Het Directoraat Veeteelt van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft in de afgelopen week een hoger dan normale sterfte vastgesteld onder slachtkippen op een pluimveebedrijf.
Het ministerie benadrukt dat pluimveehouders alert moeten zijn en gevallen van verhoogde sterfte tijdig moeten melden, zodat onderzoek kan worden gedaan naar de mogelijke oorzaak.
Volgens LVV is het bekend dat in deze periode van het jaar, waarin de temperaturen overdag langdurig hoog kunnen zijn, de sterfte onder slachtkippen kan toenemen. Een verhoogde sterfte hoeft echter niet uitsluitend door de hoge temperaturen te worden veroorzaakt.
Mogelijke rol van hittestress en ziekten
Het ministerie wijst erop dat verschillende factoren een rol kunnen spelen bij verhoogde sterfte onder pluimvee. Hittestress als gevolg van aanhoudend hoge temperaturen is daarbij een mogelijke oorzaak.
Daarnaast kunnen ook pluimveeziekten optreden of zich onder stressvolle omstandigheden sneller manifesteren. Sommige ziekteverwekkers kunnen bovendien ongemerkt een pluimveebedrijf worden binnengebracht en zich vervolgens onder de dieren verspreiden.
LVV benadrukt daarom dat goed moet worden nagegaan wanneer sprake is van een sterfte die hoger ligt dan wat onder de gegeven omstandigheden als normaal kan worden beschouwd.
Pluimveehouders opgeroepen sterfte te melden
Het ministerie doet een dringend beroep op veehouders, en in het bijzonder op pluimveehouders, om gevallen van verhoogde of ongebruikelijke sterfte te melden.
Door meldingen tijdig door te geven, kunnen medewerkers van het Directoraat Veeteelt onderzoek doen naar mogelijke oorzaken.
Een vroegtijdige melding kan volgens LVV helpen om eventuele ziektegevallen sneller te signaleren en verdere verspreiding te voorkomen.
Het ministerie benadrukt dat het daarbij belangrijk is dat pluimveehouders niet wachten totdat sprake is van grote aantallen zieke of gestorven dieren.
Ondersteuning bij ziektepreventie
Medewerkers van het Directoraat Veeteelt zullen pluimveehouders in het gebied rondom het betreffende bedrijf ondersteunen bij het herkennen en detecteren van mogelijke ziekteverschijnselen.
Daarnaast zal aandacht worden besteed aan het aanscherpen van bioveiligheidsmaatregelen op pluimveebedrijven. Een goede bioveiligheid moet helpen voorkomen dat ziekteverwekkers het bedrijf binnenkomen of zich onder de dieren verspreiden.
Het ministerie benadrukt dat pluimveehouders zelf een belangrijke rol hebben bij het gezond houden van hun bedrijven.
Het tijdig signaleren van afwijkingen in het gedrag, de gezondheid en de sterfte onder dieren vormt daarbij een belangrijk onderdeel.
Meldingen kunnen per ressort worden gedaan
(Pluim)veehouders die een hoger dan normale sterfte onder hun dieren constateren, kunnen hiervan melding doen bij de daarvoor aangewezen medewerkers van het Directoraat Veeteelt.
Voor algemene meldingen en informatie is het Directoraat Veeteelt bereikbaar via 479112, toestel 2101.
Voor Wanica A kan contact worden opgenomen met R. Akloe via 8822767. Voor Wanica B is R. Mokhamsing bereikbaar via 8607380 en voor Wanica C W. Fernandes via 8583576.
In Paramaribo kunnen meldingen worden gedaan bij S. Brug via 8610064. Voor Lelydorp en Para is S. Soekhoe bereikbaar via 8623674. In Commewijne kan contact worden opgenomen met S. Mohan via 8892009.
Voor Saramacca en Coronie is B. Chitan bereikbaar via 8581189, terwijl veehouders in Nickerie contact kunnen opnemen met J. Kartosentiko via 8767835.
LVV roept pluimveehouders op alert te blijven en bij opvallende sterfte tijdig contact op te nemen met het Directoraat Veeteelt.






