De discussie over het grensprotocol tussen Suriname en Frankrijk mag volgens de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) niet worden gereduceerd tot een politiek meningsverschil binnen de coalitie.
De organisatie stelt dat het protocol raakt aan fundamentele nationale belangen, waaronder territoriale rechtszekerheid, veiligheid, economische ontwikkeling en de rechten van de inheemse en tribale gemeenschappen in het grensgebied.
Hoewel de VSB het strategische belang van een duidelijk afgebakende en internationaal erkende grens onderschrijft, benadrukt de organisatie dat ratificatie niet zonder aanvullende juridische en bestuurlijke waarborgen mag plaatsvinden.
Gemeenschappen die direct door het protocol worden geraakt, moeten de zekerheid krijgen dat hun rechten en belangen daadwerkelijk worden beschermd.
Duidelijke grens versterkt rechtszekerheid
Volgens de VSB bouwt het protocol voort op het Verdrag van Parijs uit 1915 en wordt de grens over de Marowijne- en Lawarivier vastgesteld op basis van de middellijn bij normale waterstand. Daarnaast wordt de grens digitaal vastgelegd met geografische coördinaten, waardoor deze juridisch nauwkeuriger en internationaal beter verifieerbaar wordt.
De ondernemersorganisatie stelt dat hiermee langdurige onduidelijkheid over de status van eilanden en riviergedeelten wordt weggenomen.
Die onzekerheid heeft volgens de VSB in het verleden geleid tot spanningen en vragen over de bevoegdheden van politie, defensie, douane en andere overheidsinstanties.
Ook wijst de organisatie erop dat het protocol voorziet in een internationale geschillenregeling via het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag wanneer diplomatiek overleg geen oplossing biedt.
Grensprotocol mag positie Suriname niet verzwakken
Tegelijkertijd benadrukt de VSB dat ratificatie geen gevolgen mag hebben voor het nog onopgeloste vierde grensdeel tussen Suriname en Frans-Guyana, dat zich uitstrekt vanaf de samenvloeiing van de Lawa, Litani en Marowini richting Brazilië.
Volgens de organisatie moet de regering erop toezien dat de juridische positie van Suriname in dat grensgeschil volledig behouden blijft.
Economische kansen, maar geen automatische voordelen
Aan het protocol is een gezamenlijke verklaring gekoppeld waarin Suriname en Frankrijk de intentie uitspreken om intensiever samen te werken op uiteenlopende terreinen.
Daarbij gaat het onder meer om de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, illegale goudwinning, mensenhandel, drugssmokkel en milieuvervuiling.
Daarnaast wordt ingezet op betere informatie-uitwisseling tussen veiligheidsdiensten, veilig rivierverkeer, bescherming van biodiversiteit, modernisering van de goudsector, verbetering van gezondheidszorg en onderwijs, en stimulering van handel, toerisme, landbouw, bosbouw en andere economische activiteiten.
Volgens de VSB kunnen deze ontwikkelingen bijdragen aan een aantrekkelijker investeringsklimaat en meer rechtszekerheid voor ondernemers.
Tegelijkertijd waarschuwt de organisatie dat de gezamenlijke verklaring grotendeels bestaat uit beleidsintenties. De economische voordelen zullen volgens de ondernemers pas werkelijkheid worden wanneer deze afspraken worden uitgewerkt in concrete verdragen, uitvoeringsmaatregelen, voldoende financiering en effectief toezicht.
Rechten van inheemse en tribale gemeenschappen centraal
De VSB stelt dat de zorgen van de inheemse en tribale gemeenschappen serieus moeten worden genomen.
Voor deze groepen is de rivier niet uitsluitend een internationale grens, maar ook een leefgebied, vervoersroute, bron van inkomsten en onderdeel van hun culturele identiteit.
De ondernemersorganisatie vindt daarom dat de regering vooraf duidelijkheid moet geven over de bescherming van traditionele gebruiksrechten, de vrije verplaatsing van bewoners langs de rivier, de rol van traditionele gezagsdragers bij het beheer van het gebied en de wijze waarop gemeenschappen worden betrokken bij besluiten over mijnbouw, infrastructuur, natuurbeheer en andere economische ontwikkelingen.
Daarnaast moet volgens de VSB helder zijn welke rechtsmiddelen beschikbaar zijn wanneer bewoners zich benadeeld voelen en hoe wordt voorkomen dat strengere grenscontroles traditionele leefwijzen onbedoeld criminaliseren.
Consultatie moet meer zijn dan een formaliteit
Volgens de ondernemersorganisatie mag overleg met de lokale bevolking niet worden gebruikt als een formele stap om een reeds genomen besluit te legitimeren.
Werkelijke participatie betekent volgens de VSB dat de zorgen van gemeenschappen zichtbaar worden verwerkt in het uiteindelijke beleid en dat zij ook na eventuele ratificatie betrokken blijven bij de uitvoering en monitoring van de gemaakte afspraken.
Parlement moet openheid geven over standpunten
De VSB neemt kennis van de aangekondigde bezwaren van verschillende politieke partijen tegen ratificatie van het protocol.
Volgens de organisatie verdienen de aangevoerde argumenten een inhoudelijke behandeling. Wanneer politieke partijen of individuele volksvertegenwoordigers hun standpunt wijzigen, moeten zij volgens de ondernemersorganisatie duidelijk uitleggen welke nieuwe juridische, maatschappelijke of bestuurlijke inzichten daaraan ten grondslag liggen.
De VSB verwacht daarom dat de behandeling van het grensprotocol in De Nationale Assemblée volledig openbaar, inhoudelijk en controleerbaar plaatsvindt.
Historische beslissing vraagt om politieke verantwoordelijkheid
Volgens de ondernemersorganisatie staat De Nationale Assemblée voor een besluit dat grote gevolgen kan hebben voor de toekomstige ontwikkeling van Suriname.
Daarom wil de VSB niet alleen weten of het protocol uiteindelijk wordt aangenomen, maar ook hoe iedere fractie en elk individueel parlementslid stemt, welke argumenten daarbij worden gehanteerd en welke garanties vooraf aan de regering zijn gevraagd.
De organisatie benadrukt dat juist bij een dossier van deze omvang politieke verantwoordelijkheid zichtbaar moet zijn en dat nationale belangen, rechtszekerheid, internationale betrouwbaarheid en de bescherming van lokale gemeenschappen zorgvuldig met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht.






