Aldus een verslag van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Nederland gerelateerd aan vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd van Nederland.
Maar hoe kwam dat? Die vraag wordt zelden gesteld want het heeft een lange geschiedenis. Mede op grond van Thorbecke zijn invloed ontstond een beweging in Nederland, die de koloniën niet meer als wingewesten wilde beschouwen en de bevolking tot een hoger peil van ontwikkeling wilde brengen.
Thorbecke ( 1798—1872 ) was hoogleraar in Gent en Leiden. Hij was een vooruitstrevende jonge liberaal en werd in 1840 lid van de Tweede Kamer in Nederland. Hij had driemaal de leiding van een ministerie en was, hoewel geen jurist, een grote rechtsgeleerde en staatsman.
Door deze beweging werd bij de grondwetsherziening van 1922 aan het hoofd van de grondwet een nieuw artikel geplaatst luidende “Het Koninkrijk der Nederlanden omvat het grondgebied van Nederland, Nederlandsch- Indië, Suriname en Curaçao” het woord “koloniën” werd uit de grondwet verwijderd.
Sinds de tweede wereldoorlog heeft Nederlandsch – Indië zich als Indonesië geheel losgemaakt uit het Koninkrijk en toen is met Suriname en de Ned. Antillen (dus Curaçao ) een nieuwe rechtsorde gesticht, welke haar grondslag vond in het op 15 december 1954 door Koningin Juliana bevestigde en op 29 december 1954 afgekondigde Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 3 van het Statuut noemt het Nederlanderschap een aangelegenheid van het Koninkrijk, dat nader bij Rijkswet wordt geregeld. Hiervoor regelde een wet van 10 februari 1910 Staatsblad no. 55, de rechtspositie van de gekoloniseerde als Nederlandse onderdaan.
Pas bij wet van 21 dec. 1951 St, 593, werd het onderdaanschap opgeheven. Zo zijn wij in Suriname Nederlanders geworden en gebleven, tot 25 november 1975 althans voor degenen die in Suriname woonden want deze Nederlanders moesten Surinamers worden.
Joop Den Uyl (minister president van Nederland in 1975) wilde anders. Één der voorstellen van de commissie was te gaan voor een vorm van dubbele nationaliteit zoals de Turken en Marokkanen en anderen in Nederland. Maar ja, in Suriname met haar bekrompen politici toen, stuitte dit echter op bezwaren.
Op grond hiervan heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Nederland mr. De Gaay Fortman jr. de toezegging gedaan om naar een andere oplossing te zoeken. Zo kwam bij de scheiding der nationaliteiten artikel 5 en met name artikel 5 lid 2 in de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen de Republiek Suriname en het Koninkrijk der Nederlanden.
Positie van de Surinaams-Nederlandse voetballers
In het kader van artikel 5 lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst die nog steeds van kracht is en het vonnis van de Hoge Raad van 26 juni 2015 zaaknummer 14/ 03881, Cassatie beschikking, zijn er verschillende juridische mogelijkheden in verband met ons verleden.
Het vraagstuk van onze nationaliteit is deels ontstaan doordat de regeringen niet consequent de bepalingen van de Toescheidingsovereenkomst met name artikel 5 lid 2, heeft toegepast. Erger nog door de wijziging van het protocol in 1994 de dato 14 november, met terugwerkende kracht tot 1 januari 1986, de bepaling van artikel 5 lid 2 met name de zinsnede “ zij verkrijgen van rechtswege de Surinaamse nationaliteit, indien zij gedurende twee jaren in de Republiek Suriname hetzij woonplaats hetzij werkelijk verblijf hebben, vervallen te verklaren krijgt die groep personen voor hun verdere leven “een behandeling als te zijn een Surinamer”.
Op grond van deze bepaling en binnen het bestuursrecht geldende algemene beginselen van behoorlijk bestuur dient deze groep van personen vanwege de overheid een “declaratoire“ rechtsvaststellend bestuursbesluit ter vaststelling van hun status te ontvangen. Derhalve behoudt deze groep van personen hun Nederlandse nationaliteit, zoals ook zou moeten gelden voor de Surinaamse –Nederlandse voetballers.
Door de op hen van toepassing zijnde bepaling – Art. 15 RWN het eerste lid onder a in samenhang met artikel 15 RWN lid 2 met artikel 5 lid 2 van de Toescheidingsovereenkomst zoals de Hoge Raad der Nederlanden heeft vastgesteld – zouden zij als afstammelingen van ouders die geboren zijn, in het land van die andere nationaliteit in de zin van art. 1 en 5 lid 2, aanhef en onder a en b, RWN. vallen en daardoor hun nationaliteit mogen behouden.
De vraag die hier wordt beantwoord is dat, ten tijde voor de Soevereine Staat Suriname, Suriname een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden was, derhalve een later bij Koninklijk Besluit verkregen Nederlandse nationaliteit niet verloren gaat als gevolg van een vrijwillige verkrijging van de Surinaamse nationaliteit.
Zo te beschouwen gaan sport en politiek in Nederland niet samen. Daarom hoop ik dat de Tweede Kamer, gelet op onze geschiedenis, als Thorbecke zal ingrijpen.
Het is maar ter overdenking in het kader van het ontstaan van onze Surinaamse nationaliteit en de Toescheidingsovereenkomst, in bestuurlijk perspectief.
Eugène van der San
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








