Het onlangs gepubliceerde Jaarverslag 2023 van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) schetst een beeld van een economie die langzaam uit het dal klimt.
De cijfers lijken op het eerste gezicht positief: een lichte groei, lagere inflatie en meer internationale reserves. Maar achter die statistieken schuilt een verhaal dat minder rooskleurig is dan het verslag doet vermoeden.
Groei zonder voelbare vooruitgang
De economie groeide met 2,5 procent, iets meer dan het jaar ervoor. Toch blijft dit voor de meeste Surinamers nauwelijks merkbaar. De inflatie daalde weliswaar van 60,8 naar 32,6 procent, maar blijft torenhoog. Voor gezinnen betekent dit dat hun koopkracht nog steeds zwaar onder druk staat.
Reserves dankzij IMF en goud
De toename van de internationale reserves tot 1,35 miljard dollar klinkt indrukwekkend, maar is grotendeels te danken aan IMF-tranches en inkomsten uit olie en goud.
Het gaat dus niet om structurele verbeteringen, maar om externe steun en volatiele grondstoffenprijzen. Zodra die bronnen opdrogen, verdwijnt dit “anker” van stabiliteit.
Schuld en banken: schijnbare kracht
De staatsschuld daalde als percentage van het bbp, maar steeg in absolute termen tot 121,7 miljard SRD. Dat maakt de economie kwetsbaar voor wisselkoersschokken.
Ook de banken lijken gezond met een hoge solvabiliteitsratio, maar het aandeel probleemleningen liep op tot 13 procent – meer dan dubbel de internationaal aanvaarde norm.
Dollariseringsgraad: structurele zwakte
Het meest zorgwekkend blijft de dollarisering. Met 72,2 procent van de financiële transacties in vreemde valuta verliest de Centrale Bank grip op het monetaire beleid. Dit maakt Suriname bijzonder kwetsbaar voor externe schokken en beperkt de mogelijkheden om inflatie duurzaam te bestrijden.
Broos herstel
De CBvS waarschuwt zelf dat het herstel broos is. Verwachte olie-inkomsten mogen geen reden zijn voor zelfgenoegzaamheid. Zonder institutionele hervormingen, begrotingsdiscipline en diversificatie buiten de mijnbouw dreigt Suriname opnieuw in oude fouten te vervallen.
Kortom: 2023 markeerde geen keerpunt, maar hooguit een adempauze. Het land staat thans nog steeds voor de zware taak om de fundamenten van zijn economie te versterken.
Ir. Dharmvir K. Mungra
Voorzitter DNL
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








