De Vooruitstrevende Hervormingspartij (VHP) heeft behoefte aan een voorzitter die de partij kan verenigen, vertrouwen kan herstellen en nieuwe groepen aan zich kan binden.
Dat stelt criticus Patrick Jacot in een reactie aan GFC Nieuws, waarin hij ingaat op de argumenten van Kiran Changoer voor de mogelijke kandidatuur van Asis Gajadien als partijvoorzitter.
Volgens Jacot verdient Armand Achaibersing de voorkeur, vanwege zijn bestuurlijke ervaring, zijn prestaties in het bedrijfsleven en zijn vermogen om onder moeilijke omstandigheden draagvlak te creëren.
Jacot benadrukt respect te hebben voor Changoers recht om haar mening te uiten. Hij stelt echter dat een kritische beoordeling van haar argumenten tot een andere conclusie zou moeten leiden.
Politieke staat van dienst: waar zijn de concrete verdiensten?
Changoer heeft betoogd dat de politieke staat van dienst en de concrete verdiensten van Gajadien zwaar moeten wegen bij de keuze voor een nieuwe partijvoorzitter. Met dat uitgangspunt is Jacot het eens. Hij vraagt zich echter af welke concrete prestaties daarbij als doorslaggevend bewijs worden aangevoerd.
Gajadien maakt sinds 2010 deel uit van De Nationale Assemblée. Volgens Jacot is die lange parlementaire ervaring op zichzelf onvoldoende om vast te stellen dat hij de beste kandidaat is voor het voorzitterschap.
De centrale vraag is volgens de criticus niet uitsluitend hoelang iemand politiek actief is, maar vooral wat die persoon aantoonbaar heeft bereikt en welke bijdrage hij kan leveren aan de toekomst van de partij.
Een partijvoorzitter moet immers meer kunnen dan de eigen positie binnen de organisatie versterken. Hij moet richting geven, mensen overtuigen en uiteenlopende belangen bij elkaar brengen.
Achaibersing heeft bewezen mensen en organisaties te kunnen verbinden
Jacot wijst erop dat Changoer zelf stelt dat een partijvoorzitter groepen bij elkaar moet houden en mensen moet kunnen overtuigen. Juist op dat punt ziet hij sterke argumenten voor Achaibersing.
Volgens Jacot heeft Achaibersing als manager een onderneming opgebouwd die uitgroeide tot een van de grootste van Suriname. Die ervaring vraagt volgens hem om visie, organisatievermogen, strategisch inzicht en het vermogen om met verschillende mensen samen te werken.
Ook zijn periode als minister van Financiën en Planning wordt door Jacot aangehaald als bewijs van bestuurlijke ervaring. Hij stelt dat Achaibersing Suriname door een ernstige schuldencrisis heeft geholpen.
Het aanpakken van een dergelijke crisis vereist volgens de criticus moeilijke onderhandelingen met internationale financiële instellingen, waaronder het Internationaal Monetair Fonds (IMF), en met schuldeisers.
Daarnaast moet steun worden verworven voor ingrijpende maatregelen bij coalitiepartners, het parlement en de samenleving.
Dat zijn volgens Jacot precies de vaardigheden die nodig zijn om een politieke partij te leiden: onderhandelen, vertrouwen opbouwen, belangen afwegen en onder grote druk resultaten proberen te bereiken.
Vertrek als minister was volgens Jacot geen vlucht voor verantwoordelijkheid
Changoer heeft ook vraagtekens geplaatst bij het vertrek van Achaibersing als minister, waarbij zij stelde dat hij zijn functie neerlegde toen er problemen ontstonden.
Jacot verzet zich tegen die voorstelling van zaken. Hij verwijst naar augustus 2022, toen Achaibersing de president schriftelijk liet weten dat hij om strikt persoonlijke redenen zijn portefeuille ter beschikking stelde.
Volgens Jacot bleef Achaibersing vervolgens op verzoek van de president nog twee maanden aan, zodat een ordelijke overdracht kon plaatsvinden. Ook stelt hij dat Achaibersing afstand deed van elke vergoeding en elk pensioen.
Voor Jacot getuigt dit niet van het ontlopen van problemen, maar van verantwoordelijkheid nemen en zorgen voor een zorgvuldige bestuurlijke overgang.
Hij vindt dat de omstandigheden waaronder iemand een functie verlaat, in hun volledige context moeten worden beoordeeld en niet uitsluitend mogen worden gebruikt om diens geschiktheid voor een andere functie in twijfel te trekken.
