De waarschuwing van VHP-assembleelid Krishna Mathoera dat Suriname niet te afhankelijk moet worden van toekomstige olie- en gasinkomsten verdient serieuze aandacht.
Hoewel de olie-industrie ongekende economische kansen biedt, leert de internationale ervaring dat landen die hun economie op één sector bouwen, kwetsbaar worden voor prijsschommelingen en economische tegenslagen.
De olie- en gasindustrie alleen zal bovendien niet voldoende banen creëren voor de duizenden Surinamers die de komende jaren de arbeidsmarkt betreden.
Olie moet andere sectoren versterken
De grootste fout die Suriname kan maken, is wachten op de eerste miljarden uit de olieproductie voordat er wordt geïnvesteerd in andere economische pijlers.
Juist de verwachte olie-inkomsten zouden moeten worden ingezet om sectoren als landbouw, toerisme, industrie, technologie, logistiek en de creatieve economie te versterken.
Een gezonde economie is een economie waarin meerdere sectoren bijdragen aan groei, export en werkgelegenheid.
Meer dan alleen praten over diversificatie
De roep om economische diversificatie is niet nieuw. Vrijwel iedere regering heeft dit als beleidsdoel genoemd, maar concrete resultaten zijn beperkt gebleven.
De uitdaging voor de regering-Simons is daarom niet om diversificatie opnieuw aan te kondigen, maar om deze daadwerkelijk uit te voeren met duidelijke investeringsprogramma’s, betere financieringsmogelijkheden voor ondernemers en een aantrekkelijk investeringsklimaat.
Olie kan Suriname rijker maken, maar alleen een brede economie kan het land duurzaam welvarend maken.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








