeerprogramma’s, maar waarvan de uitvoering steeds achterblijft.
De vraag is daarom niet óf hervormingen nodig zijn. De vraag is of deze regering bereid is de politieke prijs ervoor te betalen.
Staatsbedrijven zijn te lang een financiële last geweest
Dat verschillende staatsbedrijven al jaren afhankelijk zijn van overheidssubsidies is geen geheim. Jaar na jaar vloeien miljoenen SRD’s naar ondernemingen die nauwelijks rendement opleveren, terwijl essentiële sectoren zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur kampen met tekorten.
Dat president Simons openlijk erkent dat sommige staatsbedrijven moeten worden afgestoten of zelfs opgeheven, is opvallend.
Nog opmerkelijker is haar uitspraak dat bedrijven als de Melkcentrale en Food and Agriculture Industries (FAI) niet failliet zijn gegaan omdat hun bedrijfsmodel onhoudbaar was, maar omdat zij volgens haar zijn “leeggestolen”.
Dat is een zware politieke constatering.
Wanneer een president publiekelijk spreekt over jarenlang wanbeheer of plundering van staatsbedrijven, verwacht de samenleving meer dan alleen een analyse. Dan verwacht zij ook transparantie, onderzoek en waar nodig juridische vervolging van degenen die verantwoordelijk zijn geweest.
Hervormen betekent meer dan privatiseren
Het afstoten van verlieslatende staatsbedrijven wordt vaak gezien als dé oplossing. Maar privatisering alleen garandeert geen beter bestuur.
De kern van het probleem ligt vaak dieper.
Jarenlang zijn benoemingen binnen staatsbedrijven beïnvloed door politieke belangen, terwijl deskundigheid en goed ondernemingsbestuur ondergeschikt raakten. Zolang die bestuurscultuur niet verandert, bestaat het risico dat dezelfde problemen zich blijven herhalen, ongeacht wie eigenaar is.
Werkelijke hervorming betekent daarom:
professioneel management;
transparante benoemingen;
onafhankelijk toezicht;
heldere financiële verantwoording;
en politieke terughoudendheid bij de dagelijkse bedrijfsvoering.
Pas dan kunnen staatsbedrijven daadwerkelijk bijdragen aan economische ontwikkeling.
Diversificatie van energie is geen keuze meer
Ook op energiegebied kiest de regering voor een bredere koers. De overstap van zware olie naar aardgas en investeringen in zonne-energie passen binnen wereldwijde ontwikkelingen.
Dat is verstandig.
Suriname beschikt over aanzienlijke olie- en gasvoorraden, maar juist daarom is het belangrijk niet volledig afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.
Landen die vandaag investeren in duurzame energie, creëren niet alleen een schoner energiesysteem, maar vergroten ook hun economische weerbaarheid wanneer de internationale energiemarkt verandert.
De aangekondigde energietop met Staatsolie en de EBS kan daarom een belangrijke eerste stap zijn. Uiteindelijk zal het succes afhangen van de snelheid waarmee plannen worden omgezet in concrete projecten.
Local Content vraagt meer dan goede bedoelingen
De aankondiging van een Local Content Board laat zien dat de regering wil voorkomen dat buitenlandse investeerders de volledige economische opbrengsten van de olie- en gassector naar zich toe trekken.
Dat uitgangspunt verdient brede steun.
Maar ook hier leert de internationale ervaring dat goede bedoelingen onvoldoende zijn.
Een Local Content-wet heeft alleen effect wanneer Surinaamse bedrijven daadwerkelijk concurrerend kunnen deelnemen.
Dat vraagt om investeringen in vakonderwijs, technische opleidingen, toegang tot financiering, certificering en kennisontwikkeling.
Zonder die randvoorwaarden dreigt Local Content een papieren werkelijkheid te worden, terwijl buitenlandse bedrijven alsnog het grootste deel van de opdrachten uitvoeren.
Minder aankondigen, meer uitvoeren
De beleidsvoornemens van president Simons sluiten grotendeels aan bij wat economen en internationale instellingen al jaren adviseren.
Efficiëntere staatsbedrijven.
Gezonde overheidsfinanciën.
Diversificatie van de economie.
Duurzame energie.
Meer kansen voor lokale ondernemers.
De uitdaging ligt niet langer in het formuleren van de juiste plannen.
De uitdaging ligt in de uitvoering.
Suriname heeft de afgelopen decennia veel hervormingsprogramma’s gezien die strandden op politieke weerstand, belangenconflicten of gebrek aan doorzettingsvermogen.
Juist daarom zal deze regering uiteindelijk niet worden beoordeeld op haar beleidsvoornemens, maar op haar resultaten.
De samenleving verwacht keuzes
Hervormingen brengen altijd weerstand met zich mee.
Werknemers vrezen baanverlies.
Belangengroepen verdedigen bestaande structuren.
Politieke partijen beschermen soms hun eigen achterban.
Toch zal een regering die werkelijk verandering wil brengen moeilijke keuzes moeten durven maken.
Niet omdat internationale instellingen dat vragen.
Maar omdat Suriname zich eenvoudigweg geen inefficiënte overheid meer kan permitteren.
De komende jaren zullen uitwijzen of deze regering daadwerkelijk breekt met het verleden, of dat hervorming opnieuw een ambitie blijft die vooral op papier bestaat.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