Jongeren kansen bieden en verdeeldheid binnen de VHP verminderen
In haar betoog noemt Changoer verschillende criteria waaraan een nieuwe VHP-voorzitter volgens haar moet voldoen. De voorzitter moet jongeren kansen bieden, nieuwe groepen aanspreken, interne verdeeldheid verminderen en bereid zijn kritisch naar het eigen verleden te kijken.
Jacot zegt zich volledig in deze uitgangspunten te kunnen vinden. Hij vindt echter dat deze criteria consequent op beide kandidaten moeten worden toegepast.
Volgens hem beschikt Achaibersing over een brede steunbasis binnen en buiten de partij. Hij wijst daarbij op de groep die zijn kandidatuur ondersteunt, met onder anderen voormalige ministers, leden van De Nationale Assemblée en hoofdbestuursleden.
Jacot stelt dat Achaibersing daarmee over een aanzienlijk draagvlak beschikt. De steun voor Gajadien omschrijft hij daarentegen als beperkt tot een kleine groep van persoonlijke vertrouwelingen en medestanders.
Die tegenstelling is volgens de criticus relevant voor een partij die behoefte heeft aan herstel van onderling vertrouwen en een breed gedragen leiderschap.
De omvang en samenstelling van de steun voor beide kandidaten zijn daarbij echter ook zaken die binnen de partij zelf zorgvuldig moeten worden vastgesteld.
Kritiek op politieke druk als middel om een positie te verkrijgen
Een ander punt dat Jacot naar voren brengt, betreft de manier waarop Gajadien volgens hem met zijn politieke ambities omgaat.
De criticus stelt dat bij Gajadien het verwerven van een positie regelmatig gepaard zou gaan met het opbouwen van druk, waarna die druk als onderhandelingsmiddel wordt ingezet. Hij geeft daarmee uiting aan zijn eigen kritische beoordeling van Gajadiens politieke handelwijze.
Gajadien spreekt volgens Jacot over collectief leiderschap. Dat uitgangspunt klinkt goed, maar de criticus vraagt zich af in hoeverre dit verenigbaar is met het opbouwen van druk rond de eigen kandidatuur.
Collectief leiderschap vereist volgens hem juist de bereidheid om persoonlijke ambities ondergeschikt te maken aan het bredere belang van de organisatie.
Dat betekent ook dat men bereid moet zijn zich achter een breed gedragen kandidatenlijst te scharen, wanneer daarmee de eenheid van de partij kan worden versterkt.
De kern van zijn kritiek is dat leiderschap niet uitsluitend draait om het verkrijgen van invloed, maar vooral om de manier waarop die invloed wordt ingezet.
Gajadien heeft ervaring die de VHP niet mag verspillen
Ondanks zijn uitgesproken voorkeur voor Achaibersing stelt Jacot dat Gajadien de VHP wel degelijk iets te bieden heeft.
Gajadien kent de parlementaire fractie, het politieke bedrijf en de interne structuren van de partij van binnenuit. Die ervaring kan volgens Jacot van waarde zijn voor de verdere ontwikkeling van de VHP.
Juist daarom roept hij Gajadien op om te kiezen voor samenwerking en bundeling van krachten, in plaats van een politieke strijd om de hoogste functie.
Volgens Jacot hoeft een verschil van inzicht over het voorzitterschap niet te leiden tot verdere verdeeldheid. De partij zou er meer bij winnen wanneer ervaring, kennis en politieke netwerken gezamenlijk worden ingezet voor haar toekomst.
VHP heeft behoefte aan een voorzitter die verbindt
Voor Jacot staat uiteindelijk één vraag centraal: welk type leiderschap heeft de VHP op dit moment nodig?
Volgens hem moet de nieuwe voorzitter niet alleen beschikken over politieke ervaring, maar ook in staat zijn om mensen met uiteenlopende achtergronden en belangen samen te brengen. De partij moet volgens hem verder kijken dan haar traditionele achterban en ruimte bieden aan jongeren, nieuwe groepen en kritische geluiden.
Jacot ziet in Achaibersing de kandidaat die het beste aan die behoefte voldoet. Zijn bestuurlijke ervaring, zijn achtergrond in het bedrijfsleven en zijn steun binnen en buiten de partij vormen volgens de criticus belangrijke argumenten voor diens kandidatuur.
Zijn boodschap aan de VHP is dan ook duidelijk: de partij heeft geen voorzitter nodig die zijn positie via politieke druk probeert te versterken, maar een leider die zijn gezag ontleent aan prestaties, vertrouwen en het vermogen om mensen bij elkaar te brengen.
‘De VHP heeft een verbinder nodig, geen hefboom’, is de kern van Jacots betoog. Volgens hem ligt de toekomst van de partij niet in een strijd om individuele posities, maar in leiderschap dat de organisatie verenigt en haar opnieuw richting geeft.






