• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

Van 119% naar 285% schuld: wanneer kan Suriname niet meer betalen?

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
5 september 2026 12:00
in Opinie
IMF scaled

IMF.

Een land kan niet failliet! En dus kan Suriname ook niet failliet. Maar wat als de schuld blijft stijgen? Is dit gevaarlijk of waait het over?

Laten we niet vergeten dat naast de huidige Staatsschuld van 4.7 miljard, ook de belangrijkste Staatsbedrijven, SLM, SWM, EBS, allemaal diep in de schulden zitten!

Een staatsschuld van USD 4,7 miljard is voor Suriname al buitengewoon zwaar, maar het gevaar wordt pas serieus wanneer de overheid steeds meer moet lenen om rente, lopende verplichtingen en oude schulden te financieren.

Een stress-scenario met jaarlijks USD 1 miljard nieuwe schuld en 8% rente laat zien dat de schuld tegen 2030 richting USD 11,3 miljard kan bewegen, waarmee Suriname bij een gelijkblijvend bbp rond 285% van het bbp zou uitkomen.

Er zijn financiële cijfers die op zichzelf indrukwekkend lijken, maar pas werkelijk betekenis krijgen wanneer wij ze in verband brengen met de economische draagkracht van een land.

De huidige staatsschuld van Suriname is daarvan misschien wel het meest indringende voorbeeld, omdat USD 4,7 miljard voor iemand die dagelijks met Surinaamse dollars en stijgende prijzen leeft misschien slechts een onbegrijpelijk groot bedrag lijkt, terwijl het in werkelijkheid betekent dat de overheid inmiddels een schuld draagt die volgens de beschikbare cijfers ongeveer 119 procent van het bruto binnenlands product bedraagt.

Anders gezegd: tegenover een economie die jaarlijks ongeveer USD 3,95 miljard produceert, staat een overheidsschuld van ongeveer USD 4,7 miljard.

Dat betekent niet dat Suriname morgen USD 4,7 miljard moet terugbetalen, omdat staatsleningen verschillende looptijden hebben en vaak over vele jaren worden afgelost, maar het betekent wel dat de verhouding tussen de omvang van de economie en de verplichtingen van de staat bijzonder zwaar is geworden.

Mis dit niet:

Een werkgeversverklaring online? Ja, en Suriname moet hiermee doorgaan

Suriname zit op goud, maar graaft zichzelf arm

Het is daarom onvoldoende om uitsluitend te zeggen dat de schuld “beheersbaar” is omdat niet alles tegelijkertijd hoeft te worden afgelost; de veel belangrijkere vraag is of Suriname voldoende structurele inkomsten en economische groei heeft om rente en aflossingen te betalen én tegelijkertijd de samenleving en economie te blijven financieren.

Wat is het probleem als de regering leent?

Het probleem ontstaat wanneer een regering niet langer incidenteel leent voor productieve investeringen, maar structureel nieuwe schuld nodig heeft om haar financiële huishouding draaiende te houden.

Een lening voor een infrastructuurproject dat de economie sterker maakt, waardoor toekomstige belastinginkomsten stijgen, is financieel iets totaal anders dan een lening waarmee salarissen, subsidies, betalingsachterstanden, rente of verlieslatende staatsbedrijven worden gefinancierd zonder dat daar voldoende nieuwe economische inkomsten tegenover staan.

Om zichtbaar te maken hoe snel de situatie kan verslechteren, kunnen wij daarom een stressscenario gebruiken waarin Suriname vanaf een schuld van USD 4,7 miljard jaarlijks USD 1 miljard extra moet lenen en de gemiddelde rente 8 procent bedraagt, waarbij de rente in dit scenario wordt toegevoegd aan de schuld.

Het uitgangspunt is nadrukkelijk geen voorspelling, maar een stresstest die laat zien wat er gebeurt wanneer een regering haar structurele financieringsprobleem niet weet op te lossen.

Wat zijn de schuldscenario’s

In het eerste jaar groeit de schuld in dit scenario van USD 4,7 miljard naar ongeveer USD 6,16 miljard. Een jaar later komt de schuld uit rond USD 7,73 miljard, vervolgens rond USD 9,43 miljard, waarna zij in 2030 uitkomt op ongeveer USD 11,26 miljard.

Als het bbp ondertussen ongeveer USD 3,95 miljard blijft, verschuift de schuldquote daarmee van ongeveer 119 procent naar ongeveer 156 procent, vervolgens naar circa 196 procent, daarna naar ongeveer 239 procent en uiteindelijk naar ongeveer 285 procent van het bbp.

