Tijdens een persmoment op 27 februari schetste minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning de stand van zaken van het financieel beleid.
De bewindsvrouw benadrukte fiscale discipline, transparantie en economische groei als leidende principes.
Op papier klinkt het geruststellend. Maar achter de cijfers schuilt een complexer verhaal.
Verbeterde cijfers, maar waardoor?
Volgens de minister hebben de overheidsfinanciën een positieve ontwikkeling doorgemaakt ten opzichte van 2024. Extra inkomsten uit belastinginterventies en gunstige internationale prijzen in de mijnbouwsector – vooral goud – hebben de staatskas versterkt.
De stijgende goudprijzen op de wereldmarkt werken in het voordeel van landen als Suriname. Dividend- en royalty-inkomsten zorgen voor extra fiscale ruimte.
Maar hier rijst de eerste kritische vraag:
Hoe structureel is deze verbetering?
Wanneer inkomsten sterk afhankelijk zijn van internationale grondstoffenprijzen, blijft de begroting kwetsbaar voor externe schokken. Vandaag is goud hoog geprijsd; morgen kan de markt keren.
Deviezenreserve: buffer of momentopname?
Een opvallend cijfer is de deviezenreserve van USD 1,8 miljard per eind januari 2026, goed voor een importdekking van 7 tot 8 maanden. Dat biedt macro-economische ademruimte.
Toch moet deze buffer in perspectief worden geplaatst:
Hoeveel daarvan is direct liquide?
Welke verplichtingen staan daar tegenover?
Hoe duurzaam is deze reserve bij dalende grondstofprijzen?
Reserves zijn een veiligheidsnet, maar geen garantie voor langdurige stabiliteit.
Begrotingsdruk door verkiezingen
Aan de uitgavenzijde erkent de minister dat de verkiezingen van 2025 zware druk hebben gelegd op de begroting. Daarnaast zorgden sociale uitgaven voor extra lasten.
Dat roept een fundamentele kwestie op:
Moeten verkiezingsuitgaven zo’n grote impact hebben op de staatsfinanciën?
Wanneer politieke cycli begrotingen structureel verstoren, ontstaat het risico dat financieel beleid ondergeschikt raakt aan electorale belangen.
Hoewel de minister stelt dat de uitgaven in de tweede helft van 2025 beter werden beheerst, blijft het relevant om transparantie te bieden over concrete besparingsmaatregelen en hun sociale impact.
Personeelsuitgaven en subsidies: hervorming of verschuiving?
De personeelsuitgaven blijven een belangrijke factor binnen het uitgavenpatroon. Maatregelen om de positie van ambtenaren te verbeteren zijn sociaal begrijpelijk, maar financieel zwaar.
Daarnaast zijn subsidies efficiënter gericht, aldus de minister. Dat klinkt positief, maar zonder gedetailleerde cijfers – die pas eind maart definitief worden – blijft het moeilijk om te beoordelen of de hervormingen daadwerkelijk structurele besparingen opleveren of slechts herverdelingen zijn.
Nieuwe obligatielening: ruimte creëren of schulden doorschuiven?
Een belangrijk element is de uitbreiding van de uitstaande obligatie van 2035 met USD 265 miljoen. Volgens de minister is deze stap noodzakelijk om dringende schuldverplichtingen op te vangen en investeringsruimte te creëren.
De middelen zouden niet-consumptief worden ingezet, wat betekent dat ze gericht zijn op investeringen in productieve sectoren.
Maar ook hier geldt:
Elke nieuwe lening is toekomstige verplichting.
De centrale vraag is of deze middelen daadwerkelijk worden ingezet voor projecten die economische groei genereren, of dat ze vooral dienen om bestaande gaten te dichten.
Het grotere plaatje
Het financiële beeld dat wordt geschetst, toont voorzichtig herstel. Maar het fundament ervan rust grotendeels op externe factoren – met name grondstofprijzen.
Duurzaam financieel beleid vereist:
Structurele verbreding van de belastingbasis
Vermindering van afhankelijkheid van grondstoffen
Transparante schuldstrategie
Institutionele waarborgen tegen verkiezingsgebonden uitgavenpieken
Zonder deze structurele hervormingen blijft herstel fragiel.
Slotbeschouwing
Minister Wijnerman presenteert een verhaal van stabilisatie en discipline. De cijfers tonen inderdaad verbetering ten opzichte van 2024.
Maar stabilisatie is geen eindpunt – het is een tussenfase.
De komende maanden zullen uitwijzen of dit beleid leidt tot structurele versterking van de Surinaamse economie, of dat het vooral profiteert van tijdelijk internationaal meewind.
Financiële discipline bewijst zich niet in goede tijden, maar in de manier waarop men zich voorbereidt op mindere tijden.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








