Tijdens een overleg tussen districtscommissaris Marvin Vijent en minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) is uitgebreid gesproken over de uitdagingen waarmee traditionele vissers uit de inheemse dorpen langs de Marowijne River te maken hebben.
Het overleg vond plaats op donderdag 26 februari en werd bijgewoond door verschillende stakeholders uit het district Marowijne District.
Transportprobleem voor traditionele vissers
Een belangrijk punt tijdens de bespreking was dat traditionele vissers hun vangst – waaronder vissoorten zoals koebi, bang bang en snoek – vaak niet naar Paramaribo kunnen transporteren.
Bij de controlepost Stolkertsijver Controlepost wordt de vis regelmatig in beslag genomen omdat de vissers niet beschikken over de vereiste vergunningen. Dit vormt volgens de aanwezigen een grote belemmering voor de afzet van visproducten buiten het district.
Naast de visserij kwamen ook landbouwvraagstukken aan de orde. Vertegenwoordigers uit het district gaven aan dat er behoefte bestaat aan onder meer: een excavator, tractoren met ploegen, landbouwgereedschap en plantmateriaal, voorlichting aan boeren en levering van meststoffen zoals ureum en fosfor.
Volgens de stakeholders zijn deze middelen noodzakelijk om de agrarische productie in het district te versterken.
Gevoel van achterstelling in Marowijne
Tijdens het overleg werd ook aandacht gevraagd voor de bestuurlijke positie van Marowijne. Vertegenwoordigers uit het district gaven aan dat het district voor besluitvorming en begrotingskwesties sterk afhankelijk is van Commewijne District.
Volgens hen moet de werkstructuur duidelijker worden ingericht om het gevoel van achterstelling – omschreven als een “stiefmoederlijke behandeling” – weg te nemen.
Minister belooft werkstructuur voor vissers
Minister Noersalim heeft tijdens de bespreking toegezegd dat er een werkstructuur zal worden opgezet om de kleine en traditionele vissers beter in kaart te brengen.
Op basis daarvan moeten maatregelen worden getroffen om de afzet van hun visproducten buiten Marowijne mogelijk te maken.
Daarnaast beloofde de minister dat er werktuigen beschikbaar zullen worden gesteld aan het district.
Ook gaf hij aan op korte termijn zelf een bezoek te brengen aan Marowijne om met alle betrokken organisaties de voorgestelde werkstructuur verder te bespreken.