Dat is de reden waarom de discussie niet moet gaan over de vraag of USD 11,26 miljard in 2030 een voorspelling is, want dat is het nadrukkelijk niet, maar over de veel relevantere vraag hoeveel nieuwe schuld Suriname zich nog kan veroorloven voordat de toegang tot financiering en het vertrouwen van kredietverstrekkers daadwerkelijk onder druk komen te staan.

Wat voor rol speelt de rente op de leningen in het geheel?

Bij een schuld van USD 4,7 miljard en een gemiddelde rente van 8 procent bedraagt de jaarlijkse rentelast aanvankelijk ongeveer USD 376 miljoen, nog voordat er één dollar van de oorspronkelijke schuld is afgelost.

Wanneer de regering die rente volledig uit haar normale inkomsten kan betalen, blijft de hoofdsom in beginsel stabiel.

Wanneer de inkomsten daarvoor echter onvoldoende zijn en nieuwe leningen nodig zijn om de rente te betalen, begint een gevaarlijk proces waarbij schuld niet alleen groeit door nieuw beleid, maar ook door de kosten van eerder gemaakte schulden.

Dat mechanisme wordt door burgers vaak onderschat, omdat rente geen zichtbare nieuwe brug, school of ziekenhuis oplevert, terwijl het wel ieder jaar geld uit de begroting wegneemt.

Iedere dollar die naar rente gaat, kan immers niet tegelijkertijd worden gebruikt voor productieve investeringen, onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur of economische ontwikkeling.

Daarom is de vraag hoeveel rente Suriname jaarlijks betaalt uiteindelijk misschien belangrijker dan de vraag hoeveel het land vandaag precies verschuldigd is.

Wanneer wordt hoge schuld een default-risico?

Hier moet het debat technisch correct worden gevoerd, omdat het onjuist zou zijn om te beweren dat Suriname automatisch in default terechtkomt zodra de schuld bijvoorbeeld 150, 200 of 285 procent van het bbp bereikt. Internationale rating agencies hanteren namelijk geen dergelijke automatische grens.

S&P Global Ratings kijkt bij sovereign ratings onder meer naar de institutionele kwaliteit, economische structuur en groeivooruitzichten, externe liquiditeit, begrotingspositie, schuldlast en monetaire flexibiliteit.

Binnen de beoordeling van de schuld kijkt S&P onder meer naar schuld ten opzichte van het bbp, rentelasten ten opzichte van overheidsinkomsten, de structuur van de schuld en toegang tot financiering.

Dat is buitengewoon belangrijk voor Suriname, omdat een land met een hoge schuld maar sterke economische groei, ruime reserves, betrouwbare instituties en goedkope toegang tot financiering een hogere schuld kan dragen dan een land met een lagere schuld maar een zwakke munt, hoge rente, beperkte reserves en nauwelijks toegang tot nieuwe financiering. S&P benadrukt daarom expliciet dat schuldquote op zichzelf geen absolute default-trigger vormt.

De echte grens wordt dus niet bepaald door één percentage, maar door het moment waarop de overheid niet langer geloofwaardig kan aantonen dat zij haar verplichtingen tijdig en volledig kan blijven nakomen. Dat is de kern van het default-risico.

Drie problemen die tegelijkertijd ontstaan

1. Het eerste alarmsignaal ontstaat wanneer de overheid structureel onvoldoende primaire inkomsten heeft om haar rente en andere verplichtingen te betalen, waardoor zij nieuwe schuld nodig heeft om oude schuld en rente te financieren.

2. Het tweede alarmsignaal ontstaat wanneer kredietverstrekkers steeds hogere rente eisen omdat zij het risico groter achten, waardoor iedere nieuwe lening duurder wordt dan de vorige en de schuld daardoor sneller groeit.

3. Het derde en misschien meest acute alarmsignaal ontstaat wanneer de toegang tot nieuwe financiering opdroogt en de overheid tegelijkertijd onvoldoende buitenlandse valuta, reserves en begrotingsruimte heeft om aflossingen en rente te voldoen.

Op dat moment verandert een hoge schuld van een financieel probleem in een liquiditeitscrisis.

En wanneer een overheid vervolgens een verschuldigde betaling niet op tijd of niet volledig uitvoert, kan dat volgens de criteria van rating agencies daadwerkelijk leiden tot een formele default-classificatie.

S&P maakt bijvoorbeeld duidelijk dat een rating pas naar ‘D’ of ‘SD’ wordt gebracht wanneer daadwerkelijk sprake is van een betalingsdefault, zoals niet-betaling of een distressed debt exchange.

