Terwijl de ogen van de voetbalwereld gericht zijn op de verrassende prestaties van Kaapverdië op het WK voetbal, zou ook Suriname goed moeten opletten. Niet alleen vanwege het voetbal, maar vooral vanwege de les die daarachter schuilgaat.
Hoe kan een kleine eilandstaat met ongeveer evenveel inwoners als Suriname, eveneens onafhankelijk geworden in 1975, zich ontwikkelen tot een land dat op het hoogste mondiale podium indruk maakt? Het antwoord ligt niet alleen op het voetbalveld, maar vooral in de manier waarop Kaapverdië zijn diaspora heeft omarmd.
Diaspora integraal onderdeel van de natie
Kaapverdië beschouwt zijn diaspora als een integraal onderdeel van de natie. Sterker nog: er wonen meer Kaapverdianen buiten het land dan er binnen de landsgrenzen leven. Dat is voor de regering geen probleem, maar juist een kracht.
De diaspora wordt actief betrokken bij de economische, culturele, maatschappelijke en sportieve ontwikkeling van het land.
De overheid heeft hiervoor een structureel beleid ontwikkeld en de wetgeving daarop afgestemd. Dubbele nationaliteit is daarbij geen doel, maar een instrument om de band met het moederland duurzaam te versterken.
De resultaten zijn zichtbaar. Niet alleen in de economie en de investeringen, maar ook op het voetbalveld. Vrijwel de gehele nationale selectie bestaat uit spelers die in Europa zijn geboren of opgeleid.
Zij kiezen er bewust voor om het land van hun ouders of grootouders te vertegenwoordigen. Dat is geen toeval, maar het resultaat van jarenlang consequent diasporabeleid.
Suriname heeft een omvangrijke diaspora
Suriname bevindt zich in een vergelijkbare uitgangspositie. Ook ons land kent een omvangrijke diaspora, vooral in Nederland.
Daar bevinden zich duizenden hoogopgeleide professionals, ondernemers, wetenschappers, artsen, juristen, kunstenaars én topsporters.
Toch ontbreekt nog steeds een samenhangende nationale visie op de rol van de diaspora. Initiatieven zijn vaak incidenteel en afhankelijk van de politieke waan van de dag.
Juist daarom is de vergelijking met Kaapverdië zo relevant. Beide landen werden in hetzelfde jaar onafhankelijk. Beide beschikken over een relatief kleine bevolking en een grote gemeenschap in het buitenland.
Maar waar Kaapverdië zijn diaspora heeft verheven tot een strategische pijler van nationale ontwikkeling, blijft Suriname nog te vaak steken in discussies over de vraag óf de diaspora wel volledig mag meedoen.
Misschien stellen wij in Suriname wel de verkeerde vraag. Niet: moeten wij de diaspora betrekken? Maar: hoe kunnen wij de diaspora optimaal inzetten voor de ontwikkeling van ons land?
Modern diasporabeleid
Een modern diasporabeleid gaat veel verder dan alleen dubbele nationaliteit. Het gaat om structurele samenwerking, kennisuitwisseling, investeringen, jongerenbeleid, cultuur, wetenschap, sport en economische ontwikkeling.
Het gaat om de erkenning dat Surinamers in het buitenland geen buitenstaanders zijn, maar mede-eigenaren van de toekomst van Suriname.
Terwijl Kaapverdië op het WK de wereld verrast, zou Suriname zich moeten afvragen welke lessen achter dat succes schuilgaan.
Want uiteindelijk wordt een land niet groot door zijn oppervlakte of bevolkingsomvang, maar door de manier waarop het zijn mensen weet te verbinden.
Misschien is de grootste WK-overwinning van Kaapverdië niet op het voetbalveld behaald, maar jarenlang eerder, toen het besloot zijn diaspora als een onmisbaar onderdeel van de natie te omarmen. Dat is wellicht de belangrijkste les voor Suriname.
Lachman Soedamah
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








