In reactie op mijn eerdere opiniestuk over open waarneming bij kinderen is verwarring ontstaan over helderziendheid en het zenuwstelsel. Die verwarring vraagt om een heldere correctie.
Kinderen nemen de wereld vaak open en direct waar. Dat is geen bijzondere gave en geen spiritueel fenomeen, maar een normale ontwikkelingsfase waarin het bewustzijn nog niet is vernauwd door vaste denkpatronen, identiteit en sociale conditionering.
Die openheid verdwijnt doorgaans vanzelf naarmate een kind leert functioneren in de wereld.
Zenuwstelsel nog in ontwikkeling
In het debat wordt deze open waarneming soms verklaard vanuit het feit dat het zenuwstelsel van kinderen nog in ontwikkeling is.
Een eerdere formulering van mijn kant kon de indruk wekken dat open waarneming biologisch wordt veroorzaakt, terwijl dat niet de bedoeling was. Die uitleg is echter onvolledig.
Het zenuwstelsel is niet de bron van waarneming, maar het instrument waardoor waarneming zich uitdrukt. Openheid ontstaat niet door biologische onvolledigheid, maar doordat mentale begrenzing nog niet is vastgezet.
Om misverstanden te voorkomen is het ook nodig helderziendheid kort te duiden. Helderziendheid is geen algemene kinderkwaliteit en geen vorm van open waarneming.
Het betreft een specifieke mentale gevoeligheid waarbij de geest indrukken kan oppikken buiten de gewone zintuiglijke kanalen, maar nog steeds binnen het domein van de geest.
Het is geen staat van bewustzijn, maar een vorm van signaalwaarneming. Open waarneming is stilte; helderziendheid is informatie binnen die stilte. Dat onderscheid is essentieel.
Waarneming niet bij elk kind zelfde
Daarbij is het belangrijk te benadrukken dat open waarneming zich niet bij elk kind op exact dezelfde manier toont. Dat verschil betekent echter niet dat het ene kind “meer ziet” dan het andere.
De openheid is universeel, maar de manier waarop zij zich uitdrukt verschilt per lichaam, temperament en omgeving. Het gaat hier niet om een vermogen dat sommige kinderen wel en andere niet hebben, maar om een natuurlijke beginstand die bij ieder kind aanwezig is en zich gaandeweg vernauwt.
Wanneer volwassenen deze natuurlijke openheid benoemen als “meer zien”, helderziendheid of iets dat spirituele of rituele begeleiding vereist, projecteren zij hun eigen overtuigingen op een kind. Wat bedoeld is als bescherming, kan zo juist leiden tot verwarring, angst en onnodige belasting.
Juist daarom is terughoudendheid geboden. Kinderen hebben geen labels nodig en geen duiding die hen iets laat ‘zijn’ wat zij zelf niet ervaren. Wat zij nodig hebben is rust, veiligheid en ruimte om zich op een gezonde manier te ontwikkelen.
Open waarneming vraagt geen verklaring.
Ze vraagt om volwassen verantwoordelijkheid.
Robby Tjauw-Foe
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