Dat betekent dat 285 procent schuld niet automatisch default betekent, maar het betekent evenmin dat een schuldquote van 285 procent genegeerd kan worden.

Een dergelijke ontwikkeling zou, bij een gelijkblijvende economie en zonder sterke liquiditeitsbuffers, een extreem zware indicatie zijn van verslechterende schuldhoudbaarheid.

De SRD-wisselkoers kan het probleem nog groter maken

Daar komt het wisselkoersrisico bij, omdat een belangrijk deel van de Surinaamse verplichtingen in buitenlandse valuta luidt terwijl de staat veel inkomsten in SRD ontvangt. Wanneer de SRD verzwakt, wordt dezelfde buitenlandse schuld in lokale valuta steeds duurder.

Hierbij zijn er 2 scenario’s die interessant zijn:

1) Bij een koers van 37 SRD voor één Amerikaanse dollar vertegenwoordigt USD 4,7 miljard ongeveer SRD 173,9 miljard,

2) Terwijl dezelfde dollar-schuld bij een koers van 45 ongeveer SRD 211,5 miljard vertegenwoordigt.

De schuld in dollars is dus niet veranderd, maar de hoeveelheid Surinaamse dollars die nodig is om die verplichtingen te dragen neemt fors toe.

Ook de aanvankelijke rentelast van USD 376 miljoen wordt daardoor zwaarder: bij 37 SRD per dollar gaat het om ongeveer SRD 13,9 miljard, terwijl dat bij 45 SRD per dollar ongeveer SRD 16,9 miljard wordt.

Een zwakkere munt kan daardoor de begroting verder onder druk zetten, waardoor opnieuw meer financiering nodig is, waardoor de schuld verder stijgt en vervolgens opnieuw meer rente moet worden betaald.

Gaan de olie-inkomsten helpen?

Ja, alleen als Suriname de inkomsten niet vooraf uitgeeft.

De toekomstige olie- en gasinkomsten vormen daarom zowel de grootste kans als het grootste risico voor de Surinaamse staatsfinanciën.

Wanneer deze inkomsten worden gebruikt om productiviteit, infrastructuur, onderwijs, technologie en de diversificatie van de economie te financieren, kunnen zij het bbp structureel verhogen en daarmee de schuld draaglijker maken.

Maar wanneer olie-inkomsten vooral worden gebruikt om bestaande begrotingstekorten, consumptieve uitgaven en oude schulden te financieren, ontstaat een gevaarlijke situatie waarin toekomstige inkomsten feitelijk worden gebruikt als rechtvaardiging voor nieuwe uitgaven vandaag.

Een land wordt niet rijker wanneer het toekomstige inkomsten alvast uitgeeft; het wordt alleen tijdelijk rijker op papier.

Juist daarom moet Suriname vóór de grote olie-inkomsten binnenkomen een strikt kader hebben voor hoeveel wordt uitgegeven, hoeveel wordt gespaard, hoeveel wordt geïnvesteerd en hoeveel nieuwe schuld nog wordt toegestaan.

Betalingsachterstanden zijn het symptoom dat de kas al onder druk staat

De discussie over schuld mag bovendien niet uitsluitend worden beperkt tot de officiële staatsschuld, omdat betalingsachterstanden bij staatsbedrijven en overheidsinstellingen eveneens iets zeggen over de werkelijke financiële positie van de staat.

Wanneer de overheid haar rekeningen bij bijvoorbeeld SWM en EBS niet tijdig betaalt, verschuift de financiële druk naar deze bedrijven, die vervolgens minder middelen hebben om noodzakelijke investeringen te doen.

Volgens de aangeleverde informatie bedraagt alleen de achterstallige schuld van overheidsinstellingen aan bijvoorbeeld SWM, terwijl de regering tegelijkertijd aangeeft deze achterstanden versneld te willen wegwerken.

Dat is op zichzelf geen bewijs van een Staatsdefault, maar het is wel een belangrijk financieel signaal, omdat een gezonde overheid structureel in staat moet zijn haar verplichtingen tijdig te betalen.

SLM is een voorbeeld van de vraag die iedere parlementariër zou moeten stellen

Hetzelfde geldt voor de ondersteuning van SLM, waaraan volgens de aangeleverde informatie ongeveer USD 2 miljoen per maand, oftewel circa USD 24 miljoen per jaar, wordt verstrekt, terwijl Financiën volgens de minister niet over actuele jaarverslagen van het staatsbedrijf beschikt.

Daarmee ontstaat een eenvoudige maar fundamentele vraag: hoe kan een overheid structureel miljoenen dollars blijven financieren wanneer zij onvoldoende actuele financiële informatie heeft om de financiële gezondheid van de onderneming volledig te beoordelen?

