De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft op uitnodiging van de Commissie van Rapporteurs van De Nationale Assemblée (DNA) haar technische visie gegeven op de Ontwerpwet Ongevallenregeling (SOR).
De bijeenkomst, die onder voorzitterschap stond van Silvana Afonsoewa, maakte deel uit van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.
Tijdens de vergadering werd vanuit het bedrijfsleven aandacht gevraagd voor verschillende juridische, medische, arbeidsgezondheidskundige en uitvoeringstechnische aspecten van de voorgestelde regeling.
Preventie moet centraal staan
Bedrijfsarts Jan van Charante verzorgde namens de VSB een inhoudelijke presentatie waarin hij de ontwerpwet vanuit medisch, arbeidsgezondheidskundig en preventief perspectief belichtte.
Volgens Van Charante zou een moderne ongevallenregeling zich niet uitsluitend moeten richten op schadeloosstelling nadat een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden. Preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten zou volgens hem een belangrijk uitgangspunt moeten zijn.
Daarbij is volgens de bedrijfsarts een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg noodzakelijk. Ook pleitte hij voor een betere afstemming tussen de Ontwerpwet Ongevallenregeling, de Arbowet en bestaande veiligheidsvoorschriften. Hierdoor zou één samenhangend en toekomstbestendig stelsel voor arbeidsveiligheid kunnen ontstaan.
VSB steunt modernisering, maar ziet knelpunten
De VSB heeft tijdens de behandeling aangegeven de modernisering van de Ongevallenregeling te ondersteunen. Tegelijkertijd is volgens de werkgeversorganisatie op verschillende onderdelen verdere juridische, medische en uitvoeringstechnische uitwerking noodzakelijk.
In haar schriftelijke bijdrage heeft de VSB onder meer aandacht gevraagd voor de ruime definities van werkgever en werknemer, de mogelijke overlap tussen het begrip ongeval en beroepsziekte, de aansprakelijkheid van de laatste werkgever bij beroepsziekten en de voorgestelde uitbreiding van de regeling naar woon-werkverkeer.
Volgens de VSB kunnen deze bepalingen leiden tot rechtsonzekerheid en tot een mogelijk disproportionele aansprakelijkheid voor werkgevers.
Medische beoordeling van beroepsziekten vraagt specialistische expertise
Van Charante besteedde tijdens zijn presentatie bijzondere aandacht aan de medische beoordeling van beroepsziekten. Hij wees erop dat het vaststellen van een beroepsziekte specialistische deskundigheid vereist.
Volgens de VSB moet daarom worden voorkomen dat dergelijke beoordelingen uitsluitend worden overgelaten aan een algemeen arts of een commissie zonder specifieke medische en arbeidsgezondheidskundige expertise.
Een zorgvuldige beoordeling van de medische omstandigheden is volgens de organisatie noodzakelijk om tot een betrouwbaar oordeel te komen.
Ook plaatste Van Charante kanttekeningen bij de voorgestelde omkering van de bewijslast bij beroepsziekten, zoals opgenomen in artikel 23 van de ontwerpwet.
Hij benadrukte dat eerst een zorgvuldig medisch causaal verband moet worden vastgesteld voordat aansprakelijkheid kan worden aangenomen.
Aandacht voor aanstellingskeuringen en periodiek onderzoek
De VSB vroeg daarnaast aandacht voor een duidelijke wettelijke regeling van aanstellingskeuringen en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek.
Volgens de organisatie zouden dergelijke onderzoeken gericht moeten zijn op functies waarbij daadwerkelijk aantoonbare arbeidsrisico’s bestaan.
Een gerichte toepassing moet voorkomen dat medische keuringen zonder duidelijke arbeidsgezondheidskundige noodzaak worden opgelegd.
Evenwichtige aansprakelijkheid en uitvoerbaarheid
Naast de medische aspecten heeft de VSB de noodzaak benadrukt van een evenwichtige aansprakelijkheidsregeling. Daarbij is volgens de organisatie een duidelijke scheiding nodig tussen wettelijke uitkeringen en civielrechtelijke schadevergoedingen.
Ook vraagt de VSB om een actuariële onderbouwing van de voorgestelde verplichte verzekeringsplicht. Een dergelijke onderbouwing is volgens de organisatie noodzakelijk om de financiële gevolgen van de regeling voor werkgevers en verzekeraars inzichtelijk te maken.
Verder werd aandacht gevraagd voor een uitvoerbare meldingssystematiek. De praktische haalbaarheid van de nieuwe verplichtingen moet volgens de VSB voldoende worden meegewogen bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel.
Werkgevers en uitvoeringsinstanties hebben voorbereidingstijd nodig
De VSB plaatste ook vraagtekens bij de voorgestelde onmiddellijke inwerkingtreding van de nieuwe regeling. Volgens de organisatie biedt een dergelijke invoering onvoldoende ruimte aan werkgevers, verzekeraars en uitvoeringsinstanties om zich adequaat voor te bereiden op de nieuwe wettelijke verplichtingen.
Een overgangsperiode zou volgens de VSB noodzakelijk zijn om betrokken partijen in staat te stellen hun systemen, procedures en administratieve processen aan te passen.
VSB adviseert integrale technische herziening
De VSB heeft de Commissie van Rapporteurs geadviseerd om de ontwerpwet eerst technisch, juridisch, medisch en actuarieel grondig te herzien voordat het wetsvoorstel verder in behandeling wordt genomen.
De werkgeversorganisatie benadrukt daarmee dat zij de modernisering van de ongevallenregeling onderschrijft, maar dat een nieuwe wettelijke regeling volgens haar alleen effectief kan functioneren wanneer de juridische grondslag helder is, de medische beoordeling deskundig en onafhankelijk kan plaatsvinden en de financiële en uitvoeringsgevolgen voldoende zijn onderbouwd.
Een integrale herziening moet uiteindelijk bijdragen aan een regeling die zowel werknemers beter beschermt als werkgevers en uitvoeringsinstanties voldoende rechtszekerheid en praktische houvast biedt.






