De afgelopen jaren zijn verschillende beleidsdocumenten gepresenteerd, waaronder het Nationaal Onderwijsbeleidsplan 2024-2031.
De boodschap was ambitieus: onderwijs moest de motor worden van nationale ontwikkeling en de basis vormen voor een welvarend Suriname.
Nu, onder de regering-Geerlings-Simons, zien we opnieuw een reeks onderwijscongressen.
Wederom wordt gesproken over transformatie, menselijk kapitaal, nationale ontwikkeling, toekomstvisies en actieplannen. Wederom worden nationale en internationale experts samengebracht om oplossingen te formuleren.
Niemand zal ontkennen dat overleg belangrijk is. Maar het wordt problematisch wanneer overleg een doel op zich wordt.
Het probleem is niet gebrek aan visie
De indruk wordt soms gewekt alsof Suriname nog steeds niet weet wat er mis is met het onderwijs. Alsof eerst nóg een congres nodig is om de problemen in kaart te brengen.
Maar dat is niet waar.
We weten al jaren wat de knelpunten zijn. We weten dat scholen gerenoveerd moeten worden. We weten dat leerkrachten beter ondersteund moeten worden.
We weten dat technische en beroepsopleidingen versterkt moeten worden. We weten dat digitalisering achterloopt. We weten dat leerachterstanden bestaan. We weten dat de aansluiting op de arbeidsmarkt verbetering behoeft.
Het probleem is dus niet een gebrek aan analyses.
Het probleem is de uitvoering.
Beleidsdocumenten veranderen geen klaslokalen
Een beleidsdocument op zichzelf verandert niets aan de situatie van een leerling in een overvolle klas. Een congres repareert geen lekkend schooldak. Een presentatie lost geen tekort aan lesmateriaal op.
Te vaak lijkt het onderwijsbeleid te eindigen bij rapporten, aanbevelingen en intentieverklaringen. De echte uitdaging begint juist daarna: het vrijmaken van middelen, het stellen van prioriteiten, het monitoren van resultaten en het afleggen van verantwoording.
Suriname heeft inmiddels een geschiedenis opgebouwd van onderwijsvisies die prachtig ogen op papier, maar waarvan de impact in de praktijk moeilijk zichtbaar is.
Dat leidt tot groeiende scepsis binnen de samenleving.
Wanneer wordt succes gemeten?
Een andere belangrijke vraag is hoe succes wordt gemeten.
Wordt een congres als succesvol beschouwd omdat honderden deelnemers aanwezig waren? Omdat deskundigen interessante presentaties hebben gehouden? Omdat een beleidsdocument is afgerond?
Of moet succes worden gemeten aan de hand van concrete resultaten?
Zijn schoolgebouwen verbeterd?
Zijn leerprestaties gestegen?
Zijn meer jongeren succesvol doorgestroomd naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt?
Zijn leerkrachten beter toegerust?
Dat zijn uiteindelijk de vragen die ertoe doen.
Minder praten, meer uitvoeren
De nieuwe regering verdient de ruimte om haar eigen koers uit te zetten. Onderwijs blijft immers een van de belangrijkste pijlers voor nationale ontwikkeling. Maar juist daarom mag de samenleving kritisch zijn.
Suriname heeft geen tekort aan conferenties, beleidsnota’s of toekomstvisies. Wat ontbreekt, is een consequente uitvoeringscultuur waarin plannen daadwerkelijk worden omgezet in meetbare resultaten.
Misschien is het moment aangebroken om niet nog een beleidsdocument centraal te stellen, maar een uitvoeringsagenda.
Niet nog een congres te organiseren om problemen te identificeren, maar een nationaal overzicht te presenteren van welke aanbevelingen uit eerdere congressen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Want uiteindelijk zullen leerlingen, ouders en leerkrachten niet worden geholpen door mooie woorden, maar door tastbare verbeteringen in de klas.
En dat is precies waar het Surinaamse onderwijs al veel te lang op wacht.
Ephata Mijnals
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