Het antwoord op die vraag zegt uiteindelijk veel over de kwaliteit van de financiële Governance van de staat.

De echte deadline is niet 2030, maar het moment waarop kredietverstrekkers hun vertrouwen verliezen

Daarom moeten wij oppassen met de gedachte dat Suriname nog vier jaar heeft om het probleem op te lossen.

Een overheid kan vier jaar lang probleemloos functioneren wanneer kredietverstrekkers vertrouwen houden, maar zij kan in zeer korte tijd in een liquiditeitscrisis terechtkomen wanneer herfinanciering moeilijk wordt, rente stijgt, reserves afnemen of een grote aflossing op een ongelukkig moment moet worden gedaan.

De defaultgrens is daarom geen kalenderjaar en ook geen magisch schuldpercentage. De defaultgrens begint wanneer de staat niet langer geloofwaardig kan aantonen dat zij haar schuldverplichtingen op tijd kan blijven nakomen.

Dat is precies waarom internationale rating agencies niet alleen kijken naar schuld ten opzichte van het bbp, maar ook naar rentelasten, financieringsmogelijkheden, buitenlandse valuta-exposure, liquiditeit, economische groei, instituties en de betalingscultuur van een overheid.

Conclusie

Suriname moet niet wachten tot de markt zegt dat het genoeg is. Suriname hoeft dus niet te wachten tot de staat officieel in default raakt voordat de situatie ernstig wordt genoemd.

Tegen de tijd dat een regering daadwerkelijk niet meer kan betalen, is het vertrouwen al grotendeels verdwenen en zijn de opties meestal veel duurder en pijnlijker geworden.

Het echte doel van financieel beleid moet daarom niet zijn om de defaultgrens net niet te overschrijden, maar om ruim vóór die grens voldoende financiële buffers, economische groei en begrotingsdiscipline op te bouwen.

Een schuld van USD 4,7 miljard bij ongeveer 119 procent van het bbp is al een ernstige waarschuwing. Een scenario waarin jaarlijks USD 1 miljard wordt bijgeleend en 8 procent rente wordt gekapitaliseerd, laat vervolgens zien hoe de schuld in vier jaar richting USD 11,3 miljard kan bewegen en bij een gelijkblijvend bbp richting 285 procent kan oplopen.

Nogmaals: 285 procent is geen voorspelling en geen automatische defaultgrens. Het is een stresstest die laat zien hoe gevaarlijk de schuldontwikkeling wordt wanneer structurele financieringsproblemen niet worden opgelost.

Daarom ligt de belangrijkste politieke opdracht niet in het vinden van de volgende lening, maar in het voorkomen dat de volgende lening noodzakelijk wordt.

Suriname heeft uiteindelijk geen financieel beleid nodig dat ervoor zorgt dat de staat vandaag nog kan lenen; Suriname heeft financieel beleid nodig dat ervoor zorgt dat de staat morgen voldoende verdient om niet meer te hoeven lenen. Suriname heeft Bauxiet, Goud, Hout, Olie gehad en het lijkt erop dat zij toch niet voldoende heeft verdient.

Nu komt er nog meer Olie en Gas, gaat dat de zaak verbeteren? Want zodra een regering afhankelijk wordt van steeds nieuwe schulden om eerdere schulden, rente en lopende verplichtingen te financieren, verandert lenen van een instrument voor ontwikkeling in een instrument voor overleving.

En wanneer zelfs toekomstige olie- en gasinkomsten nodig zijn om die constructie overeind te houden, moet iedere Surinamer zich afvragen of het land werkelijk op weg is naar financiële onafhankelijkheid — of slechts op weg naar een grotere rekening die uiteindelijk door de volgende generatie moet worden betaald.

Dr. Ashwin Ramcharan

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

telefoon laptop internet
Opinie

Een werkgeversverklaring online? Ja, en Suriname moet hiermee doorgaan

goud
Opinie

Suriname zit op goud, maar graaft zichzelf arm

kabinet president suriname
Column

Waarom kijken we in Suriname nog altijd zo op tegen politici?

kabinet president dna suriname paramaribo fort zeelandia
Column

Waarom een Nederlandse schoonmaakster trotser kan zijn dan een Surinaamse minister

De echte stekker moet uit het oude beleid.
Opinie

De stekker uit DNA? Prima. Maar wie trekt de stekker uit het oude beleid?

paramaribo suriname zanderij airport luchthaven johan adolf pengel
Opinie

SLM in de problemen: hoeveel geduld mag een passagier nog hebben?

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws