De recente opmerkingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) roepen opnieuw vragen op over de betrouwbaarheid van de economische cijfers die door de Surinaamse overheid worden gepresenteerd.
Opmerkelijk is dat nog niet zo lang geleden vanuit regeringskringen werd benadrukt dat het IMF tevreden zou zijn over het gevoerde beleid.
Wanneer dezelfde instelling vervolgens kritiek uit op de wijze waarop economische indicatoren worden berekend en gepresenteerd, is het logisch dat er vragen ontstaan over de werkelijke staat van de Surinaamse economie.
Een opvallend verschil in cijfers
Volgens recente IMF-ramingen bedraagt het bruto binnenlands product (BBP) van Suriname in 2026 ongeveer USD 5,91 miljard.
Omgerekend tegen gangbare wisselkoersen komt dat neer op ongeveer SRD 222 miljard. De Surinaamse regering hanteert echter een BBP van ongeveer SRD 252 miljard.
Dat verschil van tientallen miljarden Surinaamse dollars kan niet zomaar worden afgedaan als een technische afwijking.
Het gaat om een substantieel verschil dat gevolgen heeft voor de manier waarop de economische prestaties van het land worden beoordeeld.
Waarom het BBP zo belangrijk is
Het bruto binnenlands product is veel meer dan een statistisch gegeven. Het vormt de basis voor tal van economische indicatoren die door investeerders, kredietbeoordelaars, internationale instellingen en beleidsmakers worden gebruikt.
Wanneer het BBP hoger wordt voorgesteld, lijken belangrijke economische kengetallen automatisch gunstiger. Het begrotingstekort als percentage van het BBP valt lager uit en ook de staatsschuld lijkt relatief minder zwaar te drukken op de economie.
Op papier ontstaat daardoor een beeld van een financieel gezonder land dan mogelijk in werkelijkheid het geval is.
Juist daarom is het van groot belang dat deze cijfers op transparante wijze worden berekend en dat er geen ruimte bestaat voor twijfel over de gehanteerde methodologie.
IMF-kritiek verdient serieuze aandacht
Wanneer het IMF vraagtekens plaatst bij economische aannames of berekeningen, moet dat serieus worden genomen.
Dat betekent niet automatisch dat de regering bewust onjuiste cijfers presenteert, maar het betekent wel dat er een geloofwaardigheidsprobleem ontstaat wanneer de cijfers van beide partijen aanzienlijk uiteenlopen.
De regering heeft daarom de verantwoordelijkheid om duidelijk uit te leggen waarom haar berekeningen afwijken van die van het IMF.
Welke wisselkoersen zijn gebruikt? Welke groeiverwachtingen liggen eraan ten grondslag? Welke methodologische verschillen verklaren het gat tussen beide cijfers?
Zonder die uitleg blijft de indruk bestaan dat de economische werkelijkheid rooskleuriger wordt voorgesteld dan zij daadwerkelijk is.
Transparantie is geen luxe maar een noodzaak
Suriname heeft de afgelopen jaren een zware economische periode doorgemaakt. Burgers hebben te maken gehad met inflatie, koopkrachtverlies en onzekerheid over hun financiële toekomst. In zo’n situatie is vertrouwen in economische cijfers van essentieel belang.
Dat vertrouwen wordt niet versterkt door tegenstrijdige berichten. Enerzijds wordt gesteld dat internationale financiële instellingen tevreden zijn over het gevoerde beleid, terwijl anderzijds dezelfde instellingen kritiek blijken te hebben op belangrijke economische aannames. Dat zorgt voor verwarring en voedt het wantrouwen onder burgers.
Een regering die zegt transparantie hoog in het vaandel te hebben, moet bereid zijn haar cijfers volledig inzichtelijk te maken en onafhankelijke toetsing niet uit de weg te gaan.
Meer dan een discussie over statistieken
Deze kwestie gaat uiteindelijk niet alleen over cijfers. Het gaat over geloofwaardigheid, verantwoording en vertrouwen. Burgers hebben het recht om te weten hoe de economie er werkelijk voor staat. Zij verdienen eerlijke informatie, ook wanneer die minder gunstig uitvalt dan gehoopt.
Wanneer er daadwerkelijk sprake is van verschillen in rekenmethoden, dan moet dat helder worden uitgelegd. Indien blijkt dat economische indicatoren bewust gunstiger zijn voorgesteld, dan raakt dat de kern van goed bestuur. In beide gevallen is openheid de enige juiste weg.
Suriname heeft behoefte aan een eerlijk economisch debat gebaseerd op feiten, transparantie en controleerbare gegevens. Want uiteindelijk kan geen enkele economie duurzaam worden opgebouwd op cijfers waarover twijfel bestaat.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








